Educatie: een tak apart?

Deel II: Vavo en overige trajecten.

Auteurs:

Renée van Schoonhoven

Publicatiedatum:


Thema:

Instroom-doorstroom-uitstroom

APA-referentie:

Van Schoonhoven, R. (2008). Educatie: een tak apart? Inventarisatie naar reorganisaties als gevolg van marktwerking. Deel II: Vavo en overige trajecten. Amsterdam: Max Goote Kenniscentrum voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Korte samenvatting:

De Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) geeft aan roc’s (regionale opleidingencentra) de opdracht beroepsonderwijs aan te bieden én educatie te verzorgen. Educatie bevordert volgens de WEB de persoonlijke ontplooiing ten dienste van het maatschappelijk functioneren van volwassenen; het is waar mogelijk gericht op aansluiting op het beroepsonderwijs. In internationaal opzicht is deze combinatie van educatie en beroepsonderwijs in één stelsel uniek. Door tal van ontwikkelingen ziet het er echter naar uit dat deze unieke voorziening binnen nu en een paar jaar definitief uit het bestel verdwijnt. Om de ontwikkelingen bij educatie in beeld te brengen is het Max Goote Kenniscentrum gestart met enkele korte inventariserende studies.

Een eerste rapportage, waarin het accent ligt op de komst van marktwerking bij de inburgeringscursussen, is in 2007 verschenen. Het tweede deel beschrijft de ontwikkelingen bij het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) en bij de overige trajecten (‘basiseducatie’). Uit de MGK-inventarisatie komt naar voren dat tegen de achtergrond van diverse ontwikkelingen de kans groot is dat educatie tussen nu en 2012 definitief uit het bve-bestel verdwijnt. Uit de analyse blijkt dat de doelgroepen van educatie (vavo en overige trajecten) anno 2008 uitermate diffuus zijn en dat door het ontbreken van een eenduidige en in de praktijk toegepaste kwalificatiestructuur niet altijd helder is wat de maatschappelijke opbrengsten van de voorzieningen zijn. Door het (deels) wegvallen van de inburgeringscursussen bij roc’s nemen de educatie-units getalsmatig steeds vaker een marginaler positie in. De financiering van het aanbod is in toenemende mate afhankelijk van externe partners, in het geval van het vavo met name van de vo-scholen. De ‘basisfinanciering’ vervalt na 2009 bij de komst van het participatiebudget. De komst van het participatiebudget houdt in dat de gedwongen winkelnering van gemeenten bij roc’s ten aanzien van vavo en overige trajecten komt te vervallen. De educatiegelden zullen dan net als nu het geval is met de inburgerings- en WWB-gelden op de vrije markt van scholingsinstellingen worden aanbesteed. Het is dan voor roc’s zeer wel mogelijk -net zoals dat nu voor inburgeringstrajecten het geval is- dat zij via aanbesteding (delen van) de educatietrajecten binnenhalen die nu nog gefinancierd worden via de WEB-middelen.

Maar van een wettelijk vaststaande voorziening bij álle roc’s die gefinancierd worden vanuit gemeentelijke budgetten zal dan geen sprake meer zijn. Met deze ontwikkeling vervalt ook de verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs (OCW) voor de toegankelijkheid en deugdelijkheid van deze onderwijsvoorzieningen. Inspectietoezicht op de kwaliteit van het vavo (voor zover het de niet-uitbestede leerlingen uit het vo betreft) en overige trajecten is dan niet meer aan de orde. Educatie als publieke voorziening met een sterke professionele infrastructuur dreigt binnenkort vrijwel geheel te verdwijnen, zeker nu er ook sprake is van de komst van marktwerking ten aanzien van vavo en overige trajecten. Opmerkelijk is dat deze ontwikkeling zonder noemenswaardig debat op landelijk niveau lijkt plaats te vinden. Een principiële discussie over het behoud van de unieke combinatie tussen educatie en beroepsonderwijs, die is verankerd in de wet, wordt nauwelijks of niet gevoerd. Met de inventarisatie die in de rapportage wordt beschreven, hoopt MGK eraan bij te dragen dat dit debat alsnog gaat plaatsvinden.

Download de onderzoekspublicatie

Voor meer informatie neem contact op