Laaggeletterden: achterblijvers in de digitale wereld?

Vaardigheden van burgers en aanpassingen door overheden

Auteurs:

Pieter Baay, Marieke Buisman & Willem Houtkoop

Publicatiedatum:


Thema:

Basisvaardigheden

APA-referentie:

Baay, P., Buisman, M., & Houtkoop, W. (2015). Laaggeletterden: achterblijvers in de digitale wereld? Vaardigheden van burgers en aanpassingen door overheden. Den Haag: Stichting Lezen & Schrijven i.s.m. ecbo.

Korte samenvatting:

De digitale dienstverlening groeit. In 2017 moeten alle zaken van de overheid digitaal kunnen worden afgehandeld. Daarmee groeien ook de eisen aan digitale vaardigheden van burgers. Het is daarbij de verantwoordelijkheid om condities te creëren om voor iedereen toegankelijk te zijn. In opdracht van Stichting Lezen Schrijven deed ECBO onderzoek naar de digitale vaardigheden van Nederlandse burgers en identificeerde de groep burgers die over onvoldoende vaardigheden beschikken. Ook is onderzocht hoe semi-overheden (digitale) dienstverlening inrichten voor laaggeletterden en in hoeverre overheidswebsites toegankelijk gemaakt zijn voor laaggeletterde volwassenen.

Onvoldoende vaardigheden

Het rapport laat (op basis van PIAAC -data) zien dat zo’n 300.000 Nederlandse burgers onvoldoende digitale vaardigheden hebben; de kans daarop is ongeveer drie keer zo hoog bij laaggeletterden. Laaggeletterden beschikken over minder functionele taalvaardigheden ‘de vaardigheid om informatie te kunnen lezen, begrijpen en gebruiken’ en dit is een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van digitale vaardigheden

Assisted digital

Uit interviews met medewerkers bij gemeenten, UWV’s en bibliotheken dat digitale communicatie met de overheid wordt gestimuleerd met assisted digital (uitgangspunt is digitaal communiceren en anders worden burgers begeleid bij het digitaal communiceren). Waar de meesten positieve ervaringen hadden, zijn sommigen overgegaan tot aanvullende papieren dienstverlening, om te voorkomen dat de niet-digitaal vaardige burgers door middel van assisted digital tóch als digitaal vaardig gezien worden. Tot slot blijkt dat er nog wat te winnen is in het taalniveau van semi-overheidswebsites, met name wat betreft de lengte en moeilijkheid van zinnen. Aanbevelingen In het rapport worden vier aanbevelingen gedaan. Allereerst kunnen websites ondersteund worden in hun toegankelijkheid door middel van een instrument. Daarnaast is het goed om te erkennen dat onkunde in digitale communicatie een belangrijke rol speelt en het niet (altijd) onwil betreft. Zodoende dienen sancties voorzichtig te worden ingezet. Dit sluit aan op de aanbeveling voor een gedifferentieerde aanpak: medewerkers benoemen de behoefte aan een screeningsinstrument om groepen te onderscheiden en ze gepaste dienstverlening te bieden (verwijzing naar gemeentelijke cursus voor niet digitaal vaardigen, verwijzing naar bibliotheek voor niet digitaal én niet taalvaardigen, verwijzing naar UWV werkmap cursus voor mensen met koudwatervrees). Tot slot benoemen medewerkers de behoefte aan inzicht in de effectiviteit en ‘good practices’ wat betreft de ondersteuning van digitale communicatie met de overheid.

Download de onderzoekspublicatie

Voor meer informatie neem contact op