Studiesucces verhogen via gezamenlijk (zelf) onderzoek: een kwestie van waarderend omgaan met grenzen en verschillen

Ter illustratie

23 november 2022

Beste MBO collega,

Met deze brief wil ik je op de hoogte brengen van de minireeks studiesucces verhogen. In die minireeks geven we aan hoe we binnen Albeda bezig zijn om het begrip onderwijsresultaten hanteerbaar te maken. Het is een uitdagende klus om, zoals wij graag willen, met alle medewerkers samen te onderzoeken wat daarin werkt, waar we voor willen gaan en vooral hoe we voortgang inzichtelijk kunnen blijven houden. Jullie zullen dat mogelijk herkennen.

Laat ik echter om te beginnen mezelf en de drijfveer die ik heb gericht op het verhogen van studiesucces introduceren. Je weet dat ik ook als docent je collega ben geweest en later als lerarenopleider jarenlang nieuwe collega’s heb mogen opleiden. Ik weet hoe het is om studenten te zien uitvallen en hoe je kan worstelen met studenten die je niet “aan” krijgt. Ik weet ook hoe lastig het is als je ziet dat bij de ene docent er aan het eind van het jaar nog volle klassen zitten en bij de andere veel minder. En dat bij de ene collega zelfs bijzonder drukke of erg af- gesloten studenten fantastisch presteren, terwijl ik van de andere collega vooral hoor dat de studenten niet het niveau hebben en zich niet meer respectvol gedragen. In het ene team waarin ik zelf zat werd het gestimuleerd om eigen haalbare doelen te stellen en werd steun vanuit collega’s gegeven en kon je dat ook zelf geven en in het andere team wilde je vooral je prestatie ten opzichte van anderen hooghouden omdat alles direct in de beoordelingscyclus terecht kwam. Ook heb ik aan den lijve ondervonden hoe “krachtenvelden” boven je macht ertoe leiden dat we soms met zijn allen interventies uitvoeren, omdat ze hip zijn, omdat er politieke druk en of financiering bij komt kijken. “Fear of missing out” heet dat tegenwoordig. Ook ik wilde er vooral graag bij geweest zijn, profiteren van de inspiratie en energie die daarbij hoorde en was dan vaak dan even wat minder bezig met het kijken naar de gewenste voortgang op de leerprestaties van de student. Ik weet nu inmiddels dat ik niet de enige ben die dat jarenlang zo ervaren heeft. Bij dergelijke professionalisering mist een “theory of improvement”: we hebben hoogstens een vaag idee hoe de professionalisering ons helpt de leerprestaties van studenten te verhogen en we monitoren ook niet of dat ook klopt.

Mijn drijfveer is dat we onze studenten echte kansen geven, we echt inclusief zijn, ook of juist voor studenten die het wat minder hebben getroffen totdat ze bij ons kwamen! En voor instromende nieuwe medewerkers ga ik voor de verademing van een lerende- en onderzoekende omgeving die Albeda voor iedereen -medewerker of student- is. Dan heb ik er ook het volste vertrouwen in dat we met elkaar lastige uitdagingen zoals het verhogen van studiesucces aan kunnen. Lerend, onderzoekend, creatief en analyserend.

Na deze persoonlijke introductie vraag jij je misschien af hoe dat terug te zien is in onze aanpak bij Albeda? Het zal je niet verbazen dat ik erg blij ben met onze aanpak die uitgaat van interne experts en dat zijn experts die er vanwege hun eigen langdurige verbinding met Albeda belang bij hebben dat er duurzaam resultaat wordt geboekt. Met een mooi woord hebben we gekozen voor een participatief actieonderzoek. De teams onderzoeken de effectiviteit van hun onderwijs zelf, daarin begeleid door interne experts/stafadviseurs. Het onderzoek is actiegericht, de kernvragen zijn:

  • Doen we de goede dingen?
  • Doen we de dingen op de goede wijze?

We maken daarbij gebruik van een model dat ons helpt vat te krijgen op het grote begrip onderwijsresultaten.

Analysemodel Albeda

Dit model onderscheidt 11 verschillende resultaten waarvan we mogen aannemen dat het uiteindelijk ook tot meer gediplomeerde studenten zal leiden. Het gaat dan om resultaten die invulling geven aan verschillen in effectiviteit tussen teams en tussen individuele docenten en het in beeld hebben en effectief omgaan met verschillen tussen studenten. Dit model heeft als bijkomend voordeel dat het ons hanteerbare criteria biedt om voortgang te meten en 50 evidence-based acties benoemt om resultaat op die factoren te boeken. Deze criteria en acties kunnen we per team, per docent en per student (blijven) evalueren:

  • Hoe goed voeren we deze actie uit?
  • In hoeverre geloven we dat met deze de leerprestaties van onze studenten gaan verbeteren?
  • Hoeveel moeite zal dit kosten?

Het bovenstaande actieonderzoek liep al toen de kans zich voordeed om een minireeks Mbo Onderzoeksdag invulling te geven en die hebben we met beide handen aangegrepen. We zagen de mogelijkheid om ook met externe deskundigen – onderzoekers en kwaliteitszorg betrokkenen – de aanpak te evalueren, bij te stellen en eventuele alternatieven naast elkaar te leggen. In een eerste sessie hebben we heel nauwkeurig gekeken hoe ons initiatief om het studiesucces te verhogen onderzoeksmatig in elkaar zat.

Actieonderzoek

Onder leiding van de practor Ada ter Maten en docent-onderzoeker Mark Peeters hebben we zorgvuldig gekeken naar:

  • Aanleiding van het onderzoek
  • Context van het onderzoek
  • Definitie van het probleem studiesucces: is het een reëel en herkenbaar probleem?
  • Aanpak: is onderzoek hier de aangewezen weg?
  • Onderzoeksmethode: welke methode hebben we gebruikt en waarom?
  • Welke data hebben we verzameld?
  • Wat zijn de voorlopige resultaten zowel gezien het probleem studiesucces als ook gezien de onderzoekende aanpak?

Deze gesprekken gaven het beeld dat dit een hele nieuwe aanpak is voor teams die nog niet altijd aansluit bij de verwachtingen. Er is de neiging om direct in actie te schieten en er wordt gevraagd om eerst een lange lijst van mogelijke acties te evalueren. Dat voelt soms tegennatuurlijk. De belangrijkste opbrengst is dat er een vrij nauwkeurige foto wordt gemaakt van de stand van zaken van het team. De vraag is in hoeverre alle betrokken docenten en ook studenten feitelijk betrokken zijn bij dit onderzoek, zoals bedoeld was. Vaak bleek de betrokkenheid bij het onderzoek beperkt te blijven tot het leidende groepje uit het team. Daarop hebben de begeleiders de aanpak verder ontwikkeld: we betrekken nu alle docenten bij een zelfevaluatie op docentfactoren en docenten én studenten bij een zelfevaluatie op studentfactoren.

In een tweede sessie, in Coronatijd, wilden we graag kijken naar alternatieve aanpakken om de kwaliteitszorg op het gebied van onderwijsresultaten te verrijken met een onderzoeksmatige aanpak. We hebben een onlinepresentatie gekregen van practor Peter Hulskemper en Erik Meeuwsen van het ROC Amsterdam over hun aanpak. Daarin viel vooral op hoe zij persisteerden in een onderzoekende houding toen het VR bril onderzoek in eerste instantie niet tot succes leek te leiden. We hebben daar als begeleiders van het actieonderzoek studiesucces vooral in meegenomen dat ook tussenresultaten weer kritisch bekeken en geanalyseerd moeten worden. Het onderscheid maken tussen korte termijn meetbare leereffecten en lange termijn leereffecten was ook een eye-opener. Dat sloot aan op de opmerking van Ada ter Maten in de eerste sessie dat het ook belangrijk is te kijken naar het effect op de onderzoekende houding van alle betrokkenen. Studiesucces verhogen is in belangrijke mate gebaat bij een volgehouden onderzoekende houding van zoveel mogelijk betrokkenen.

In de tweede sessie hebben we ook stilgestaan bij het onderzoek van lector studiesucces van de HRO Ellen Klatter. Zij heeft onderzoek gedaan bij bovengemiddeld succesvolle teams naar de mechanismen die daar aan het werk waren vanuit de CIMO methodiek. We hebben met een aantal docenten, onderwijsleiders, onderzoekers en begeleiders van het actieonderzoek uitstekende gesprekken over deze onderzoeksbenadering gehad en de interessante link met formatief handelen en backwards design verkend. We denken als begeleiders van studiesucces dat mechanisme onderzoek uitstekend kan helpen om het eerder beschreven onderzoekskader van de 11 factoren en 50 acties verder te verrijken, verdiepen en mogelijk zelfs verbreden. In ieder geval geeft het mogelijkheden om met onderzoek in de specifieke MBO en Albeda context te kijken in hoeverre deze factoren en acties daadwerkelijk bijdragen aan een focus op resultaat van ingezette verbeteracties en professionaliseringen. Welke mechanismen en interventies verklaren het succes van onze topteams? Welke mechanismen verklaren precies het achterblijven van studiesucces van kwetsbare jongeren of jongeren uit probleem accumulatie gebieden (APCG gebieden)?

Vraag in context

Wat maakt nu dat ROC’s uit de G4 zoveel meer moeite hebben de jongeren uit hun doelgroepen te laten presteren op school? Wat zijn de daarin werkzame mechanismen en hoe kunnen we daarin op school succesvol interveniëren? Hebben deze mechanismen en acties een relatie met het analysemodel studiesucces? Daarnaast konden we de inhoudelijke conclusies van het onderzoek bij de HRO “grip op studiesucces” ook goed herkennen als het gaat over een compact curriculum, het monitoren en effecten meten en de belangrijke rol van het onderwijskundig leiderschap op alle niveaus in de organisatie. Dat laatste zien we bij Albeda ook terug in een herformulering van de aanpak studiesucces waar heel expliciet een stap “de directie aan zet” is geformuleerd.

Op de Mbo Onderzoeksdag hebben we onze derde sessie gehad, waar we met twintig collega’s uit het land ons onderzoek hebben toegelicht en ook in break-out rooms getracht hebben om de collega’s te laten ervaren hoe wij werken door een evaluatie van de factor motivatie uit te voeren zoals we dat ook in het actieonderzoek met werkgroepen uit teams doen. We hadden erg goede gesprekken met diverse collega’s in den lande over het onderzoeksmatig met kwaliteitsverbetering bezig zijn. We hebben ook een evaluatie vanuit ons evaluatiemodel studiesucces gedeeld en dat sprak diverse aanwezige medewerkers van de ROC’s aan. Die evaluatie levert meer actiepunten op en een nauwkeuriger gesprek over de kwaliteit van het onderwijs dan een reguliere evaluatie op het waarderingskader van de inspectie. Ook werd herkend dat wij topkwaliteit vragen van onze teams en docenten en dat we met deze evaluatie ook een instrument in handen hebben om daar invulling aan te geven. Het levert onderbouwing van verbeteracties op weg naar de benodigde topkwaliteit en daarnaast ook criteria voor monitoring en vervolgonderzoek van actie en resultaat.

Nou beste collega, hiermee kom ik aan het einde van mijn brief. We zijn naar aanleiding van de Mbo Onderzoeksdag met een aantal ROC’s in gesprek geraakt over de weg naar topkwaliteit onderwijs. We kijken samen met hen hoe een meer nauwkeurige kwaliteitszorg kan helpen om de acties en professionaliseringen meer gericht te houden op het studiesucces van onze studenten. Dat zijn mooie en inspirerende gesprekken. Mocht jij ook in gesprek willen met ons als antwoord op deze brief, of anderszins, voel je dan van harte welkom! We zijn ook zeer benieuwd naar jullie aanpak, successen en worstelingen. Ook ontwikkelen we mede als gevolg op het geleerde in deze minireeks intern onze aanpak op elk niveau van de organisatie steeds verder door. Het draaiboek kent inmiddels varianten en kortere versies en de monitorgesprekken in de kwaliteitscyclus op elk niveau krijgen invulling. We stimuleren de analyse en monitoring van professionaliseringsinterventies, van teamplannen en collegeplannen en van onderzoek dat verdere mechanismen blootlegt die spelen voor onze specifieke doelgroepen. Persoonlijk kan ik zeggen dat ik ook in deze sessies weer overal onze enorme liefde voor leren heb kunnen ervaren. Als we dat kunnen combineren met de wijsheid om te accepteren dat wij allen ook onze grenzen en beperkingen hebben naast onze talenten dan blijft het ook een haalbare en prettige manier om constant samen te blijven zoeken naar vervolgstappen en verbeterstappen. Ik hoop dat jullie die combinatie van doelgerichtheid, inspiratie en haalbaarheid ook in deze brief konden herkennen.

Met hartelijke groeten, namens Albeda, namens de onderzoekende teams/docenten en begeleiders van het onderzoek, de kwaliteitszorg adviseurs en het practoraat leerwerkplaatsen,

Rick Elbers

Over de auteur

Rick Elbers is adviseur Onderwijs en Kwaliteit van Albeda. Hij is een onderwijspsycholoog met ervaring als docent, trainer en ontwikkelaar in bedrijfsleven, lerarenopleidingen en het mbo. Hij zet graag en makkelijk nieuwe dingen neer, vind de drijfveren van mensen waarmee hij leeft en werkt het allerbelangrijkste en ontwikkelt dus ook graag door in samenwerking met veel collega’s.

Over deze bijdrage

In de aanloop naar de Mbo Onderzoeksdag 2021 organiseerden we mini-reeksen. Kleine leergroepen waarin deelnemers gedurende een aantal bijeenkomsten met elkaar over een specifiek thema in gesprek gingen vanuit hun eigen onderzoekend vermogen. In de bundel ‘13 bijdragen aan thematische kennisontwikkeling en duurzame netwerkvorming’ geven de leiders van mini-reeksen een inkijkje in hun ervaringen. Daarvan is deze bijdrage er één.