Succesvolle aanpakken van mbo-studenten in een kwetsbare positie
Mbo-instellingen leiden niet alleen op voor een beroep en goed burgerschap, maar ook naar een passende (vervolg)opleiding of een duurzame baan. Entree- en niveau-2-studenten hebben hierbij een meer kwetsbare positie dan andere studenten. Schooluitval is hoog en begeleiding van deze studenten vraagt om een integrale aanpak. Maar hoe ziet zo’n integrale aanpak eruit? Welke elementen werken wel of niet? En hoe zorg je ervoor dat je continu leert en verbetert? Dat hebben Albeda, Friesland College, Gilde Opleidingen, ROC Midden Nederland, Zadkine, het Nederlands Jeugdinstituut en ECBO tussen 2019 en 2022 onderzocht. Gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek en onder begeleiding van een wetenschappelijke begeleidingscommissie.
Over de aanpakken
Albeda, Friesland College, Gilde Opleidingen, Midden Nederland en Zadkine zetten interventies in om deze kwetsbare groepen succesvol door het onderwijs te leiden en hen te laten doorstromen naar een passende vervolgopleiding of duurzame (arbeids)participatie. Zij richten zich hierbij op samenwerking met partners uit jeugdhulp, toeleidend/afnemend onderwijs en het bedrijfsleven. De betrokken mbo-instellingen hanteren allen hun eigen integrale aanpak. Er zijn hierin twee globale typen aanpakken te onderscheiden. Bij Albeda, Zadkine en Friesland College bestaat de integrale aanpak uit het combineren van onderwijs met hulpverlening, met als doel het voorkomen van voortijdig schooluitval. Hierbij zijn hulpverleners fysiek op school aanwezig. De integrale aanpakken van Gilde Opleidingen en ROC Midden Nederland richten zich op samenwerking met het regionale bedrijfsleven. Dit praktijkleren richt zich op een betere voorbereiding op, afstemming met en overgang naar de arbeidsmarkt.
Klas als Werkplaats: Zadkine en Albeda
De mbo-instellingen Zadkine en Albeda hebben de aanpak ‘Klas als Werkplaats’ opgezet. Bij deze aanpak hebben klassen niet alleen een studieloopbaanbegeleider, maar ook een ‘Klas als Werkplaats’-medewerker, een zogenaamde KAW’er. Dit is een hulpverlener of jongerenwerker die samenwerkt met de studieloopbaanbegeleider. Zo kunnen studenten gemakkelijk terecht met hun vragen en zorgen, waardoor vroegtijdig de nodige hulp en ondersteuning kan worden geboden. Wil je zien hoe de ‘Klas als Werkplaats’ aanpak in zijn werk gaat? Bekijk hieronder of op YouTube de video van het Albeda. Hier vertellen studenten, een KAW’er en studieloopbaanbegeleider meer over de aanpak.
School als werkplaats: Friesland College
Het Friesland College heeft de aanpak ‘School als Werkplaats’ opgezet. Een deel van de studenten, vooral op mbo-niveaus 1 en 2, heeft problemen op een of meerdere andere leefdomeinen dan school. De laagdrempelige aanpak van ‘School als Werkplaats’ zorgt ervoor dat studenten vroegtijdig ondersteuning krijgen zodat ze zich op school op hun opleiding kunnen richten. Jeugdzorgmedewerkers en gemeenten werken samen met de ondersteuningsmedewerkers vanuit de opleiding.
Praktijkleren: Gilde Opleidingen
Gilde Opleidingen biedt praktijkleren aan entree-studenten: leren op de werkplek. Ze werken hiervoor samen met partners in het bedrijfsleven. In de twee projecten ‘Praktijkleren in de binnenstad’ en ‘WijkLeerbedrijf Venray’ wordt het onderwijsprogramma en de begeleiding van de studenten uitgevoerd op de werkplek. Dit doen docenten en medewerkers uit het bedrijf samen. Hiermee lopen leren en werken soepel in elkaar over en kan er steeds de juiste ondersteuning worden geboden.
We beschrijven beide voorbeelden aan de hand van de CIMO-methode. Hierbij kijken we naar de context, de interventie, de werkzame mechanismen en de resultaten van de interventie. Wil je zien hoe praktijkleren in zijn werk gaat? Bekijk hieronder of op YouYube de video van Gilde Opleidingen . Hierin vertellen studenten, docenten en medewerkers meer over de aanpak.
Onderzoeksmethode
Bij de mbo-instellingen is onderzocht hoe hun integrale aanpakken eruitzien. Er is van iedere aanpak de context, de interventie, de mechanismen en de resultaten beschreven. Deze kennis is opgehaald uit bestaande documenten van de instellingen en in gesprekken met studenten en professionals, zowel in de uitvoering als in beleid. Op basis van deze uitkomsten en een literatuurstudie zijn acht werkzame mechanismen geïdentificeerd en onderbouwd. Deze zijn voorgelegd aan de deelnemende instellingen in werkconferenties en aan de wetenschappelijke begeleidingscommissie. Zo zijn praktijkkennis, ervaringskennis en wetenschappelijke kennis met elkaar verbonden.
De acht werkzame mechanismen zijn:
- Creëren van een vertrouwde en veilige omgeving
- Maken van persoonlijke verbinding
- Benaderen op positieve wijze
- Normaliseren van de hulpvraag
- Aanzetten tot eigen regie
- Leren in een realistische context
- Samenwerken als randvoorwaarde
- Blijven leren als organisatie
De mechanismen bieden kansen voor mbo-instellingen. Bij het inrichten en ontwikkelen van onderwijs voor studenten kan men deze kennis benutten. Het is belangrijk dat instellingen de werkzame mechanismen in samenhang zien en blijven leren hoe ze de mechanismen zo goed mogelijk vorm kunnen geven in de praktijk. Samenwerking met de studenten en de partners in hulpverlening, bedrijfsleven en onderwijs is hierbij cruciaal. Dit onderzoek biedt kennis over deze werkzame mechanismen. Hoe die het beste kunnen worden toegepast hangt af van de specifieke context van de mbo-instelling. Een uitdaging waar de betrokken mbo-instellingen tegenaan lopen, is het ontbreken van structurele middelen voor uitvoering en doorontwikkeling van deze integrale aanpakken. De aanpakken worden veelal bekostigd vanuit tijdelijke middelen, bijvoorbeeld met projectfinanciering of als onderdeel van een pilot. Dit onderzoek geeft mbo-instellingen een onderbouwing van hun integrale aanpak. Het loont om hierin structureel te investeren, zodat studenten hun opleiding succesvol afronden en een duurzame plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden.