Ondernemendheid als kerncompetentie

Home » Ondernemendheid als kerncompetentie
Ondernemendheid als kerncompetentie2017-02-18T15:46:59+02:00

Ondernemendheid als kerncompetentie

Koning Willem I College

Praktijkvoorbeeld Koning Willem 1 College

Het Koning Willem 1 College is drie jaar geleden voor niveau 4 studenten aan de Ondernemersacademie begonnen met het programma Ondernemendheid . Met dit innovatieve onderwijsprogramma tracht het Koning Willem 1 College aandacht te schenken aan competenties die van belang zijn op de hedendaagse arbeidsmarkt. Niet zozeer het opleiden van leerlingen tot ondernemers, maar juist werken aan hun sociale en communicatieve vaardigheden. Na een aantal geslaagde eerste jaren is er sinds dit jaar ook gestart met een pilot onder niveau 1 en 2 studenten.

Het programma Ondernemendheid is ontstaan en ontwikkeld door een projectgroep docenten, waarbij de competenties centraal staan uit het promotieonderzoek van Martijn Driessen. Hierbij is ”ondernemendheid” een parapluterm voor een veertiental competenties waarvan wordt verondersteld dat studenten over deze moeten beschikken om succesvol te zijn in de maatschappij van morgen. Met competenties als creativiteit, proactiviteit en sociale oriëntatie hangen deze competenties nauw samen met die competenties die vaak onder 21ste-eeuwse vaardigheden worden geschaard. Toch blijkt Ondernemendheid meer dan alleen een parapluterm voor de competenties binnen het programma.

Het zijn immers de studenten die in het programma op een ondernemende wijze aan verschillende competenties werken. Eén dag in de week krijgen de studenten vijf uur de tijd om aan verschillende opdrachten te werken. Iedere opdracht herbergt verschillende competenties waar studenten zelfstandig en resultaatgericht aan werken. Standaard beginnen de studenten in het Werkatelier, waar zij opdrachten uitkiezen en direct aan de slag gaan. Een zogenaamde e-scan heeft in een eerder stadium al in kaart gebracht aan welke competenties de student aandacht moet besteden. Deze e-scan wordt zowel ingevuld door de student zelf (in de vorm van een zelfevaluatie), alsook door twee personen uit zijn of haar directe omgeving.

De moeilijkheidsgraad van de opdrachten stijgt naarmate de student meer opdrachten uitvoert, waarbij de student begint op het niveau starter en eindigt op het niveau expert. Zo kan het zijn dat de student begint met het verkopen van een product op marktplaats, maar dat diezelfde student een half jaar later een eigen product moet verzinnen, hier marktonderzoek naar moet doen, het product in de markt moet zetten èn een minimale omzet van €200,- moet behalen. Het Koning Willem 1 College heeft een pallet van 100 van dit soort opdrachten ontwikkeld.

Docenten nemen een begeleidende, observerende en zo nodig coachende rol in tijdens het programma. Dit betekent dat docenten studenten ondersteunen met het bewust kiezen van de opdrachten en bijbehorende competenties. Tijdens de opdracht stuurt de docent door het stellen van vragen. Na het afronden van de opdracht vindt er een reflectiemoment plaats, waarbij de student een reflectieformat invult. Dit format is opgezet volgens de STAR-methodiek: de student reflecteert op de situatie (beschrijft de context waarin de opdracht heeft plaatsgevonden), de taak die uitgevoerd moest worden, welke acties er ondernomen zijn om de taak gedaan te krijgen en wat het resultaat was van deze aanpak. De docent leest dit reflectieverslag en voert direct hierna een coachingsgesprek met de student. Het is hierbij de bedoeling dat hierin voortgang op competentieniveau centraal staat, in plaats van op opdrachtniveau. De student ontvangt de benodigde studiepunten als alle opdrachten met een voldoende zijn afgerond en alle coachingsgesprekken hebben plaatsgevonden.

Met dit programma worden competenties voor studenten inzichtelijk gemaakt binnen de opdrachten. Door duidelijk aan te geven waaraan, hoe en waarom, helpt dit proces de juiste mindset te creëren bij studenten om op de juiste wijze kansen te benutten op de hedendaagse arbeidsmarkt. Studenten ervaren dat als je dingen maar doet en je stapt op mensen af, dat je dan veel gedaan krijgt. De manier waarop je dat doet, je houding en je gedrag, zijn daarin bepalend en het stuk reflectie helpt bij de bewustwording daarvan.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Bart Hermsen, b.hermsen@kw1c.nl.

