Tweede evaluatie over pabo pilots rondom het jonge en oudere kind afgerond

15 december 2022

Naar aanleiding van de motie Rudmer Heerema c.s. in 2020 zijn zes pabo’s gestart met pilots rondom een gespecialiseerde pabo voor het jonge en het oudere kind. Na het eerste leerjaar zijn de pilots voor de eerste keer geëvalueerd. Nu ook het tweede leerjaar is afgerond, heeft ECBO in opdracht van het ministerie van OCW een tweede evaluatie uitgevoerd. Met als doel om inzicht te geven in de voortgang van de pilots en de wensen, ervaringen en behoeften van de diverse groep betrokkenen. Het rapport ‘Tweede evaluatie pabo pilots uitgebreide specialisaties jonge kind en oudere kind’ beschrijft de resultaten.

Onderzoeksopzet

Het onderzoek bestond uit deskresearch, waarbij aan de hand van door de pabo’s aangeleverde documentatie en data in beeld is gebracht hoe de pilots zijn opgezet en hoe de studentenpopulatie zich kenmerkt. Daarna zijn interviews gehouden met verschillende soorten respondenten: studenten, leerkrachten, schoolleiders, schoolopleiders van stagescholen, en functionarissen vanuit SO&P-partnerschappen en RAP-regio’s. Om meer inzicht te krijgen in de ervaringen van studenten, is onder hen voorafgaand aan de interviews een enquête uitgezet. Daarin hebben onderzoekers gevraagd naar de overwegingen waarom studenten hebben besloten om de uitgebreide specialisatie te volgen, op welke thema’s en vaardigheden zij leerwinst ervaren en welke succesfactoren en verbeterpunten zij voor de pilots zien.

Vormgeving van de pilots

Onderzoeker Johan Coenen: “Over het algemeen zien we dat de pilots heel verschillend zijn ingericht. Dat komt waarschijnlijk omdat een deel van de pabo’s het curriculum zelfstandig heeft ontwikkeld, terwijl een ander deel dit meer in samenwerking met het werkveld heeft gedaan.” De praktische opzet van de pilots verschilt per pabo. “Bij het merendeel van de deelnemende pabo’s is de uitgebreide specialisatie een apart pad, naast het reguliere curriculum, waarbij de volledige opleiding of een deel daarvan losstaat van het reguliere curriculum. Bij andere pabo’s zien we weer andere vormen. Zoals een aantal modules boven op de reguliere specialisatie of een vervroegde specialisatie in jaar 1 en 2, als voorbereiding en verdieping voorafgaand aan de reguliere specialisatie. Ook verschilt – als gevolg hiervan – het moment waarop de specialisatie start.”

Doelen pilots

Vanwege die verschillen is een goede vergelijking door de onderzoekers lastig te maken. Wel is duidelijk dat de pilots dezelfde doelen nastreven. Deze zijn eigenlijk niet anders dan bij reguliere pabo-opleidingen. “Ook daar draait de opleiding naast didactische kennis en vaardigheden om kennis over de fysieke, cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van het kind en pedagogische kennis en vaardigheden om die ontwikkeling te monitoren en te stimuleren.” Het verschil zit in de focus. Coenen: “Die ligt in de pilots heel sterk op de gekozen leeftijdsgroep. Voor het jonge kind ligt het accent bijvoorbeeld op taalontwikkeling en doorlopende leerlijnen vanuit de peuters en naar de bovenbouw. En bij het oudere kind is bijvoorbeeld specifiek aandacht voor het tienerbrein, de overgang naar het voortgezet onderwijs en coöperatieve leerstrategieën.” Pabo’s beogen met de pilots ook bij te dragen aan verbetering van pabo-opleidingen, professionaliseren van het werkveld en het terugdringen van het lerarentekort. Om een pilot aan te kunnen bieden voor het jonge kind of het oudere kind dient er een grens te worden gehanteerd waarmee dit onderscheid duidelijk wordt gemaakt. “De meeste pabo’s hanteren voor het jonge kind de leeftijd van 2-7 jaar. Een enkele pabo kiest voor 0-7 of 2-8. Binnen de pilots oudere kind ligt de focus meestal op de leeftijd van 8-14 jaar.”

Meerwaarde voor studenten

De grootste meerwaarde die studenten ervaren van het volgen van de pilots is dat ze het idee hebben dat de aangeboden kennis en de ervaring die ze opdoen diepgaander is voor wat betreft de gekozen leeftijdsgroep. Coenen: “Dit komt door de langere of frequentere stages in deze leeftijdsgroep, maar ook door specifieke vaardigheden die aan bod komen.” De grootste inhoudelijke leerwinsten zitten volgens de studenten met name in meer kennis over cognitieve, sociale en emotionele ontwikkelingen. De meerwaarde van de pilots ten opzichte van de uitgebreide specialisaties in het reguliere pabo-curriculum voor studenten, ligt wat studenten betreft ook in het feit dat de studenten de specialistische kennis en vaardigheden veel eerder in de opleiding opdoen, waardoor ze die tijdens de opleiding ook langer in de praktijk kunnen toepassen. De studenten geven daarnaast aan dat ze op een aantal gebieden te weinig kennis en ervaring hebben opgedaan. “Bijvoorbeeld over de overgang tussen de voorschoolse periode en de basisschool, tussen de onderbouw en de middenbouw, tussen de middenbouw en de bovenbouw en tussen de bovenbouw en het voortgezet onderwijs.” Dit lijkt te onderstrepen dat studenten het belangrijk vinden om te leren over de volledige ontwikkeling van het kind gedurende de basisschool en niet slechts over het deel van de door hen gekozen doelgroep. Of de uitgebreide specialisaties daadwerkelijk een betere voorbereiding vormen op een baan in de onder- of bovenbouw van het basisonderwijs wordt niet duidelijk. Coenen: “Dit benoemen respondenten niet, maar ze zijn ook nog bezig met de opleiding dus ze kunnen dat op dit moment nog niet goed beoordelen.”

Meerwaarde voor scholen

Stagescholen beamen de behoefte aan gespecialiseerde leerkrachten. “Zij geven aan voornamelijk behoefte te hebben aan specialistische kennis, bijvoorbeeld ter uitbreiding van de kennis binnen het team en de mogelijkheden tot professionalisering van onderwijsteams. Zo werd bijvoorbeeld benoemd dat onderwijsteams te weinig specifieke kennis hebben over leerlijnen. Leeftijdsspecialisaties kunnen daaraan bijdragen.” Uit het onderzoek blijkt ook dat maar zeer weinig betrokkenen heil zien in een splitsing van de pabo-opleiding of een gesplitste bevoegdheid. “Bijna iedere pabo zit op de lijn om de specialisaties aan te bieden naast het reguliere curriculum. Hoewel er in het werkveld zeker behoefte bestaat aan gespecialiseerde leraren op het gebied van het jonge of oudere kind, wordt dit echt gezien als aanvulling op een team breed opgeleide leerkrachten.”