De effectiviteit van een Individuele Leerrekening

Gaan de werknemers met een ILR vaker cursussen volgen dan werknemers zonder?

Auteurs:

Cees Doets & Tonny Huisman

Publicatiedatum:


Thema:

Arbeidsmarkt - Onderwijs

APA-referentie:

Doets, C., & Huisman, T. (2009). De effectiviteit van een Individuele Leerrekening. ’s-Hertogenbosch/Amsterdam: ECBO.

Korte samenvatting:

De individuele leerrekening bestaat uit een budget voor scholing of opleiding dat beschikbaar wordt gesteld door de overheid, aangevuld met bijdragen van opleidingsfondsen en/of werkgevers. De werknemer kan hierover beschikken om naar eigen inzicht een opleiding of cursus te volgen. In Nederland is regelmatig aandacht besteed aan de mogelijkheid om scholing via (varianten van) een leerrekening te financieren. In juni 2008, stelde de Commissie Arbeidsparticipatie de introductie van een ”Werkbudget voor iedereen” voor, dat bedoeld is om de competentieontwikkeling van werkenden te bevorderen.

Enkele jaren geleden is op initiatief van de rijksoverheid in Nederland een tweetal succesvolle experimenten met individuele leerrekeningen uitgevoerd. Door het ontbreken van een controlegroep leverden deze experimenten echter geen betrouwbaar inzicht op van de feitelijke effecten ervan op het leergedrag van de werknemer. Om deze effecten te kunnen vaststellen is daarom in de periode 2006-2008 een natuurlijk experiment uitgevoerd waarin het leergedrag en de leermotivatie van werknemers met en zonder een individuele leerrekening met elkaar zijn vergeleken. Dit wetenschappelijke onderzoek is geïnitieerd door de projectdirectie Leren en Werken van de ministeries van OCW en SZW en werd uitgevoerd door CINOP Expertisecentrum in nauwe samenwerking met vier OO-fondsen: Aequor Services, CKO/AGF, de SOL en het Centrum Natuursteen.

De conclusie van de resultaten van het onderzoek is dat het bezit van een individuele leerrekening het leergedrag stimuleert van werknemers in het algemeen, en van specifi eke groepen in het bijzonder. De leerrekening vervult ten eerste een instrumentele bijdrage: verbetering van het functioneren in de huidige baan. Ten tweede is er een meer intrinsieke functie: de behoefte aan verdere persoonlijke ontwikkeling. De economische betekenis van de leerrekening schuilt niet direct in een verbetering van de salariëring of een verandering van arbeidssituatie van de respondenten. Als zodanig leidt dit onderzoek tot de conclusie dat de leerrekening meer een ontwikkelingsinstrument is dan een economische prikkel geeft. Het rappport eindigt met enkele aanbevelingen die bij de invoering van een leerrekeningstelsel van belang kunnen zijn. Deze overwegingen zijn niet exclusief van toepassing op leerrekeningen en hebben mogelijk ook voor andere instrumenten betekenis. De auteurs wijzen op de noodzaak van een cultuuromslag van (collectief) aanbodgericht scholingsdenken naar (individueel) vraaggericht scholingsdenken; een adequate afstemming van financieringsbronnen; en het onderscheid tussen een generieke inzet en inzet voor specifieke groepen. De introductie van de leerrekening in de praktijk biedt ook mogelijkheden om het gebruik ervan verder te optimaliseren.

Download de onderzoekspublicatie

Voor meer informatie neem contact op