De weg vinden in studentinitiatief in het mbo bij niveau 2 studenten

Ter illustratie

14 december 2022

In deze tijd (begin 2022, red.) zit ik, net zoals mijn collega’s, thuis te werken. Ver weg van mijn studenten, ver weg van mijn collega’s. Het thuiszitten is soms ook voor mij lastig, want hoe vind je de weg als je die kwijt bent? Van origine ben ik een padvinder. De weg vinden kan op verschillende manieren. Het liefst zou ik gewoon gaan ontdekken, overleggen en ervaren. Dat zou voor mijn studenten ook gelden, want ik wil ook graag dat mijn studenten kunnen ontdekken, overleggen en ervaren. Al heb je soms ook een kaart nodig, soms zelf een specifieke route, omdat sommige wegen wel heel lastig te vinden zijn. De minireeks ‘Student initiatief studenten niveau 2’ was geheel online, zelfs de geplande fysieke bijeenkomst in Den Bosch was uiteindelijk online. Daardoor was het voor sommige deelnemers wel makkelijk om aan te haken, maar ook makkelijker om te verdwalen. Er waren deelnemers vanuit Maastricht tot aan Leeuwarden en van Rotterdam tot aan Enschede. Deelnemers kwamen uit verschillende geledingen van het onderwijs; docenten, onderzoekers, teammanagers en onderwijskundigen. Enerzijds waren we verbonden, maar anderzijds was er ook sprake van de weg kwijt zijn.

Tijdens de start van onze minireeks was duidelijk dat we allen hetzelfde eindpunt voor ogen hadden: studentinitiatief zorgt voor betrokkenheid bij studenten. We willen graag dat studenten zelf initiatief nemen, regie pakken over hun eigen leven. Maar hoe dit gaat verschilt per student en soms ook per type vervolgonderwijs. Mbo-studenten van niveau 2 weten soms dat ze ontevreden zijn over iets, maar dit aanpakken of er iets mee doen is een hele andere vraag. Sommigen willen er ook niks mee doen, ze willen vooral kwijt dat ze ontevreden zijn. Anderen willen juist wel aan de slag, maar missen handvatten, vaardigheden en ervaren ruimte om dit te doen. Hoe kunnen we het zo inrichten dat elke student die dat wil zich gehoord voelt en genoeg handvatten krijgt om hier iets mee te doen?

Soms is het ook lastig om te zien wanneer een docent of student betrokkenheid toont. Bijvoorbeeld een geëmotioneerde student die hard gilt over iets waar ze ontevreden mee is. Ze voelt zich niet begrepen, maar door haar gillen schrik je vooral. Ik wil als docent van deze student wel dat er iets verandert voor haar, maar door haar emotie zie ik alleen maar drama. Of een stille student, waarvan je niet weet wat er speelt en die bij navragen nonchalant laat weten dat hij de handdoek in de ring heeft gegooid. “Het heeft toch geen zin.”

Alle deelnemers en organisatoren van de minireeks waren zoekende naar manieren om elke student uit te nodigen tot actie. De organisatoren hadden zelf een route gevonden die studentinitiatief stimuleert, maar iedereen wilde graag meerdere wegen ontdekken. Tijdens de minireeks werden dan ook verschillende initiatieven gedeeld vanuit verschillende mbo-instellingen. Deze initiatieven hadden hetzelfde eindpunt; het stimuleren van initiatief bij niveau 2-studenten, maar de uitwerkingen waren heel verschillend en speelden op verschillende niveaus in het onderwijs.

Zo is de werkwijze van ROC Midden Nederland heel erg gericht op het onderwijs en hebben ze het team verschillende handvatten gegeven om dit mogelijk te maken. Docenten ging zich onder andere verdiepen in pedagogisch meesterschap. De docenten en de studenten gingen werken met coachkaarten, waarbij het gehele leerproces (in schoolresultaten, houding en BPV) duidelijk is. Het gehele team wordt gefaciliteerd in de werkwijzen en alle docenten krijgen dezelfde handvatten, waardoor in de gehele opleiding de studenten gestimuleerd worden zich meer eigenaar te voelen van de opleiding.

Het project van ROC van Twente stond juist los van het gegeven onderwijs. Daar wordt van de studenten om input over de opleiding gevraagd. De les wordt ‘gehackt’ door hackers. Deze hackers hebben geen binding met de opleiding en een ‘Hack je les’-training gevolgd, hierdoor voelen studenten meer dat ze alles over de opleiding kunnen zeggen. Door het ‘hacken’ van een les, wordt er met een bepaalde methodiek bij studenten gevraagd wat ze willen verbeteren aan hun opleiding en gaan studenten aan de slag om een concreet plan te maken om hier iets aan te doen. De student wordt in de actie gezet en gaat zelf in de actie richting diegene die bij het probleem hoort.

Bij Noorderpoort is het persoonlijk leertraject juist erg gericht op een individuele student. Zo kan een student bijvoorbeeld andere begeleiding en een aangepast rooster krijgen om te versnellen of vertragen, afhankelijk van de situatie van de student. Zo is er bijvoorbeeld een student die door ziekte de opleiding niet kan doen in de volledige tijd die ervoor staat. Door aanpassingen te maken, kan ze haar opleiding toch behalen.

Dankzij alle ingebrachte projecten door alle deelnemers is er een routekaart gemaakt voor iedereen die studentinitiatief bij niveau 2 studenten wil stimuleren. Door begaande wegen te delen met elkaar en dit aan te vullen met projecten die een (andere) weg zijn ingegaan, hopen we te kunnen helpen bij het vinden van een weg. Het hoeft niet dezelfde weg te zijn, als we maar hetzelfde eindpunt hebben.

Ik loop door ’t polderland onder den hellen regen; oneindig is het land, oneindig zijn de wegen.

Hendrik Marsman, Nederlands dichter 1899-1937

Over de auteur

Manon Toonen-van Hernen is docent-onderzoeker op het ROC van Twente. Manon geeft Nederlands en rekenen bij het college Mens & Gezondheid. Daarnaast is ze onderzoeker       bij het practoraat versterken leerproces niveau 2. Ze doet  promotieonderzoek naar de relatie tussen de student en docent op het mbo in samenwerking met de universiteit van Amsterdam. [email protected]

Meer informatie over onder andere de routekaart is te vinden via www.rocvantwente.nl/over-ons/practoraten/versterken-leerproces-niveau-2. 

Over deze bijdrage

In de aanloop naar de Mbo Onderzoeksdag 2021 organiseerden we mini-reeksen. Kleine leergroepen waarin deelnemers gedurende een aantal bijeenkomsten met elkaar over een specifiek thema in gesprek gingen vanuit hun eigen onderzoekend vermogen. In de bundel ‘13 bijdragen aan thematische kennisontwikkeling en duurzame netwerkvorming’ geven de leiders van mini-reeksen een inkijkje in hun ervaringen. Daarvan is deze bijdrage er één.