De achtergrond van verschillen tussen studenten op mbo-niveau 3 en 4

Vier casestudies in de opleiding Maatschappelijke Zorg

Auteurs:

Alieke Hofland & Anneke Westerhuis

Publicatiedatum:


Thema:

Onderwijsorganisatie

APA-referentie:

Hofland, A., & Westerhuis, A. (2017). De achtergrond van verschillen tussen studenten op mbo-niveau 3 en 4; vier casestudies van de opleiding Maatschappelijke Zorg. Onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Kennisrotonde. 's-Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs.

Korte samenvatting:

Wat zijn de specifieke kenmerken voor niveau 3 mbo-studenten met betrekking tot curriculum ontwerp? Kunnen we rekening houden met specifieke kenmerken die niveau 3 studenten hebben ten opzichte van de andere niveaus bij het ontwerpen, indelen en organiseren van het curriculum? In casestudies is achtergrondinformatie verzameld over de specifieke kenmerken van niveau 3 mbo-studenten. Wanneer we kijken naar de specifieke kenmerken van mbo-leerlingen op niveau 3 (ten opzichte van de leerlingengroepen op de andere niveaus) kunnen we al snel de conclusie trekken dat het lastig blijkt om specifieke leerlingskenmerken toe te dichten aan de groep van niveau 3 studenten als geheel. Dit omdat de mbo-populatie op een groot aantal kenmerken zeer divers is en deze variëteit zich zowel binnen als tussen niveaus aftekent. Uit de uitgevoerde casestudies komen evenwel verschillen tussen beide groepen studenten naar voren (niveau 3 en 4), deze zijn echter niet los te zien van de organisatie van de opleidingen voor Maatschappelijke Zorg.

De verschillen zijn met name cognitief van aard en te herleiden tot de intakeprocedure. Daarin is het niveau van de vooropleiding, en daarmee de aard van de kennis en de vorm van kennisoverdracht, bepalend voor de niveautoedeling. Het resultaat is dat in de lessen op niveau 4 meer ruimte is voor verdieping terwijl op niveau 3 de tijd wordt benut voor het maximaal concretiseren van de lesstof aan de hand van praktijkvoorbeelden. Dat de intakeprocedure selecteert op cognitief niveau kan niet los worden gezien van het feit dat de opleiding op twee niveaus wordt aangeboden en op dit criterium de groepen dan ook worden gehomogeniseerd. Met andere woorden, als de opleidingsorganisatie anders wordt ingericht, bijvoorbeeld door de opleiding op niveau 3 te verbreden door deze te combineren met een andere opleiding en op niveau 4 te verdiepen, zoals in één casus het geval is, worden wellicht in de intake (ook) andere toedelingscriteria gebruikt.

Download de onderzoekspublicatie

Voor meer informatie neem contact op