Relatie laaggeletterdheid en armoede

Laaggeletterden hebben een lager inkomen dan geletterden

Auteurs:

Ingrid Christoffels, Pieter Baay, Ineke Bijlsma & Mark Levels

Publicatiedatum:


Thema:

Basisvaardigheden

APA-referentie:

Christoffels, I., Baay, P., Bijlsma, I., & Levels, M. (2016). Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede. Den Haag: Stichting Lezen & Schrijven i.s.m. ecbo.

Korte samenvatting:

In Nederland zijn 1,3 miljoen mensen laaggeletterd. Een kwetsbare groep met relatief vaak een laag inkomen. Uit de internationale literatuur blijkt dat armoede en laaggeletterdheid elkaar op verschillende manieren kunnen beïnvloeden en versterken. Zien we in Nederland eenzelfde relatie? Dit rapport biedt hier inzicht in. In dit rapport beschrijven de onderzoekers verschillen tussen laaggeletterden en niet-laaggeletterden en geven zij feiten en cijfers over het inkomen van gezinnen en individuen. Ze beschrijven kenmerken van laaggeletterden en brengen in kaart hoe laaggeletterdheid samenhangt met iemands inkomen, alsook met een aantal immateriële uitkomsten. Ook laten ze zien hoe deze relaties beïnvloed worden door de woonomgeving.

Lager inkomen
Uit het onderzoek blijkt dat laaggeletterden doorgaans over een substantieel lager inkomen beschikken dan niet-laaggeletterden. Dit is niet alleen het geval voor individueel inkomen maar ook voor huishoudensinkomen. Van de laaggeletterden moet 19% ten minste één jaar rondkomen van een inkomen onder de armoedegrens. Verder blijkt ruim 6% van de laaggeletterden langdurig arm. Dit percentage is ruim twee keer zo hoog voor laaggeletterden als voor niet-laaggeletterden. De kans op armoede is dus hoger voor laaggeletterden dan voor niet-laaggeletterden. Op basis van de PIAAC-steekproef kan geschat worden dat de groep arme laaggeletterden ongeveer 236 duizend mensen betreft.

Meer uitkeringsafhankelijk
Laaggeletterden blijken niet significant vaker werkloos te zijn dan niet-laaggeletterden, al hebben ze wel banen met een gemiddeld lagere status dan niet laag-geletterden. Laaggeletterden zijn wel vaker inactief, in de zin dat ze vaker buiten de arbeidsmarkt staan en niet naar school gaan of een cursus volgen, dan mensen die niet-laaggeletterd zijn. Verder blijken laaggeletterden bijna drie keer zo vaak afhankelijk van een uitkering als niet-laaggeletterden.

Minder sociale inclusie
Tot slot laat het onderzoek zien dat laaggeletterdheid ook van invloed is op sociale inclusie en andere immateriële uitkomsten. Laaggeletterden rapporteren bijvoorbeeld dat ze minder vrijwilligerswerk doen. Ze hebben minder sociaal vertrouwen, ervaren minder politiek vertrouwen en hebben een slechtere gezondheid dan niet-laaggeletterden. Laaggeletterden wonen tot slot vaker in een wijk met een lagere sociale status.

Het onderzoek over de relatie tussen armoede en laaggeletterdheid is uitgevoerd door ECBO en ROA, in opdracht van Stichting Lezen & Schrijven.

Download de onderzoekspublicatie

Voor meer informatie neem contact op