Evaluatie pilot ‘Doorlopende begeleiding startende leraren’

03 december 2024

Voor het ministerie van OCW onderzocht ECBO met een monitor- en evaluatieonderzoek twee pilots die in het kader van de subsidieregeling ‘Doorlopende begeleiding startende leraren’ vraaggerichte en doorlopende begeleidingsstructuren oftewel inductiearrangementen ontwikkelden. Doel van het onderzoek was om succesvolle methodes voor de begeleiding van startende leraren te identificeren.

De starters in de inductiearrangementen maakte een groei door op pedagogische en didactische vaardigheden, evenals in werkplezier, verbondenheid met de school en veerkracht. Het onderzoek liet zien dat verschillende kenmerken van effectieve inductie tot uiting waren gekomen in de pilots.

Succesvolle praktijken in de pilots waren de begeleiding in de vorm van starterscoaches, buddysystemen, intervisie met mede-starters, kansrijk positioneren van starters, begeleiding vanuit een positief en waarderend perspectief, planmatige begeleiding met regelmatige evaluatiemomenten voor de starter en de kennisuitwisseling over effectieve inductie tussen betrokkenen. Aandachtspunten waren dat er meer maatwerk nodig is, vooral voor zij-instromers, en dat de samenwerking tussen scholen en lerarenopleidingen bij de inductiefase verder versterkt kan worden.

Uit het onderzoek vloeien de volgende aanbevelingen:

  1. Zorg voor data over in-, door- en uitstroom van startende leraren en data over de vraag naar en het aanbod van onderwijspersoneel. Data kan gebruikt worden om de effectiviteit van inductiearrangementen preciezer in kaart brengen;
  2. Benut kennis over effectieve inductie: bestaande kennis uit de wetenschappelijke literatuur en de praktijk kunnen gebruikt worden om de inductiearrangementen door te ontwikkelen;
  3. Gebruik eenduidige terminologie over de begeleiding in de inductiefase. Wanneer verschillende actoren spreken over verschillende termen, bemoeilijkt dit de samenwerking;
  4. Versterk de doorgaande begeleidingslijn vanuit de opleiding en expliciteer de rollen en taken van de opleiders in de inductiefase om de knip tussen opleiding en eerste baan te verzachten;
  5. Zorg voor structurele middelen voor inductiearrangementen om doorontwikkeling van de inductiearrangementen te garanderen.