Opleidingsniveau en beroepsrichting in de doorstroom van vmbo naar mbo

Auteurs:

Jan Neuvel & Wil van Esch

Publicatiedatum:


Thema:

Instroom-doorstroom-uitstroom

APA-referentie:

Neuvel, J., & Van Esch, W. (2011). Opleidingsniveau en beroepsrichting in de doorstroom van vmbo naar mbo. Utrecht/'s-Hertogenbosch: ECBO.

Korte samenvatting:

Voor de niveauafstemming is de doorstroomregeling in het leven geroepen. Bij de doorstroom van vmbo naar mbo moeten beslissingen worden genomen over het opleidingsniveau en de beroepsrichting in het vervolgtraject. Die blijkt, met name in de bbl, vaak niet te worden toegepast, waardoor vmbo’ers op een lager niveau moeten beginnen dan de regeling voorschrijft. Op korte termijn blijkt dat geen nadelige invloed te hebben op de schoolloopbaan van deze vmbo’ers. Hoe lagere plaatsingen op langere termijn uitpakken weten we echter nog niet. Nadelige effecten zijn er wel als leerlingen eind vmbo niet goed weten naar welk soort werk(veld) hun interesse uitgaat.

Een duidelijke beroepsinteresse is een voorwaarde voor de keuze van een opleidingsrichting in het mbo. Veel leerlingen die eind vmbo nog geen duidelijke beroepsinteresse hebben blijken hun mbo-opleiding als niet passend te ervaren. Dat leidt tot meer kans op uitval en switchen en tot een slechtere prognose om de opleiding af te ronden. De grote onderlinge verschillen tussen leerlingen op dit punt maken maatwerk noodzakelijk. Het onderzoek laat zien dat vmbo en mbo meer oog krijgen voor deze problematiek.

 

Download de onderzoekspublicatie