Een blik in de black box | Dimensies: ondernemerschapsonderwijs

14 mei 2020

Dit artikel is onderdeel van het magazine Dimensies: Ondernemerschapsonderwijs – nummer 40 mei 2020. Lees hier meer over de opzet en het doel van het magazine.

Het wat en hoe van breed ondernemerschapsonderwijs[1]

Is ondernemerschap te leren en om welke competenties gaat het dan? En vooral: hoe ziet een goede leeromgeving voor ondernemerschapsonderwijs eruit? Met die vragen dook een onderzoeksteam[2] in de literatuur en ontwikkelde een set van principes voor het ontwerpen van en reflecteren op effectief ondernemerschapsonderwijs.

Bij sommige mensen zit het gewoon in het bloed. Neem Thomas Galenkamp, oud-student van de opleiding Creatief Vakman bij Cibap, Vakschool voor Vormgeving in Zwolle. Al sinds zijn 18de trotse eigenaar van de onderneming ‘Moderne Ambacht’. Tijdens zijn mbo-opleiding was hij een van de vijf studenten die met een eigen bedrijf ingeschreven stonden bij de KvK. De aanleiding: zijn creatie van het lampje ‘Iris’. Iris was het resultaat van een schoolproject en viel zó in de smaak, dat hij het als cadeau voor beide ministers van Onderwijs mocht maken. Een typisch Galenkamp-product: Thomas vindt het interessant om zijn meubelstukken toegevoegde waarde te geven door er meerdere functies in te verwerken. Zo is Iris een samensmelting van een bureaulampje en een desk organizer. De ‘Loot’, een speakertafel, is een combinatie van een luidspreker met een bijzettafeltje: “Van muziek genieten en onderuit zitten met een wijntje erbij.” De vraag van klanten naar het lampje bood de perfecte mogelijkheid om zijn droom – een eigen productenserie via een eigen bedrijf op de markt te zetten – te realiseren. Via Instagram, andere social media en met zijn website maakt hij reclame. Tijdens zijn schoolperiode is Thomas voorbereid op zelfstandig ondernemerschap, van het schrijven van een ondernemingsplan tot aan de afdracht aan de Belastingdienst.

Vliegwiel

“Bij ondernemerschap wordt vaak meteen gedacht aan start-ups en startende bedrijven. Maar ondernemerschap is al lang niet meer het exclusieve domein van mensen die een bedrijf willen starten”, stellen Judith Gulikers, docent en onderzoeker aan de Wageningen Universiteit, en Thomas Lans, onderzoeker bij ECBO. De afgelopen tien jaar is er meer aandacht gekomen voor ondernemerschap in een bredere zin van het woord, zoals dat bijvoorbeeld in Deense studies wordt gebruikt: Kansen zien en je ideeën kunnen omzetten in daden met toegevoegde waarde. Die waarde hoeft niet alleen financieel of economisch te zijn, maar kan ook een sociale of culturele waarde zijn, bijvoorbeeld het mobiliseren van bewoners of burgers om de leefomgeving te verbeteren. Daarmee is de aandacht verschoven van het opzetten van een bedrijf naar het waardecreatieproces: het ontwikkelen van een nieuwe dienst of product of project dat van waarde is voor anderen.

Werkgevers zoeken naar mensen met een ondernemende houding en veel mbo-studenten willen na hun diploma als zzp’er aan de slag. Ondernemerschap wordt steeds vaker beschouwd als een kerncompetentie die belangrijk is in het repertoire van alle burgers in de samenleving. In een groeiend aantal sectoren ziet men ondernemerschap als vliegwiel voor verandering. Niet voor niets is ondernemendheid een van de tien 21ste-eeuwse vaardigheden, opgenomen in KOMPAS21[3]. Gulikers: “Problemen in de maatschappij van nu zijn complex en hebben geen pasklare antwoorden. Mensen moeten zich daardoor niet lamgeslagen voelen, maar zich kunnen bewegen in een onzekere omgeving en op zoek gaan, uitproberen, fouten maken om met elkaar een stapje verder te komen.”

Ondernemerschapsonderwijs hoeft zich dus niet te beperken tot het stimuleren van start-ups of bedrijven, maar kan zich toeleggen op het aanleren en het ontwikkelen van het waardecreatieproces. Daarin verschilt het ondernemerschapsonderwijs van bijvoorbeeld probleemgestuurd onderwijs. Je weg vinden in onzekerheid, kansen zien en daarin innovatieve waarde creëren voor anderen zijn elementen van een bredere definitie van ondernemerschap. Lans: “Nederland loopt voorop in ondernemerschapsonderwijs, vergeleken bij andere landen: er zijn veel scholen die ondernemerschap inbedden in hun curriculum. Dat gebeurt al vanaf het basisonderwijs.” Er is geen kant-en-klaar recept voor ondernemerschapsonderwijs, stellen de onderzoekers. Wel is er een aantal principes waaraan gewerkt kan worden om het onderwijs meer entrepreneurial te maken.

