ECBO werkt mee aan internationaal onderzoek naar grensoverschrijdende mobiliteit

ECBO werkt mee aan internationaal onderzoek naar grensoverschrijdende mobiliteit

10 november 2021

Maar weinig bbl-studenten volgen een groot deel van hun opleiding in het buitenland. Veel minder dan bol-studenten en studenten in het hoger onderwijs. Dit geldt ook voor bbl’ers in andere Europese landen. Wat stimuleert en ontmoedigt langdurige grensoverschrijdende mobiliteit van Europese bbl-studenten? Dit onderzochten ECBO-onderzoeker Karel Kans en -adviseur Doreen Verbakel in samenwerking met ICF S.A. in een case study voor de situatie in Nederland. De case study is onderdeel van een Europees vergelijkend onderzoek naar grensoverschrijdende lange termijn mobiliteit van bbl’ers in opdracht van Cedefop, het Europees agentschap voor beroepsonderwijs. Cedefop publiceerde een rapport met de resultaten van de studies op land- en projectniveau en een ‘guiding paper’ met suggesties voor beleidsmedewerkers om belemmeringen rondom grensoverschrijdende uitwisseling voor bbl’ers te overwinnen.

Resultaten voor Nederland: bevorderingen en belemmeringen

Over het algemeen blijkt het goed te gaan met de internationale mobiliteit in het beroepsonderwijs in Nederland. Internationale mobiliteit vindt vooral plaats door stages binnen het schooltraject, maar ook via leerwerktrajecten in samenwerking met bedrijven. Uit de case study blijkt dat Nederland een open internationale economie heeft waar opbrengsten van mobiliteit en internationalisering op waarde worden geschat. Ook is er voldoende ruimte in wet- en regelgeving om internationale leermobiliteit mogelijk te maken.

Voor de uitgaande mobiliteit van Nederlandse bbl’ers naar het buitenland, ligt een belangrijke belemmering bij de werkgevers. Zij investeren in de bbl’er, terwijl de student binnen het bedrijf niet inzetbaar is tijdens de periode in het buitenland. En er bestaat een risico dat de student na uitwisseling in het buitenland niet terugkeert naar het bedrijf. Een van de belemmeringen voor Nederlandse studenten voor een stage in het buitenland is het spreken van een vreemde taal. Vreemdetalenonderwijs is geen standaard onderdeel van het Nederlandse mbo-curricula. Het gevraagde taalniveau in mbo-kwalificaties is afhankelijk van de beroepscontext en verschilt per kwalificatiedossier.

Voor inkomende mobiliteit van buitenlandse studenten naar Nederland kunnen de verplichte Nederlandse taal- en wiskundeonderdelen van het Nederlandse mbo-curriculum een barrière vormen.

Guiding paper met beleidssuggesties

Dit paper nodigt nationale beleidsmakers uit na te denken over de uitdagingen die grensoverschrijdende uitwisseling in de bbl belemmeren. Beleidsmakers vinden per uitdaging tips en beleidssuggesties om deze belemmeringen in de toekomst te overwinnen.

Over Cedefop

Cedefop ondersteunt de ontwikkeling van Europees beleid op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding en draagt bij aan de uitvoering hiervan. Het is een agentschap dat de Europese Commissie, de EU-lidstaten en sociale partners helpt bij het ontwikkelen van beleid voor het beroepsonderwijs.

Refernet header blauw