Eindrapport: Verkenning naar praktijkgericht onderzoek in het mbo

Auteurs:

Anca Vadanescu, Bart Kleine Deters, Merel Wolf, Jos Lubberman

Publicatiedatum:


Thema:

Onderwijsorganisatie

APA-referentie:

Vadenescu, A., Kleine Deters, B., Wolf, M., & Lubberman, J. (2024) Verkenning naar praktijkgericht onderzoek in het mbo. Amsterdam: Regioplan

Korte samenvatting:

Het mbo is – als opleider van de helft van de Nederlandse beroepsbevolking en aanjager van innovatie in het mkb – van grote waarde bij het oplossen van grote maatschappelijke opgaven. In de Werkagenda mbo 2023-2027 Samen Werken aan Talent is onder meer als doel vastgelegd dat het mbo een volwaardige en gelijkwaardige partner in onderzoeks- en kennisnetwerken dient te worden. Practoraten spelen hierin een belangrijke rol. Het ministerie van OCW had behoefte aan een onderzoek naar de stand van zaken van praktijkgericht onderzoek in het mbo, dat moest resulteren in bruikbare handvatten voor een te ontwikkelen gedragen visie op praktijkgericht onderzoek en practoraten in het mbo. In deze verkenning is daarbij gekeken naar de stand van zaken in het mbo op het gebied van onderzoek en innovatie (onderwijskundig en anderszins) en wat er volgens betrokkenen nodig is om het mbo een gelijkwaardige partner in de onderzoeks-, innovatie-, en kennisinfrastructuur te maken.

Onderzoek in het mbo vindt plaats op veel verschillende manieren, met practoraten als meest zichtbare partij. Het vindt plaats in de driehoek tussen onderwijs, praktijk en onderzoek. Onderzoeksvragen komen veelal uit de onderwijs- en/of beroepspraktijk, en opbrengsten moeten bruikbaar zijn in deze praktijk. De sector ontwikkelt haar eigen onderzoekspraktijken, en er is brede steun voor een eigenstandige positie voor practoren in de onderzoeksinfrastructuur. Er zijn ook aandachtspunten, die momenteel verdere groei bemoeilijken. Dit zijn: