MBO: the place to be voor leven lang ontwikkelen

Ter illustratie

21 december 2022

De wereld is aan het veranderen: een coronacrisis, klimaatcrisis, economische crisis. In een veranderende wereld kun je twee dingen doen: stil blijven staan en er van een afstand naar kijken of mee veranderen zodat je mee kunt blijven doen. Steeds meer werknemers en werkgevers zijn het erover eens dat stilstaan geen optie is, maar hoe beweeg je mee? Wat wil je leren, waar haal je de tijd vandaan? Bij wie haal je de opleiding die je zoekt? Er zijn op dit moment veel verschillende aanbieders op de markt, hoe kies je daaruit nu wat bij jou past? Allemaal vragen waar niet direct een antwoord op is.

Tijd voor een andere aanpak

Joke Christiaans en Daisy Beelen zijn zich vanuit het Nova College met dit onderwerp bezig gaan houden. Beiden hebben zij leven lang ontwikkelen (LLO) aan den lijve ondervonden. Joke heeft, naast haar docentschap, haar master gedaan en Daisy is als docent natuurkunde en scheikunde aan de slag gegaan en heeft toen, na haar fulltime job in het onderwijs, nog een universitaire studie pedagogische wetenschappen gedaan. ‘Leven lang ontwikkelen’ speelt op elk niveau en in alle sectoren. Joke en Daisy hebben een toolbox samengesteld met de naam “the place to be, voor het ontwikkelen van leven lang ontwikkelen”. Deze bestaat uit instrumenten die zowel door medewerkers en werkgevers individueel als door onderwijsinstellingen te gebruiken zijn. Hiervoor zijn de practoren in eerste instantie gaan zoeken naar reeds bestaande instrumenten. Het voordeel hiervan is dat ze gevalideerd zijn en snel inzetbaar. De voorwaarden voor de instrumenten waren dat ze gratis en makkelijk te gebruiken moeten zijn, zodat iedereen er mee uit de voeten kan. In dit artikel nemen we je mee door het ontstaansproces en ingrediënten van deze toolbox “the place to be, voor het ontwikkelen van leven lang ontwikkelen”.

Welke personen hebben een leervraag?

Het begon allemaal met de vraag: voor wie gaan we LLO-trajecten ontwikkelen? Daisy is vanuit haar practoraat Circulair ondernemen & smart maintenance als docent-onderzoeker betrokken bij het onderzoekprogramma ‘Doorpakken op digitalisering – leven lang ontwikkelen van Sa-mbo ICT’ (dat nu MBO Digitaal heet). Binnen dat onderzoeksprogramma was het antwoord op deze vraag snel gevonden. Tijdens dit onderzoeksprogramma zijn persona’s gedefinieerd:

  • Leerplichtig persoon; heeft een bijbaan en/of vakantiewerk naast zijn opleiding of stage.
  • Persoon die een vervolgopleiding wil gaan doen, maar nog niet voldoende voorkennis bezit. Deze persoon kan werk hebben en daarin hoger op willen komen of juist op zoek zijn naar werk in een andere richting.
  • Persoon die iets wil bijleren om zijn eigen beroep nog beter uit te kunnen voeren, doordat hij/zij na de scholing up-to-date kennis bezit. Deze persoon heeft werk, of is op zoek naar werk in dezelfde branche als waar hij/zij voor geleerd heeft en eventueel al in gewerkt heeft.
  • Persoon die van baan/beroep wil veranderen. Deze persoon heeft werk en wil graag iets heel anders gaan doen, of deze persoon heeft geen werk en wil graag in een andere branche aan het werk dan waar hij/zij voor is opgeleid en wellicht ook in gewerkt heeft.
  • Iemand die hoger op wil komen en dus een hoger niveau opleiding moet gaan doen. Deze persoon heeft werk, maar wil graag een hogere functie gaan bekleden bij de eigen werkgever of bij een ander.

Met deze persona’s in het achterhoofd vervolgden Joke en Daisy hun zoektocht. Daarbij vroegen zij zich af: welke leervragen hebben deze persona’s? Heeft men de eigen leervraag eigenlijk wel duidelijk, of komt men in actie vanuit een gevoel van urgentie?

Loopbaancompetenties

Joke heeft, door haar practoraat ouderen, zorg en wijkgericht werken, contact met verschillende zorginstellingen, waarmee zij over dit onderwerp in gesprek is gegaan.  Er bestaat inderdaad een behoefte tot ontwikkelen, ingegeven door de veranderende maatschappij en de veranderde visie op zorg verlenen. Die behoefte is echter niet voor iedereen gelijk. Sommigen zien een kans op doorgroeien door voor een volledige beroepsopleiding te kiezen. Anderen willen liever een klein onderdeel ontwikkelen. En de instelling zelf heeft niet altijd in beeld welke professionaliseringsbehoefte er op de afdelingen bestaat. Door in gesprek te gaan met bijvoorbeeld een HR-medewerker of iemand van een MBO of HBO instelling kun je die behoefte wel achterhalen, maar dat moet toch ook makkelijker kunnen, dachten Joke en Daisy. Joke en Daisy zijn op zoek gegaan naar de vragen die je iemand moet stellen om zijn of haar eigen loopbaan beter te kunnen sturen. Zij kwamen uit bij de loopbaancompetenties van Marinka Kuijpers (2003).

