De toekomst van vakmanschap

Auteurs:

Marieke Buisman, Rolf van der Velden, Metje-Jantje Groeneveld, Hester Smulders & Anneke Westerhuis

Publicatiedatum:


Thema:

Arbeidsmarkt - Onderwijs

APA-referentie:

Buisman, M., Van der Velden, R., Groeneveld, M.-J., Smulders, H., & Westerhuis, A. (2017). De toekomst van vakmanschap. Amsterdam: Kohnstamm Instituut i.s.m. ROA, AMCIS en ecbo.

Korte samenvatting:

Specialistisch opgeleide mbo-vakmensen hebben de beste baankansen en aantrekkelijk werk. Dat is tegen de verwachting in: vaak wordt gedacht dat smal opgeleiden het moeilijker krijgen op de arbeidsmarkt naarmate ze ouder worden, omdat hun vaardigheden sneller verouderen. Deze nieuwe bevinding blijkt uit onderzoek in opdracht van NRO, uitgevoerd door een consortium bestaande uit ROA, AMCIS, Kohnstamm Instituut en ECBO. In het onderzoek is in kaart gebracht aan welk type vakmanschap van middelbaar opgeleiden behoefte is  op de arbeidsmarkt en wat dit betekent voor de inrichting van het mbo. Verder beschrijft het onderzoek dat de arbeidsmarktperspectieven van breed opgeleide mbo-vakmensen op de tweede plaats volgen, vooral omdat ze minder goede baankansen hebben aan het begin van hun loopbaan.

Voor praktische opgeleide vakmensen (met een smalle mbo-opleiding, met name op niveau 1 en 2) verloopt de overgang van school naar de arbeidsmarkt soepel. Maar daar staat tegenover dat praktische vakmensen vaak lang werken in beroepen met een laag salaris en een lage beroepsstatus. De opwaartse mobiliteit blijft achter voor deze groep. Dit maakt de positie van de praktisch opgeleide vakman kwetsbaar. Ook op de middellange termijn is vooral behoefte aan specialistische en brede vakmensen. Aansluiting tussen opleiding en beroep wordt zwakker, vooral in het mbo. Zorgelijk punt is dat de link tussen opleiding en beroep in het mbo in de laatste decennia zwakker is geworden. In tegenstelling tot hbo- en wo-afgestudeerden komen mbo’ers in een steeds bredere waaier beroepen terecht. Dat is een nadeel: een zwakke aansluiting is ongunstig voor de inkomenspositie van schoolverlaters. Hoe zwakker de link tussen opleiding en baan, hoe lager het salaris.

Toch kunnen we niet stellen dat omdat we positieve arbeidsmarktuitkomsten vinden voor specialistische mbo-opleidingen, alleen smalle beroepsspecifieke vaardigheden ertoe doen. Generieke vaardigheden zoals taal, rekenen, probleemoplossend vermogen- worden later in de loopbaan belangrijker, zowel voor de hoogte van het salaris, als voor de kans op werk. Juist in beroepen waar veel aanspraak wordt gedaan op hoge niveaus van deze vaardigheden, zien we een sterke groei in werkgelegenheid. Kortom: voor goed vakmanschap zijn zowel specifieke als generieke vaardigheden essentieel en de kunst is vooral om die twee aspecten goed te integreren in het curriculum.

Meer weten?

ECBO publiceerde eerder dit jaar een rapport over vakmanschap in vergelijkend perspectief: Opleiden voor vakmanschap in Nederland, Duitsland en Frankrijk.

ROA heeft een pagina met publicaties die het project heeft opgeleverd. NWO heeft een pagina met publicaties die uit het project zijn voortgekomen.

Download de onderzoekspublicatie

Voor meer informatie neem contact op