Leerwerkloketten bevorderen Leven Lang Ontwikkelen
in de regio

Resultaten evaluatieonderzoek van leerwerkloketten bekend

Leerwerkloketten
Leerwerkloketten

12 mei 2022

Sinds 2017 financiert de overheid structureel de 35 leerwerkloketten die Nederland telt. Als spin in het web op het gebied van leren en werken helpen de loketten in hun eigen regio werkenden, werkzoekenden, scholieren en werkgevers met Leven Lang Ontwikkelen (LLO). In opdracht van SZW heeft ECBO samen met Regioplan een evaluatieonderzoek uitgevoerd om te kijken hoe de loketten de afgelopen vijf jaar functioneerden. Op verzoek keken zij daarbij ook naar verschillen tussen de reguliere leerwerkloketten en de 3 plusloketten. Uit het onderzoek blijkt dat leerwerkloketten in hun eigen regio een belangrijke bijdrage leveren aan de landelijke LLO-agenda. Zij onderscheiden zich door hun verbindende functie, kennis van het onderwijsveld en de toegang tot financieringsmogelijkheden voor LLO-activiteiten. Onderzoekers werpen daarbij de vraag op of de huidige omvang van de reguliere loketten wel passend is bij hun taakopvatting. De reguliere loketten zijn te klein om alle burgers in de regio te bedienen. Uit het onderzoek blijkt dat meer budget, zoals bij de plusloketten, ook niet volledig de oplossing is. De loketten moeten keuzes (leren) maken. Landelijke visievorming en sturing helpt hen daarbij.

Spanningsveld tussen opgave en beperkte capaciteit

Onderzoeker Bart Kleine Deters: “De taakopvatting van leerwerkloketten is breed. De loketten bieden onafhankelijk loopbaanadvies aan burgers en onderhouden tegelijkertijd een netwerk met regionale partners. Door hun beperkte omvang – 3,71 fte is de gemiddelde omvang van een regulier loket – is het lastig om hun taak in de praktijk te brengen.” Burgers die de loketten weten te vinden zijn hierover tevreden. “Veel burgers kennen de loketten nog niet. Alleen zijn de reguliere leerwerkloketten vanwege hun omvang terughoudend met het verhogen van hun bekendheid. Ze bevinden zich in een spagaat waarbij ze door hun omvang niet optimaal kunnen bijdragen aan de realisatie van de LLO-agenda.”

Opschaling naar plusloket geen volledige oplossing

Zou het mogelijk zijn om met extra financiering de regionale ondersteuningsstructuur voor (niet-)werkenden en werkgevers te versterken, zodat zij meer en betere ondersteuning krijgen bij hun leer- en ontwikkelvragen? Rondom die vraag zijn drie leerwerkloketten opgeschaald naar leerwerkloket plus. Kleine Deters: “Dit onderzoek laat zien dat extra financiering op sommige punten toegevoegde waarde heeft. Zo hebben de plusloketten hun dienstverlening kunnen doorontwikkelen en konden zij meer burgers helpen.” Hoewel plusloketten hebben gewerkt aan zichtbaarheid en bekendheid, genieten ook de plusloketten weinig bekendheid onder burgers. Bart Kleine Deters: “Ondanks de vergrote capaciteit geldt dus ook voor plusloketten dat zij niet alles kunnen doen. Leerwerkloketten moeten afwegen waar zij hun capaciteit wel en niet in steken.” Opschaling is dus geen volledige remedie, maar brengt wel een betere balans tussen capaciteit en taakopvatting. En stelt loketten in staat om een grotere bijdrage te leveren aan het realiseren van de LLO-agenda.

Landelijke visievorming en sturing

Bart Kleine Deters: “De 35 leerwerkloketten vormen met elkaar een bijzonder leer-ecosysteem. Waarin het belangrijk is om ruimte te geven aan van elkaar leren.” De loketten vervullen een belangrijk functie in de LLO-agenda. Een passende positionering en strategie van leerwerkloketten in lijn met de LLO-agenda vergt visievorming en sturing op landelijk niveau. “Het ontbreekt op dit moment aan een landelijk overleg waarin vertegenwoordigers van alle betrokkenen periodiek samen uitwisselen. Zodat kennis en kunde van mbo’s, gemeenten, UWV, werkgevers, werknemers en ministeries benut worden bij het maken van strategische keuzes als het gaat om beleid en uitvoering.”