Neuromythen in het mbo

Home » Portfolio » Neuromythen in het mbo
Neuromythen in het mbo2017-05-30T21:05:27+02:00

Project Description

Neuromythen in het mbo

Een vragenlijstonderzoek naar acht veel voorkomende neuromythen

Auteur(s): Mathilde van Gerwen (VU), Ingrid Christoffels (ecbo), Sanne Dekker (RUN) en Jelle Jolles (VU),
Publicatiedatum: maart 2017

Professionals die werkzaam zijn in het onderwijs komen meer en meer in aanraking met informatie over het functioneren van de hersenen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat er vaak sprake is van zogenoemde ‘neuromythen’: uitspraken over gedrag of functioneren die gebaseerd zijn op onjuiste generalisaties uit wetenschappelijk onderzoek. Eerder onderzoek liet zien dat dergelijke neuromythen veel voorkomen bij leerkrachten in het basisonderwijs en bij docenten op havo en vwo. Zijn neuromythen ook binnen het mbo wijdverbreid?

Onderzoek

Om de breinkennis in het mbo te testen is een vragenlijstonderzoek uitgevoerd bij bijna 500 roc-medewerkers verspreid over Nederland. Onderwerp was kennis en inzichten over hersenen en hersenfunctie die relevant kunnen zijn voor het onderwijs aan en het schools presteren van mbo-studenten. Deelnemers kregen een lijst van 30 stellingen voorgelegd, met de vraag die op waarheid te beoordelen. Negen van de 30 stellingen waren te beschouwen als een neuromythe. De deelnemers aan het onderzoek wisten niet dat het onderzoek betrekking had op hun kennis over neuromythen.

Resultaten

De resultaten laten zien dat het geloof in de neuromythen wijdverspreid is: 76% van de neuromythen werd door de deelnemers ten onrechte voor waar aangenomen. Dat gebeurde het vaakst bij neuromythen over ‘het belang van leerstijlen’, over ‘de linker- versus de rechterhemisfeer’ en over ‘de ontwikkeling van prefrontale schors bij tieners’. De gewone stellingen over de hersenen werden relatief goed beantwoord: 70 tot 80% correct.

Praktische betekenis

Dat mbo-professionals 5 van de 8 neuromythen – onjuiste generalisaties uit de wetenschap – voor waar aannemen heeft praktische betekenis. Het geloof in dergelijke neuromythen kan negatieve gevolgen hebben voor het professioneel handelen in de onderwijspraktijk. Daarom is een goede bijscholing voor docenten belangrijk. Met informatie over hersenen en gedrag die relevant is voor het onderwijs aan mbo-studenten.

Neuromythen in het mbo

Onderzoeker(s)

Dr. Ingrid Christoffels
Dr. Ingrid ChristoffelsOnderzoeker
06-10250630

Gerelateerde publicaties

2019-09-13T13:28:51+02:00

Zes pijlers voor het succesvol werken aan onderwijskwaliteit

Zes pijlers voor het succesvol werken aan onderwijskwaliteit

Hoewel opleidingsteams in het mbo ‘aan zet’ zijn, vinden zij het niet eenvoudig om verantwoordelijkheid te nemen voor (het verbeteren van) de onderwijskwaliteit. De vraag is hoe mbo-instellingen opleidingsteams hierbij beter kunnen ondersteunen.

Gerelateerd nieuws

1009, 2019

Motiveren van laaggeletterden

Door |10 september 2019|Categorie(ën): Mbo-organisatie|Tags: , |Reacties uitgeschakeld voor Motiveren van laaggeletterden

Een literatuurstudie naar succesvolle interventies. In Nederland hebben ruim 2,5 miljoen volwassenen moeite met taal en rekenen. Vanuit het actieprogramma Tel mee met Taal is een 2-jarig onderzoek uitgevoerd dat een bijdrage moet leveren aan het terugdringen van het aantal mensen met taal- en rekenvaardigheden onder basisniveau.

Gerelateerd events

symposium Leeromgeving van de Toekomst

19 september @ 09:30 - 18:30

Bijeenkomst Wet VATmbo

3 oktober @ 09:30 - 16:30

Domile oktober 2019

10 oktober @ 15:30 - 17:30

Heeft u een vraag aan ons?