Laaggeletterden zijn niet zielig! | Opinie Trouw

Laaggeletterdheid cinop ecbo trouw 10 september 2021

10 september 2021

De meeste laaggeletterden in Nederland hebben een Nederlandstalige achtergrond, zijn gewoon naar school geweest en hebben een betaalde baan. Sterker nog: 1 op de 4 heeft een leidinggevende functie[1]. Toch wordt er vaak gesproken over ‘zielige’ laaggeletterden, die niet mee kunnen komen in onze maatschappij. Miljoenen overheidsgeld gaan naar ‘de aanpak van laaggeletterdheid’. Het is tijd voor een nieuwe koers, die uitgaat van de behoefte van deze mensen en hen niet voorziet van labels.  

Deze opinie van CINOP en ECBO is gepubliceerd in dagblad Trouw vandaag. Het hele artikel lees je hieronder; zie ook het online katern ‘Trouw opinie’.

De media en politiek benoemen laaggeletterden vaak als mensen die allerlei problemen ervaren, vooral op het gebied van financiën en gezondheid. Dit geldt echter maar voor een beperkte groep. Het beeld dat er in Nederland 2,5 miljoen mensen grote financiële problemen hebben doordat zij moeite hebben met taal, rekenen en/of digitale vaardigheden is niet juist. Problemen die laaggeletterden ervaren zijn heel divers: het corona-dashboard begrijpen, korting in winkels berekenen, recepten lezen, de app van de basisschool gebruiken. Vaak hebben zij een manier gevonden om daarmee om te gaan, waardoor het helemaal niet opvalt dat zij moeite hebben met lezen, schrijven en rekenen of gebruik van allerlei apps en digitale tools van bijvoorbeeld de overheid.

Waar maken we ons dan druk om?

Hoewel veel mensen hun beperkte basisvaardigheden goed kunnen verbergen, remmen deze vaak wel hun (loopbaan-)ontwikkeling. Ze zijn kwetsbaarder als het gaat over talige en gecijferde taken in het dagelijks leven en daardoor ook in het behouden van hun baan. Het is dus wel degelijk relevant om te investeren in goede taal-, reken- en digitale vaardigheden. Niet omdat laaggeletterden zielig zijn, maar omdat zij zich, net als iedere andere Nederlander, verder moeten kunnen ontwikkelen. We hebben het namelijk over de motoren van onze samenleving, waar we goed voor moeten zorgen. Zij ruimen onze parken op, verzorgen onze ouderen en houden sportkantines draaiende. De aannemer die een team van 20 bouwvakkers aanstuurt, de vrachtwagenchauffeur die jouw lokale supermarkt voorziet van verse producten.

Het kan en moet anders en beter

Al jaren werken diverse ministeries aan een aanpak voor betere basisvaardigheden. Er gebeuren mooie dingen, maar een struikelblok blijft het bereiken van laaggeletterden. Waarom? Omdat zij én geen directe problemen ervaren én zich niet herkennen in het stigmatiserende beeld waarin vooral problemen en beperkingen (maatschappelijk en economisch) de boventoon voeren, zo blijkt uit onderzoek[2]. Logisch, want als jij zelf geen probleem ervaart, maar iemand anders je een probleem oplegt, wiens probleem is het dan?

Kortom: laaggeletterden zelf zijn het probleem niet! Het probleem zit hem in de manier waarop zij benaderd (en zelfs gestigmatiseerd!) worden met een aanbod dat niet aansluit bij hun behoefte op dat moment.

Hoe bereik je de mensen om wie het gaat?

De sleutel ligt in het aansluiten bij (digi)talige en gecijferde taken waar mensen dagelijks mee te maken hebben. Online een vakantie boeken of boodschappen doen, een kaartje voor de dierentuin kopen, een eerste huis kopen of je pensioen regelen.

Sluit aan bij wat een individu zelf wil leren. De laaggeletterde staat centraal, niet het aanbod dat er al is. Zo kun je vraag en aanbod op elkaar laten aansluiten, leren een positieve ervaring laten zijn en tegelijkertijd veel tijd, geld en energie besparen. Bijvoorbeeld door een cursus Je eigen onderneming starten, Je theorie-examen rijbewijs halen of Een goede penningmeester worden.

Nieuwe koers

Het is tijd voor een nieuwe koers, die uitgaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van mensen en hen niet voorziet van labels. Een koers die eindelijk mensen op grote schaal bereikt en aanreikt waar ze op dat moment behoefte aan hebben. Een koers waarbij door bestaande en nieuwe organisaties gezamenlijk invulling wordt gegeven aan basisvaardigheden, door een toegankelijke infrastructuur te realiseren waarin mensen zelf de regie hebben. Zodat iedereen ervaart: het is leuk om te leren!

[1] Buisman, M. & Houtkoop, W. (2014). Laaggeletterdheid in kaart. ’s-Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs.

[2] Bureau Taalstrategie (2017). Van een negatieve naar een opwaartse spiraal. Kwalitatief onderzoek naar frames rond ‘laaggeletterdheid’ in het publieke debat. Oktober 2017.

Meer lezen over basisvaardigheden

Nederlands en Rekenen in het mbo | Kennisproducten en professionaliseringsaanbod

Handleidingen formatieve toetstechnieken voor Nederlands en Rekenen