Afbeelding van de loopbaancompetenties van Marinka Kuijpers.

1 | Motievenreflectie: het onderzoeken van wensen en waarden. Met vragen als:

  • Waar ga en sta ik voor?
  • Wat wil ik?

2 | Kwaliteitenreflectie: het onderzoeken van de sterke kanten van een persoon. Met vragen als:

  • Wat kan ik het beste?
  • Hoe weet ik dat?

3 | Werkexploratie: het onderzoeken van eisen, waarden, mogelijkheden en ontwikkelingen in werk en leren. Met vragen als:

  • Waar ben ik op mijn plek?
  • Waarom daar?

4 | Loopbaansturing: het ondernemen van acties in leren, experimenteren, organiseren en profileren om te kunnen werken en ontwikkelen op een manier die bij je (toekomstambitie) past. Met vragen als:

  • Hoe bereik ik mijn doel?
  • Waarom zo?

5 | Netwerken: het opbouwen en onderhouden van contacten gericht op de loopbaanontwikkeling met vragen als:

  • Wie kan mij helpen?
  • Waarom die mensen?

Deze vragen kunnen mensen die graag willen omscholen, bijscholen of hun niveau willen verbeteren, zichzelf stellen, maar ze kunnen ook gesteld worden door HR-medewerkers, door iemand van het UWV, door een intaker van een opleidingsinstituut, etc. Daisy is, naast haar functie als practor, ook docent procestechniek bij het Nova College. In die opleiding waren er een aantal studenten aan het twijfelen over hun studie. Zij heeft deze studenten de vragen van Kuijpers voorgelegd. Studenten kwamen tot het inzicht dat de opleiding beter bij hen paste dan ze vooraf bedacht hadden. Voor anderen was het de aanleiding om naar een andere opleiding te zoeken. De vragen hebben hen in de juiste richting geholpen.

Daisy heeft de vragen van Kuijpers ook gesteld aan een paar studenten die bijna afgestudeerd waren en twijfelden over wat ze na het afronden van hun opleiding wilden gaan doen. Zij gaven aan dat de vragen hen hielpen bij het maken van een keuze, omdat deze hen op het spoor zetten van hun deskundigheid, waar zij daarvoor enkel gericht waren op hun interesse. Zou je de vragen van Kuijpers inzetten aan het begin van een opleidingstraject, dan creëer je op een eerder moment inzicht in leermotieven bij zowel de student als bij de opleider, waardoor het makkelijker wordt om een leertraject in te plannen; als je weet wat je wilt ontwikkelen, kun je inschatten hoeveel inspanning je daarop wilt verrichten.

Leervragen

Leervragen kunnen dus bij de medewerkers of studenten vandaan komen, maar Daisy en Joke hebben in hun practoraten al een aantal keer ervaren dat een leervraag ook kan ontstaan, doordat een bedrijf wil veranderen.

Leervragen vanuit bedrijven

Een bedrijf wil wellicht innoveren of verduurzamen, waardoor er nieuwe processen ontstaan, nieuwe kennis nodig is, nieuwe vaardigheden nodig zijn en er nieuwe werkzaamheden ontstaan.

Een van de docentonderzoekers uit het practoraat Circulair ondernemen & smart maintenance werkt als coach voor Tata Steel Training Centre. Doordat Tata op waterstof wil gaan draaien, werd deze docent-onderzoeker gevraagd om onderzoek te doen naar veranderingen op het gebied van onderhoud ten gevolge van waterstof. De andere manier van onderhoud die waterstof met zich mee gaat brengen, zorgt ervoor dat men andere kennis en vaardigheden moet aanleren. Doordat Tata moet gaan verduurzamen, willen zij ook smart maintenance nog verder gaan invoeren. Hierdoor zullen er, naast extra kennis en vaardigheden, ook nieuwe beroepen gaan ontstaan, zoals bijvoorbeeld een data analist van big data, om zo het onderhoud te kunnen voorspellen. Maar hoe krijg je als bedrijf zicht op de leervragen, die gaan ontstaan tijdens de innovaties, die je door wil gaan voeren in het bedrijf?

