Opleiden voor vakmanschap in Nederland, Duitsland en Frankrijk

Auteurs:

Anneke Westerhuis m.m.v. Metje Jantje Groeneveld & Hester Smulders

Publicatiedatum:


Thema:

Arbeidsmarkt - Onderwijs

APA-referentie:

Westerhuis, A., Groeneveld, M.-J., & Smulders, H. (2017). Opleiden voor vakmanschap in Nederland, Duitsland en Frankrijk. 's-Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs.

Korte samenvatting:

In Nederland is de inrichting van het beroepsonderwijs onderwerp van discussie nu banen met routinematige taken, waar de nadruk ligt op feitelijke en procedurele kennis, plaats maken voor banen die meer anticipatie, creativiteit en sociale interactie vragen en nadruk ligt op conceptuele kennis. Vraagt dit heroverweging van de beroepsgerichtheid van opleidingen? En hoe te reageren op de vraag naar opgeleiden met een hoger kwalificatieniveau? Hoe blijft beroepsonderwijs aan jongeren een aantrekkelijk toekomstperspectief bieden? In discussie over de toekomst van het mbo wordt vaak het begrip vakmanschap gebruikt; welk vakmanschap moet in beroepsonderwijs worden ontwikkeld? Voor de een staat vakmanschap voor het ontwikkelen van goed opgeleide en breed inzetbare en flexibele mensen. Met hun 21e-eeuwse vaardigheden dragen ze bij aan de ontwikkeling van een lerende economie. Voor de ander staat vakmanschap gelijk aan de ontwikkeling van specialistische kennis en vaardigheden en een eigen beroepsidentiteit; innovatiekracht en groei zijn afhankelijk van hooggespecialiseerde vakkrachten.

Weer een andere visie benadrukt het praktische karakter van vakmanschap en reserveert de term voor programma’s waarin leerlingen aan de onderkant van het onderwijsgebouw hun praktische vaardigheden kunnen ontwikkelen. Vakmanschap als toeleidingsroute voor een specifieke groep lager opgeleiden naar een specifiek arbeidsmarktsegment. Verschillende visies Vakmanschap refereert aan een visie op het type beroepsbeoefenaren dat het beroepsonderwijs zou moeten afleveren. Deze visie wordt onderbouwd met een inschatting van de richting waarin de economie zich ontwikkelt, maar kan ook betrekking hebben op een specifieke groep leerlingen of een arbeidsmarktsegment. Biedt het concept, gezien het verschil in visies, wel aanknopingspunten voor een eenduidige inrichting van het beroepsonderwijs?

Onderzoek naar de toekomst van vakmanschap

Een consortium bestaande uit ROA, AISSR, Kohnstamm Instituut en ECBO heeft onderzoek uitgevoerd naar de toekomst van vakmanschap. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Programmaraad Beleidsgericht Onderzoek van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek. Het project heeft in totaal dertien publicaties opgeleverd. Visie op vakmanschap in andere landen In een van die studies is nagegaan hoe in andere landen discussies over vakmanschap verlopen en of ook daar verschillende visies op vakmanschap bestaan. Het blijkt dat ook in Duitsland en Frankrijk de invulling vakmanschap doorgaans normatief is. In tegenstelling tot Nederland is in deze landen in het beroepsonderwijs slechts éen visie dominant.

Goed beroepsonderwijs is in Duitsland synoniem voor specialistisch vakmanschap, zoals dat is gedefinieerd door de sociale partners. In Frankrijk ligt de focus -als gevolg van de grote invloed van de nationale overheid- vooral op breed vakmanschap. Het nadeel van deze top-down gestuurde invulling is dat er weinig ruimte is voor de erkenning van andere vormen van beroepsuitoefening als vakmanschap. Praktisch vakmanschap wordt in Duitsland niet gezien als wenselijke invulling van een beroepsopleiding. Het bestaat, maar duaal beroepsonderwijs leidt er niet voor op. En in Frankrijk heeft de eenzijdige brede invulling van het begrip een tegenbeweging in het bedrijfsleven opgeroepen in de vorm van een concurrerend aanbod van functie specifieke beroepsopleidingen. Nederland kenmerkt zich door een pragmatische benadering. In het mbo komen alle typen vakmanschap voor. Ze bestaan naast elkaar. Het format van de kwalificatiedossiers biedt voldoende ruimt aan betrokkenen om er een eigen invulling te geven. En misschien belangrijker, de inhoud van de dossiers heeft vaak een compromiskarakter en wordt niet geselecteerd op basis van een uitgesproken visie op vakmanschap. Het is ook de vraag, gezien de voorbeelden van Duitsland en Frankrijk, of dat erg is?

Download de onderzoekspublicatie

Voor meer informatie neem contact op