Contact

Dr. Pieter Baay
Dr. Pieter BaayOnderzoeker
06-54675627

Gerelateerd nieuws

410, 2018

Practoraat Brede Vorming gelanceerd in co-creatie met ecbo

Door |4 oktober 2018|Categorie(ën): Docent in het beroepsonderwijs, Kennisverspreiding, Kernvaardigheden|Tags: , |Reacties uitgeschakeld voor Practoraat Brede Vorming gelanceerd in co-creatie met ecbo

Practoraat Brede Vorming gelanceerd in co-creatie met ecbo

Op 3 oktober is het practoraat Brede Vorming gestart bij ROC Friese Poort. Koen Vos is als practor geïnstalleerd en gaat de komende vier jaar verder aan de slag met brede vorming in het mbo. Ter voorbereiding op het practoraat schreven ROC Friese Poort en ecbo de publicatie ‘brede vorming: waarom nu?’. In de komende vier jaar zal ecbo het practoraat ondersteunen op onderzoeksmatig vlak, waarbij onder andere gewerkt wordt aan een leergang voor onderwijsprofessionals en een keuzedeel rondom community service learning.

307, 2018

Nieuw! Klas21 – Doe mee!

Door |3 juli 2018|Categorie(ën): Kennisverspreiding, Kernvaardigheden|Tags: , , |Reacties uitgeschakeld voor Nieuw! Klas21 – Doe mee!

Samen met studenten kennis verspreiden

Op 4 oktober 2018 start ecbo met Klas21, een fictieve klas met 21 mbo-studenten. Met Klas21 willen we studenten nog meer betrekken bij (de ontwikkeling van het instrument van) KOMPAS21 en hen inzetten als kennisverspreiders.

2106, 2018

21ste-eeuwse vaardigheden in mbo en hbo

Door |21 juni 2018|Categorie(ën): Kernvaardigheden|Tags: |Reacties uitgeschakeld voor 21ste-eeuwse vaardigheden in mbo en hbo

Docentprofessionalisering centraal

Wat staat het mbo en hbo te doen rond 21ste-eeuwse vaardigheden? Op 5 juni kwamen professionals uit mbo en hbo bij elkaar om te spreken over een onderzoeksagenda voor het hbo en een professionaliseringsagenda voor het mbo. Ook de inrichting van de schoolcontext inclusief curriculumontwikkeling en gevolgen voor het management- en bestuursniveau kwamen uitgebreid aan bod.

Gerelateerde bijeenkomsten

Gerelateerde projecten en publicaties

2019-01-09T20:44:43+02:00

De rekentoetsen voor leerlingen met ernstige rekenproblemen (ER)

De rekentoetsen voor leerlingen met ernstige rekenproblemen (ER)

Het einddoel van het rekenonderwijs is om leerlingen op te leiden zodat ze adequaat kunnen omgaan met rekenkundige informatie in het (vervolg)onderwijs en in het dagelijks leven. Met de invoering van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen is in 2010 voor alle onderwijssectoren vastgelegd wat leerlingen minimaal moeten beheersen op het gebied van taal en rekenen.

2017-11-22T15:30:50+02:00

Slowscan ROC Friese Poort

21ste-eeuwse vaardigheden in het curriculum van ROC Friese Poort Zorg en Welzijn

De aandacht voor 21ste-eeuwse vaardigheden is de laatste jaren gegroeid. Vaardigheden als kritisch denken, samenwerken en ondernemendheid zijn helemaal niet nieuw, maar wel anders dan 50 jaar geleden. Deze vaardigheden worden belangrijker dankzij een veranderende arbeidsmarkt en samenleving.

2017-12-10T12:16:18+02:00

De waarde(n) van brede vorming

Het mbo introduceert op geheel eigen wijze de maatschappelijke dienstplicht uit het regeerakkoord. ROC Friese Poort experimenteert met Community Service Learning en onderzocht met expertisecentrum beroepsonderwijs (ecbo) de toepassing van brede vorming (Bildung) in het mbo. Hun onderwijs laat studenten een maatschappelijke dienst leveren en stimuleert zo de brede vorming van studenten. Daarbij reflecteren studenten vanuit een Bildungsdenken op wat ze doen, wie ze zijn en hoe ze in de wereld staan.

Stel uw vraag