Uitval, diplomering en opstroom binnen het mbo

BRON-data vergeleken tussen experimentele en niet-experimentele opleidingen in het mbo

Auteurs:

Arjan van der Meijden

Publicatiedatum:


Thema's:

Basisvaardigheden, Onderwijsorganisatie

APA-referentie:

Van der Meijden, A. (2011). Uitval, diplomering en opstroom binnen het mbo. Bron-data vergeleken tussen experimentele en niet-experimentele opleidingen in het mbo. Utrecht/'s-Hertogenbosch: ECBO.

Korte samenvatting:

Wat zijn de effecten van de invoering van cgo op uitstroom, voortijdige uitval en doorstroom? ECBO onderzocht de verschillen tussen opleidingen die wel en niet experimenteren met de nieuwe kwalificatiedossiers.

Opleidingskenmerken (sector, niveau en leerweg) en populatiekenmerken (geslacht en afkomst) hebben meer invloed op uitval, doorstroom en het behalen van een diploma dan al of niet experimenteren met cgo. Invloed cgo De veronderstelling dat de invoering van cgo een positief effect heeft op de negen resultatengebieden van het mbo (waaronder uitval, uitstroom en doorstroom)  kan dus niet worden bevestigd. Van een negatief effect is echter ook geen sprake. In vervolgonderzoeken kunnen meer data en meer controlevariabelen de invloed cgo wellicht verduidelijken. Voorgeschiedenis Sinds 2004 experimenteert een steeds groter aantal mbo-opleidingen met de invoering van competentiegericht onderwijs en de bijbehorende kwalificatiedossiers. Iedere twee jaar monitort ECBO de ontwikkeling van deze zogeheten experimentele opleidingen. Sinds de vierde meting (2008/9) wordt daarbij gekeken naar de effecten van de invoering van cgo. Na de zomer van 2011 verschijnen de resultaten van de vijfde meting. In een jaarlijkse tussenmeting onderzoekt ECBO aan de hand van de inschrijvingsgegevens van leerlingen de invloed van cgo op drie resultaatgebieden: uitstroom, uitval en doorstroom.

Download de onderzoekspublicatie