Purpose case

Daisy heeft enige tijd geleden een ontmoeting gehad met Mathijs Bobeldijk. Hij is een ondernemer die een methodiek ontwikkeld heeft om inzichtelijk te maken wat de impact is van een bepaalde beslissing/ontwikkeling. Dit heet de purpose case. Je kunt voor deze methodiek kiezen als je een voorgenomen verandering wil doordenken zonder last te hebben van de financiële haalbaarheid. Vernieuwingen zijn namelijk niet altijd direct in financieel rendement te vertalen, terwijl er wel sprake is van (maatschappelijke) toegevoegde waarde: oog voor circulariteit, oog voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, of oog voor andere betekenisvolle zaken. Dit soort ideeën zijn zeker de moeite waard om goed te doordenken met behulp van de purpose case.

Purpose case

Daisy heeft meegedaan aan een docentendag van InHolland waar de purpose case gebruikt werd. De reacties daar waren uiterst positief; “De purpose case is een goede manier om het gesprek telkens weer terug te brengen naar het onderwerp”, “De purpose case zorgt er ook voor dat je geen onderdelen vergeet in je overdenkingen mee te nemen”, “Door met elkaar te praten zonder financiële beperkingen, leer je elkaars standpunten en inzichten beter kennen.” Door deze positieve ervaring hebben Joke en Daisy besloten de Purpose case toete voegen aan de toolbox “the place to be, voor het ontwikkelen van leven lang ontwikkelen.” Een extra gunstige bijkomstigheid van deze methodiek is dat tijdens het doordenken van een innovatie men bij het kopje “consequenties” ook meteen de leervragen kan opnemen die men verwacht op basis van de nieuwe processen die ingevoerd gaan worden en de nieuwe kennis en vaardigheden die daarbij nodig kunnen zijn. Maar ook de nieuwe beroepen die er gaan ontstaan kan men daar beschrijven.

Leervragen beantwoorden

Zoals de docentendag bij InHolland al liet zien is de purpose case niet alleen geschikt voor bedrijven om te gebruiken. Onderwijsinstellingen kunnen deze methodiek gebruiken om zich te oriënteren en daarmee te kijken welk LLO-traject zij willen gaan aanbieden, met wie ze een dergelijk traject gaan opstellen en hoe een dergelijk traject eruit moet gaan zien.

Een traject van leven lang ontwikkelen op een betaalbare manier aanbieden. Co-creatie

Naast een zekere impact moet een LLO-traject ook betaalbaar blijven. Daisy en Joke hebben ervaren dat dit op verschillende manieren kan. Een van de manieren is een traject in bijvoorbeeld co-creatie te maken. Daisy heeft van dichtbij meegemaakt hoe in co-creatie de Master Class Smart Maintenance is samengesteld, die wordt aangeboden bij het Nova College. Deze is ontwikkeld door het Nova College, in nauwe samenwerking met de partners van het fieldlab Smart Maintenance van Techport. Elk deelnemend bedrijf krijgt een podium om zijn bedrijf en zijn eigen specialisme tijdens de masterclass Smart Maintenance zelf uit te komen leggen. Samen beslaan zij het hele vakgebied van Smart Maintenance.

Joke begeleidt binnen de  gezondheidszorg opleidingstrajecten in co-creatie. Een recent voorbeeld van opleiden in co-creatie is samen verdiepen in Keuzedelen, waarbij medewerkers aansluiten bij bestaande lesgroepen in de praktijk op een onderdeel van de opleiding, bijvoorbeeld een keuzedeel wat relevantie heeft voor de afdeling waar deze medewerker werkt. De medewerker ontvangt na het examen een MBO-certificaat, de afdeling heeft een deskundige op het gebied van bv. zorg voor mensen met dementie en de instelling werkt optimaal aan LLO. Werknemers met een slechte onderwijservaring uit het verleden zouden zonder deze werkwijze nooit gebruik maken van leven lang ontwikkelen.

Modulair opleiden

Vanuit het onderzoekprogramma Doorpakken op digitalisering – leven lang ontwikkelen van Sa-mbo ICT (dat nu MBO digitaal heet) blijkt ook dat het modulair opzetten van reguliere onderwijsprogramma’s kan schelen in ontwikkeltijd en daarmee de ontwikkelkosten van LLO-trajecten. Je kan dan namelijk een LLO-traject samenstellen uit een combinatie van modules die je al ontwikkeld hebt. Dit betekent niet altijd dat je ze één op één kan inzetten, maar omdat de basis er al ligt, ben je sneller klaar met het ontwikkelen van je eindproduct dan wan- neer je vanaf de start had moeten beginnen.

