Van masterstudent naar masterdocent

Onderzoek naar de betekenis van onderwijsonderzoek door docenten

Auteurs:

Patricia Brouwer, Carlos van Kan, Ben Smit, Wilfried Admiraal, Jacqueline van Swet, Lia Spreeuwenberg, Frank de Jong, Hans Asbreuk, , Truda Kruijer & Leontien van den Berg

Publicatiedatum:


Thema:

Docenten / opleiders

APA-referentie:

Brouwer, P., van Kan, C., Smit, B., van Swet, J., & Admiraal, W., van Swet, J., Spreeuwenberg, L., de Jong, F., Asbreuk, H., Kruijer, T., & van den Berg, L. (2018). Van masterstudent naar masterdocent. Onderzoek naar de betekenis van onderwijsonderzoek door docenten. Den Haag, NRO.

Korte samenvatting:

Er zijn aanwijzingen voor een positieve relatie tussen docentonderzoek en de onderwijskwaliteit, maar het beschikbare onderzoek is
summier en fragmentarisch. Onduidelijk is nog wat de precieze betekenis is van een masteropleiding, en meer in het bijzonder van docentonderzoek, voor de kennisontwikkeling van docenten en de benutting hiervan voor school. Deze probleemstelling leidde tot de volgende onderzoeksvragen:

  1. Hoe wordt in scholen de betekenis van onderzoek in de masteropleiding voor het professioneel handelen van docenten in de onderwijspraktijk geduid?
  2. Hoe wordt in scholen de betekenis van docentonderzoek voor het professioneel handelen van docenten in de onderwijspraktijk geduid?

De term “docentonderzoek” omvat drie aspecten van onderzoek:

  1. Kritisch beschouwen van de onderwijspraktijk.
  2. Toepassen van kennis uit onderzoek.
  3. Onderzoek door docenten.

Er zijn drie deelstudies uitgevoerd. De eerste deelstudie betreft de ontwikkeling van de storylinemethode, de tweede deelstudie betreft de ontwikkeling van een Q-sort-methode om opvattingen over onderzoek in kaart te brengen en de derde deelstudie betreft een biografisch onderzoek bij 42 studenten tijdens hun masterfase en de eerste periode van hun daaropvolgende beroepscarrière.

Op basis van dit onderzoek kunnen grofweg twee soorten docenten worden onderscheiden: docenten die het tweede deel van hun masteropleiding starten met een relatief hoge score op kritisch beschouwen en docenten die starten met een relatief lage score en zich sterk ontwikkelen in het kritisch beschouwen.

Wat betreft toepassen van kennis uit onderzoek lijken docenten over het algemeen met een lage score binnen te komen in het tweede deel van de masteropleiding en zich vervolgens sterk te ontwikkelen. In de professionele masteropleiding lijken docenten relatief meer intrinsiek gemotiveerd voor het toepassen van onderzoek, terwijl in de ULO dit meer wordt aangestuurd door opdrachten in de opleiding. Wat betreft het zelf uitvoeren van onderzoek zien we een vergelijkbaar beeld als bij toepassen van kennis.

Op basis van het onderzoek zijn implicaties voor de onderwijspraktijk, onderzoek en beleid geformuleerd en vervolgens is een aantal implicaties voor onderzoek geformuleerd. Ten slotte is een aantal beleidsimplicaties in het kader van de Lerarenagenda geformuleerd

Download de onderzoekspublicatie

Neem voor meer informatie contact op