Eindrapportage: “Evaluatie convenanten lerarentekort primair onderwijs in de G5″

Auteurs:

José Hermanussen, Maartje Stroo, Bart Kleine Deters (ECBO) Emina van den Berg, Koen van der Ven (SEO Economisch Onderzoek)

Publicatiedatum:


Thema:

Leraren / docenten / opleiders

APA-referentie:

Hermanussen, J., Stroo, M., Kleine Deters, B., van den Berg, E., van der Ven, K. (2024), Evaluatie convenanten lerarentekort primair onderwijs in de G5. 's-Hertogenbosch ECBO/SEO

Korte samenvatting:

Omdat de personeelstekorten in het primair onderwijs het meest acuut zijn in de G5 (Almere, Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam), hebben deze steden in 2020 noodplannen opgesteld en per stad een convenant afgesloten om het lerarentekort aan te pakken. De maatregelen uit de convenanten zijn sinds 1 september 2020 in uitvoering. Op verzoek van OCW is de uitvoering gemonitord en geëvalueerd door ECBO en SEO Economisch Onderzoek. De hoofdvraag luidde: In hoeverre draagt de uitvoering van de maatregelen in de convenanten bij aan vermindering van de personeelstekorten?

De convenanten vertonen overeenkomsten in hun aanpak van het lerarentekort, langs vier pijlers die in alle convenanten in meer of mindere mate aandacht krijgen:

  1. Nieuwe instroom van leraren: onder andere door wervingscampagnes voor de regeling zijinstroom en het aantrekken van pas afgestudeerde pabo-studenten.
  2. Anders organiseren van het onderwijs: onder andere door een alternatieve invulling van de vijfde lesdag en de inzet van vakleerkrachten.
  3. Anders opleiden van leraren: onder andere door maatwerkopleidingen.
  4. Behoud van personeel: onder andere door het verlagen van de werkdruk van leraren en het bieden van meer loopbaanperspectief.

Binnen en tussen de convenanten is er veel samenwerking om het lerarentekort te bestrijden. Uit vragenlijsten en gesprekken blijkt dat besturen overwegend positief zijn over de samenwerking. Gezamenlijke afspraken, zoals over de inschaling van zij-instromers, helpen concurrentie te voorkomen. De samenwerking met gemeenten en lerarenopleidingen is in alle steden verbeterd. Hoewel gezamenlijke afspraken zijn gemaakt om concurrentie te voorkomen, blijkt solidariteit in de praktijk echter lastig, vooral bij hoge tekorten en toenemende druk. Grote besturen zijn gemiddeld liever over solidariteit dan kleine besturen.

De doeltreffendheid van de maatregelen in de convenanten kan niet zuiver worden vastgesteld. De maatregelen worden als samenhangend ‘pakket’ gezien, die op elkaar inwerken, onderling verweven zijn en veelal op dezelfde uitkomstmaten gericht zijn. Uitzondering hierop zijn de maatregelen ten aanzien van de zij-instroom, die duidelijk nieuwe leraren hebben opgeleverd. De cijfers over de tekorten tonen aan dat het lerarentekort nog niet is opgelost, integendeel zelfs. Betrokkenen bij de convenanten zijn er echter van overtuigd dat zonder deze maatregelen het tekort groter zou zijn.

Opbrengsten en factoren van invloed per pijler

Nieuwe instroom van leraren

De extra maatregelen in het voortraject voor zijinstromers hebben in alle vijf steden tot minder uitval geleid, mede dankzij verbeterde informatievoorziening en rolmodellen die een realistisch beeld van het leraarschap geven. Versterkte begeleiding en coaching helpen starters hun plek te vinden; zij voelen zich minder alleen en ervaren de coach als waardevol. De uniforme stagevergoeding in Den Haag verbetert het lerarenimago en in Rotterdam treedt 80% van onderwijsondersteuners na diplomering in dienst.

Anders organiseren

Een structurele visie op anders organiseren werkt effectiever dan ad-hoc beslissingen. Hoewel het effect op de vraag naar leraren niet direct meetbaar is, zijn er indirecte veranderingen, zoals een toename van niet-onderwijzend personeel en specifieke platforms voor externe professionals.

Anders opleiden

In steden die zich toeleggen op het professionaliseren van onderwijsondersteunend personeel, zoals Almere en Amsterdam, wordt positief gereageerd op de groeiperspectieven en de erkenning die dit met zich meebrengt. Over het algemeen wordt de samenwerking tussen opleidingsinstellingen en scholen als verbeterd ervaren, met name in steden als Utrecht en  Rotterdam, waar een gedeelde visie en solidariteit de basis vormen. Financiële aspecten blijken cruciaal voor het succes, waarbij gedekte studiekosten en heldere salarisstructuren bijdragen aan positieve resultaten.

Behoud van personeel

In zowel Amsterdam als Utrecht worden de ontstane netwerken vanuit de maatregelen als waardevol beschouwd, omdat ze bewustzijn creëren over loopbaankansen en de rol van schoolbesturen als werkgevers. Amsterdam heeft ook financiële prikkels ingezet om het beroep aantrekkelijker te maken, wat als positief wordt ervaren, hoewel de effecten nog niet volledig zijn onderbouwd.

De onderzoekers concluderen: De doeltreffendheid van de maatregelen in de convenanten kan niet zuiver worden vastgesteld. De maatregelen worden als samenhangend ‘pakket’ gezien, die op elkaar inwerken, onderling verweven zijn en veelal op dezelfde uitkomstmaten gericht zijn. Uitzondering hierop zijn de maatregelen ten aanzien van de zij-instroom, die duidelijk nieuwe leraren hebben opgeleverd. De cijfers over de tekorten tonen aan dat het lerarentekort nog niet is opgelost, integendeel zelfs. Betrokkenen bij de convenanten zijn er echter van overtuigd dat zonder deze maatregelen het tekort groter zou zijn.

Download de onderzoekspublicatie