Ter illustratie van modulair opleiden

Mora

Wat voor één module geldt, geldt ook zeker voor de hele organisatie van een traject voor leven lang ontwikkelen. Het komt de betaalbaarheid ten goede als je de structuur van het bestaande MBO kan gebruiken om ook de trajecten van leven lang ontwikkelen te organiseren, waarbij er wel goed gelet moet worden dat de geldstromen van de reguliere mbo opleidingen en de trajecten van leven lang ontwikkelen in de derde leerweg niet door elkaar gaan lopen. De organisatiestructuur van het MBO is door MBO Digitaal in kaart gebracht binnen de Mora, van intake tot uitstroom. Door met de gedefinieerde persona’s de Mora te doorlopen, kan je per persona in beeld brengen waar je het proces voor trajecten van leven lang ontwikkelen misschien een beetje moet aanpassen. Dit kost altijd minder tijd en geld dan alles helemaal opnieuw gaan opbouwen.

Lean canvas

Voor het goed in kaart brengen van de inkomsten en uitgaven hebben Joke en Daisy gekozen voor de Lean Canvas van Koen Sieben in plaats van voor een Business Canvas. In een lean canvas wordt, in plaats van “mensen en middelen” zoals bij een business canvas, gekeken naar het meten van je succes. Hier kunnen dus ook niet-financiële toegevoegde waardes opgeschreven worden. Hiermee sluit het lean canvas naadloos aan op de purpose case.

Afbeelding van een leeg Leancanvas

Joke en Daisy hebben dit lean canvas bij een aantal workshops met deelnemers uitgeprobeerd. Ervaringen die daarbij naar boven kwamen, zijn: “Ik vind het fijn dat ik nu met meerdere mensen samen kan werken tijdens deze ontwerpfase, daardoor kan ik meer draagvlak creëren”, “Ik kan nu gesprekken in groepsverband voeren, maar ook met individuen kan ik gesprekken laten plaatsvinden, omdat je telkens dezelfde canvas gebruikt en dus met een ieder weer alle onderdelen kan doorspreken, zonder iets te kunnen vergeten”, “Na het invullen van het lean canvas heb ik een goed document in handen om met leidinggevenden te praten over de plannen.”

Is leven lang ontwikkelen ook duurzaam?

Tijdens het ontwikkelen van innovatie, dit kan een product zijn of een project, maar ook een traject voor leven lang ontwikkelen, is het belangrijk om ook na te denken over de impact die jouw idee heeft op de duurzaamheidsdoelstellingen, ook wel Sustainable Development Goals (SDG’s) genoemd.

Afbeelding van sustainable goals zoals Nova College deze hanteert.

Duurzaamheid is belangrijk, maar het is ook een heel goed reclamemiddel. De impactroos is een instrument om de impact van een product, proces, project, etc. te bepalen. De impactroos gebruik je door hetgeen je wil gaan beoordelen in het midden te plaatsen en dan per SDG te kijken of het een positieve invloed, negatieve invloed of geen invloed heeft op die SDG. Het totaalbeeld dat ontstaat door alle 17 SDG’s na te lopen kan een heel positief of neutraal beeld zijn, waardoor je meteen de beslissing kan nemen om de gekozen manier uit te gaan voeren. Mocht er een negatief beeld ontstaan, dan moet je nog eens overwegen of je wellicht wat veranderingen kan aanbrengen om de nadelen op de duurzaamheiddoelstellingen te beperken.

De complete toolbox “the place to be, voor het ontwikkelen van leven lang ontwikkelen”

De totale toolbox bestaat dus uit:

  • Loopbaancompetenties als manier om leervragen en loopbaansturing bij individuen te stimuleren.
  • Purpose case om leervragen vanuit bedrijven te stimuleren.
  • Mora als tool om je onderwijsorganisatie te bekijken op benodigde aanpassingen om LLO voor meerdere persona’s mogelijk te maken.
  • Lean canvas om waarden en plannen voor LLO te concretiseren
  • Impactroos om positieve en negatieve effecten op duurzaamheidsdoelstellingen te voorzien.

Over de auteurs

  • Joke Christiaans is Practor ‘Ouderen Zorg en Wijk gericht werken’ bij het Nova College en begeleidt binnen de gezondheidszorg opleidingstrajecten.
  • Daisy Beelen is Practor ‘Circulair ondernemen en Smart Maintenance’ en docent pro- cestechniek bij het Nova College en als docent-onderzoeker betrokken bij het onder- zoekprogramma MBO Digitaal.

Over deze bijdrage

In de aanloop naar de Mbo Onderzoeksdag 2021 organiseerden we mini-reeksen. Kleine leergroepen waarin deelnemers gedurende een aantal bijeenkomsten met elkaar over een specifiek thema in gesprek gingen vanuit hun eigen onderzoekend vermogen. In de bundel ‘13 bijdragen aan thematische kennisontwikkeling en duurzame netwerkvorming’ geven de leiders van mini-reeksen een inkijkje in hun ervaringen. Daarvan is deze bijdrage er één.