Hoe groen is het gras bij de buren? De gebruiks- en leerwaarde van de Benchmark mbo

Spiegelen aan collega-organisaties, van elkaar leren en jezelf verbeteren

Auteurs:

Wil van Esch, Ria Groenenberg, Régina Petit & Louise van de Venne

Publicatiedatum:


Thema:

Onderwijsorganisatie

APA-referentie:

Van Esch, W., Groenenberg, R., Petit, R., & Van de Venne, L. (2012). Hoe groen is het gras bij de buren? De gebruiks- en leerwaarde van de Benchmark mbo. Utrecht/'s-Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs.

Korte samenvatting:

Sinds de eerste rapportage in 2006 is de Benchmark mbo uitgegroeid tot een gewaardeerd instrument. Mbo-instellingen spiegelen zich ermee aan collega-organisaties en kunnen zo van elkaar leren en zichzelf verbeteren. Toch is leren van de Benchmark mbo niet altijd even vanzelfsprekend, zo concludeert ECBO in Hoe groen is het gras bij de buren De gebruiks- en leerwaarde van de Benchmark mbo. Het Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt (KBA) en PricewaterhouseCoopers (PwC) voeren sinds 2006 periodiek een benchmark uit in het middelbaar beroepsonderwijs. In de Benchmark mbo wordt duidelijk hoe instellingen hun budget besteden, hoeveel deelnemers het mbo gediplomeerd verlaten en wat de deelnemers vinden van het onderwijs . Maar hoe gaan instellingen om met de informatie uit de Benchmark mbo? ECBO-onderzoekers Wil van Esch, Ria Groenenberg, Régina Petit en Louise van de Venne stellen dat de grote onderlinge verscheidenheid (grootte, curriculum, populatie etc.) het systematisch vergelijken van mbo-instellingen behoorlijk complex maakt.

Referentiepunt

De manier waarop instellingen gebruik maken van de prestatie-informatie uit de Benchmark mbo loopt uiteen. Sommigen analyseren de gegevens, doen nader onderzoek als resultaten onder de maat zijn en benutten de benchmark om systematisch en op alle niveaus te leren en te verbeteren. Anderen nemen de informatie ter kennisgeving aan en doen er verder weinig mee. Aan de Benchmark mbo doen vrijwel alle Nederlandse mbo-instellingen mee. Ondanks enkele verbeterpunten zijn respondenten overwegend positief. Zij zien de benchmark als een referentiepunt om het eigen ambitieniveau op af te stemmen. Transparanter Ook voor de buitenwereld is de mbo-sector door de benchmark transparanter geworden. Dat de buitenwereld meekijkt ervaren instellingen soms als spannend, zeker bij een tegenvallende score. Dit kan een spanningsveld opleveren tussen enerzijds het stellen van eigen doelen en normen en anderzijds het proberen te voldoen aan verwachtingen van anderen. Het onderstreept het belang van een verbinding tussen de benchmark en eigen doelstellingen van de instelling.

Download de onderzoekspublicatie

Voor meer informatie neem contact op