Preventie door interventie

Literatuurstudie naar lees-en schrijfachterstanden bij kinderen en jongeren

Auteurs:

Ingrid Christoffels, Annemarie Groot, Christine Clement & Jo Fond Lam

Publicatiedatum:


Thema:

Basisvaardigheden

APA-referentie:

Christoffels, I., Groot, A., Clement, C., & Lam, J. F. (2017). Preventie door interventie. Literatuurstudie naar lees- en schrijfachterstanden bij kinderen en jongeren. 's-Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs i.s.m. Stichting Lezen & Schrijven.

Korte samenvatting:

2,5 miljoen mensen in Nederland hebben grote moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Een aantal dat nog steeds toeneemt. Naast de groep van laaggeletterde volwassenen bestaat er onder kinderen en jongeren een groep die ten opzichte van leeftijdsgenoten achterloopt in lees- en schrijfvaardigheden. Zij lopen risico om op te groeien tot laaggeletterde volwassene, wanneer deze achterstand niet ingehaald wordt. Het is belangrijk om dit te voorkomen.

Deze (inter)nationale literatuurstudie, in opdracht van Stichting Lezen en Schrijven, geeft aanknopingspunten voor de preventie van deze laaggeletterden van de toekomst. Taalachterstanden bij kinderen en jongeren Gangbare definities voor laaggeletterdheid kunnen niet worden toegepast op kinderen en jongeren onder de 16 jaar. Zij zijn nog in ontwikkeling en hoeven nog niet op het gewenste eindniveau te presteren. Het rapport beschrijft de analyse van resultaten van centrale eindtoetsen en examinering alsook de resultaten van bestaand (internationaal) lees- en schrijfonderzoek (PIRLS, PPON, PISA, PIAAC). De onderzoekers maken op basis daarvan een ruwe schatting over taalachterstand bij kinderen en jongeren: tenminste 1 op de 10 kinderen heeft een taalachterstand en loopt daarmee het risico om als laaggeletterde volwassene de maatschappij en de arbeidsmarkt te betreden. Het gaat hierbij om 1 op de 10 groep 8-leerlingen, gemiddeld 1 op de 7 vmbo-leerlingen, ruim 1 op de 3 mbo-2 leerlingen en 1 op de 7 mbo 3-leerlingen, die bij het verlaten van het specifieke onderwijsniveau het vereiste taalniveau onvoldoende beheersen.

Factoren van belang bij taalachterstanden

Het onderzoek laat verschillende factoren zien die te maken hebben met taalachterstand bij kinderen en jongeren. De relevante factoren zijn belangrijk om op te nemen in preventieve interventies. Uit het rapport blijkt dat preventie zich moet concentreren op factoren als mondelinge en schriftelijke taalkennis van het kind, leesattitude van het kind, kwaliteit van het onderwijs en ouderbetrokkenheid. Zo zorgt bijvoorbeeld een negatieve leesattitude ervoor dat kinderen en jongeren weinig lezen, waardoor zij niet alleen niet vooruitgaan in het lezen, maar het leesniveau zelfs achteruit kan gaan.

Interventies gericht op verminderen of voorkomen van taalachterstand

Op het gebied van leesattitude zijn relatief veel interventies beschikbaar. Dit is relevant omdat Nederlandse jongeren daarin een relatief negatieve houding hebben. Veel minder interventies zijn te vinden op het gebied van auditieve en executieve functies. Dit kan komen doordat deze factoren mogelijk lastiger te trainen zijn of dat transfer van training naar leesvaardigheid lastig is. Ook op het gebied van schrijven zijn er weinig interventies, terwijl dat gezien het niveau van schrijfvaardigheid onder Nederlandse kinderen en jongeren wel heel belangrijk is. Vooral bij kinderen en jongeren met laaggeletterde ouders zou een gezinsgericht programma gericht op het schrijven effectief kunnen zijn. Het is opvallend dat interventies gericht op 12- tot 18-jarigen erg schaars zijn. Met name omdat er gedurende de schooltijd zich tal van mogelijkheden voordoen om taalachterstanden te signaleren en aan te pakken. Bovendien is deze leeftijdsgroep de laatste periode om te voorkomen dat achterstand tijdens de schoolgaande leeftijd overgaat in laaggeletterdheid in de volwassen leeftijd.

Aandachtspunten

Om de groei van het aantal laaggeletterden een halt toe te roepen, is naast het bestrijden van laaggeletterdheid onder volwassenen, de inzet op preventie bij kinderen en jongeren cruciaal. Het is daarom aan te bevelen om al in een vroeg stadium, bij kinderen en jongeren, in te zetten op vermindering van laaggeletterdheid. Daarbij pleiten de onderzoekers voor een brede aanpak van preventieve interventies. Zowel via het kind, via de school als via de ouders wordt dan gewerkt aan het verminderen van taalachterstand. Hierbij zou dan bovendien meer aandacht moeten zijn voor interventies gericht op schrijfvaardigheid.

Download de onderzoekspublicatie

Voor meer informatie neem contact op