Kansen voor kleinschaligheid

Vraagstukken rond kleinschalige innovaties op verzoek van Colo

Auteurs:

Eva Voncken & Sjoerd Karsten

Publicatiedatum:


Thema:

Arbeidsmarkt - Onderwijs

APA-referentie:

Voncken, E., & Karsten, S. (2008). Kansen voor kleinschaligheid. Verkenning van een aantal vraagstukken rond kleinschalige innovaties op verzoek van Colo. Amsterdam: Max Goote Kenniscentrum.

Korte samenvatting:

Het onderwerp ‘kleinschaligheid’ staat recent weer in de (beleids)belangstelling. Eerder heeft Colo door Smets+Hover+ onderzoek laten verrichten naar het thema van de unieke kleine opleidingen (Winkeldochters en kostbare kleinoden, 2003). In de huidige verkenning staat de kant van de arbeidsmarkt centraal. Deze verandert in hoog tempo. Beroepen verdwijnen en er komen nieuwe beroepen bij. Zo werden er 30 jaar geleden 5.500 beroepen en 2.000 functies geïdentificeerd. Begin deze eeuw waren dat 1.073 beroepen en 23.000 functies. Innovaties starten vaak klein. Voorbeelden van ontwikkelingen die duurzaam geworden zijn bijvoorbeeld de bloemsierkunst en callcentra. De economie is gebaat bij innovatie. Voor de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (kbb’s) is het zaak kleinschalige innovaties tijdig op te sporen en een goede betekenis toe te kunnen kennen aan de nieuwe ontwikkeling: is het een hype of is het een trend?

Doel van de verkenning was de kbb’s als regisseur van arbeidsmarktontwikkelingen en schakel tussen onderwijs en arbeid toe te rusten om de arbeidsmarkt beter te bedienen. Hoofdvraag van de verkenning luidt: hoe kunnen kleinschalige innovaties op de arbeidsmarkt worden opgespoord en welke passende scholingsstrategieën worden gevolgd? Het gaat dus aan de ene kant om signalering van betekenisvolle innovatie en aan de andere kant om de variëteit aan oplossingen die worden gekozen om voor die innovatie in scholing te voorzien. Voorbeelden op de arbeidsmarkt vormden het vertrekpunt, waar zich ten gevolge van de innovatie een deskundigheids-vraagstuk heeft voorgedaan. De verkenning is uitgevoerd in een aantal stappen: een versnellingskamer waarin geprobeerd is meer grip te krijgen op de vraag ‘Wat maakt beroepen innovatief?’. Vervolgens is bronnenonderzoek uitgevoerd om een aantal praktijkvoorbeelden op te sporen. Zeven van die voorbeelden zijn als gevalsstudies beschreven.

Via gesprekken met branches, bedrijven, kenniscentra, belanghebbenden is steeds nagegaan hoe men de vernieuwing op het spoor is gekomen, wat de aanleiding vormde voor de vernieuwing en welke wegen bewandeld zijn om de benodigde scholing te organiseren. Tot slot is een expertbijeenkomst gehouden. Op 4 november 2008 tijdens CompetentCity is het onderzoek gepresenteerd. In de brochure worden de zeven gevalsstudies uitgebreid beschreven. Het voorbeeld van de zorgboerderijen laat zien, hoe het aantal zorgboerderijen in korte tijd enorm gestegen is. Ook de variëteit aan doelgroepen voor de zorgboerderijen neemt toe. Dat maakt dat er naast de boer/ondernemer behoefte ontstond aan een nieuwe functie: de functionaris zorg- en leefomgeving die zich naast het runnen van het bedrijf meer toelegt op de zorg voor de ‘hulpboeren’. Ander voorbeeld is dat van de glasblazerij, dat in het fundament van de beroepskolom nagenoeg verdwenen was, terwijl in de kunstopleidingen studenten bij het ontwerpen met glas deze basis misten. De glasblazerij heeft zich inmiddels aangesloten bij SVGB, het kenniscentrum voor de kleine beroepen, waar bijvoorbeeld ook de creatieve dossiers (goud- en zilversmeden, hoedenmakers) en de gezonheidstechniek (audiciens, opticiens, e.d.) een plaats hebben gevonden.

Zowel voor het opsporen als het vormgeven van een passend scholingsaanbod geldt, dat een ‘open mind’ nodig is. Innovatie is niet gebaat bij dichtgetimmerde routes, vaste procedures, sectorgrenzen et cetera. Een gemeenschappelijk kenmerk van de gekozen oplossingsroutes is dat de aanpakken omvattend, integraal en vaak ook landelijk zijn. Kleinschaligheid staat in die zin op gespannen voet met de regio. Een ander kenmerk is dat in de oplossingen de netwerkgedachte centraal staat: oplossingen worden gezocht en gevonden in de samenwerking tussen diverse actoren. Er bestaat, ook vanwege de instroom en de status, een voorkeur om opleidingen in het initiële traject bij de roc’s onder te brengen. Dat roept de vraag op in hoeverre roc’s in staat zijn kleine opleidingen te organiseren, zoals verwacht en beschreven in de memorie van toelichting bij de WEB.

Download de onderzoekspublicatie

Voor meer informatie neem contact op