Neuromythen in het mbo

Een vragenlijstonderzoek naar acht veel voorkomende neuromythen

Auteurs:

Mathilde van Gerwen, Ingrid Christoffels, Sanne Dekker & Jelle Jolles

Publicatiedatum:


Thema:

Onderwijsorganisatie

APA-referentie:

Van Gerwen, M., Christoffels, I., Dekker, S., & Jolles, J. (2017). Neuromythen in het mbo. Een vragenlijstonderzoek naar acht veel voorkomende neuromythen. 's-Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs i.s.m. het Centrum Brein & Leren van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Korte samenvatting:

Professionals die werkzaam zijn in het onderwijs komen meer en meer in aanraking met informatie over het functioneren van de hersenen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat er vaak sprake is van zogenoemde ‘neuromythen’: uitspraken over gedrag of functioneren die gebaseerd zijn op onjuiste generalisaties uit wetenschappelijk onderzoek. Eerder onderzoek liet zien dat dergelijke neuromythen veel voorkomen bij leerkrachten in het basisonderwijs en bij docenten op havo en vwo. Zijn neuromythen ook binnen het mbo wijdverbreid?

Onderzoek

Om de breinkennis in het mbo te testen is een vragenlijstonderzoek uitgevoerd bij bijna 500 roc-medewerkers verspreid over Nederland. Onderwerp was kennis en inzichten over hersenen en hersenfunctie die relevant kunnen zijn voor het onderwijs aan en het schools presteren van mbo-studenten. Deelnemers kregen 30 stellingen voorgelegd, met het verzoek die op waarheid te beoordelen. Van de 30 stellingen waren er 9 te beschouwen als een neuromythe. Deelnemers aan het onderzoek wisten niet dat het onderzoek betrekking had op hun kennis over neuromythen.

Resultaten

De resultaten laten zien dat veel geloof van de neuromythen als waarheid worden beschouwd: de deelnemers namen 76% van de neuromythen als waar aan. Dat gebeurde het vaakst bij neuromythen over ‘het belang van leerstijlen’, over ‘de linker- versus de rechterhemisfeer’ en over ‘de ontwikkeling van prefrontale schors bij tieners’. De gewone stellingen over de hersenen werden relatief goed beantwoord: 70 tot 80% correct. Praktische betekenis Dat mbo-professionals 5 van de 8 neuromythen (onjuiste generalisaties uit de wetenschap) voor waar aannemen, heeft praktische betekenis. Het geloof in dergelijke neuromythen kan negatieve gevolgen hebben voor het professioneel handelen in de onderwijspraktijk. Een goede bijscholing – die informatie bevat over hersenen en gedrag, die relevant is voor het onderwijs aan mbo-studenten – is daarom voor docenten belangrijk.

Download de onderzoekspublicatie

Voor meer informatie neem contact op