Kennis van zaken

Onderzoek naar ondernemendheid en ondernemerschap heeft het afgelopen decennium een enorme vlucht genomen. “Die toename gaat hand in hand met de groei van het aantal mensen dat zich ondernemend voelt, kansen zien en die willen benutten”, vertelt Gulikers. “De meeste studies hanteren een smalle benadering van ondernemerschapsonderwijs. Er wordt vaak alleen gekeken naar het ondernemerschapsonderwijs en de output daarvan: ontwikkelen studenten ondernemende intenties of starten ze een bedrijf? Er is nauwelijks oog voor hoe je een leeromgeving kunt creëren die ondernemerschap creëert.” In hun overzichtsstudies voor het NRO zijn de onderzoekers in die niche gedoken, de verbinding tussen de wat- en de hoe-vraag van het waardecreatieproces: het zien van ideeën, verkennen en evalueren van je mogelijkheden en in actie komen. Die drie stappen samen vormen het ondernemende proces. “En dat is te leren!”

De rol van persoonlijkheid is niet uit te vlakken. Ondernemende mensen en ondernemers delen eigenschappen als risicobereidheid, prestatiemotivatie en extraversie, zo laten veel studies zien. Gulikers: “Maar die vormen lang niet het hele verhaal, dus valt er een hoop te ontwikkelen door het onderwijs. Kennis van zaken over het domein waarin je ondernemend wilt zijn, speelt wel degelijk een belangrijke rol. Je kunt immers beter kansen zien als je goed weet wat er speelt en waar knelpunten zitten. Ook voor docenten goed om te weten. Er bestaan veel uitgebreide lijstjes van competenties, nodig voor ondernemerschap. Dat is te veel om je in het onderwijs op te kunnen richten. Dat kan wél op de drie stappen van het ondernemende proces.” Lans vult aan: “Van idee naar actie is geen eenmalige sequentie maar een continu proces.”

Leerverrassingen

Wat betekent dit voor de inrichting van het onderwijs? Plaats studenten in een context waarin het ondernemende proces doorlopen wordt, maar waarin niet alles vooraf zeker is en er fouten gemaakt mogen worden. Daar zullen leerverrassingen uit voortkomen, want het leidt bij verschillende studenten tot andere producten en uitkomsten. Dat is de kern van de boodschap die de onderzoekers aan het onderwijs willen meegeven: probeer niet van tevoren in einddoelen vast te leggen wat eruit moet komen, maar leg de focus op de inrichting van het proces. Want dat is wat studenten moeten leren. Dat heeft ook gevolgen voor de toetsing: “Die zou minder moeten gaan om competenties, maar of de studenten het proces doorlopen hebben. Dat betekent dus niet iedereen langs dezelfde lat leggen.” Gulikers vervolgt: “Om ondernemerschapsonderwijs in te richten zou je meer leerverrassingen moeten toelaten. Onzekerheid niet uit de weg gaan is iets wat je moet leren. Wat heb je tot je beschikking aan kennis, financiële bronnen, materialen en netwerkconnecties en hoe kun je daarmee waarde creëren en waar leidt je dat naar toe? Dat is een andere route dan de gebruikelijke doelgerichte weg in het onderwijs.”Ondernemerschapsonderwijs is niet gebonden aan een bepaald niveau of een sector in het onderwijs. Lans: “Het ondernemende proces kan overal plaatsvinden, van basisschool tot hoger onderwijs tot in de praktijk bij bedrijven.” De onderzoekers hebben een praatplaat ontwikkeld met essentiële ontwerpprincipes voor ondernemerschapsonderwijs. Het ondernemende proces, met daarin kansen zien en benutten vormt het hart van het ondernemersonderwijs. Dat doen leerlingen door te werken met een realistische, authentieke taak of probleem van een opdrachtgever waar ze zich mee kunnen identificeren en die meerdere oplossingen heeft. Dat moet resulteren in een artefact, een dienst of product waarin de waarde voor een ander zichtbaar is. Met deze drie basisprincipes zijn nog elf principes verbonden, die de onderzoekers als schuifjes hebben weergegeven. Op die manier kan een docent variatie aanbrengen in de mate waarin ze worden toegepast in het onderwijs, bijvoorbeeld afhankelijk van verschillende doelgroepen leerders, niveaus, contexten of complexiteit. Lans: “Het is geen goed idee om maximale onzekerheid in de zin van ‘zoek het maar uit’ te introduceren. Een van de belangrijkste voorspellers van ondernemend gedrag is vertrouwen in eigen kunnen.”

De elf ontwerpprincipes voor ondernemerschapsonderwijs:

  1. Methode: instrumentele methode/onderwijs over ondernemerschap (causation) versus ondernemende methode/onderwijs door en voorondernemerschap (effectuation)
  2. Mate van autonomie: onder begeleiding, gestructureerd versus onafhankelijk, ongestructureerd
  3. Context/omgeving: lokaal/dichtbij versus internationaal/systeemniveau
  4. Complexiteit: simpel, maar authentiek versus ambigu, met een hoog innovatiegehalte
  5. Aard van het waardecreatie proces: enkelvoudige versus meervoudige waardecreatie
  6. Kenniscreatieproces: intuïtief, nieuwsgierigheid gedreven versus creëren van nieuwe kennis
  7. Impact van het resultaat: voor de docent of peers versus voor een domein, sector of maatschappij
  8. Samenwerking: individueel of in peergroepen versus in een interdisciplinair team
  9. Rol van externen: lage versus hoge intensiteit van afstemming (cocreatie)
  10. Prototyperen, fouten maken: uitproberen in een veilige omgeving versus korte cycli van prototyperen, uittesten, fouten maken en reflecteren, onder tijdsdruk
  11. Blootstellen aan rolmodellen: helden en rolmodellen ter inspiratie versus mentoren en coaches

 

De schuifjes op de plaatplaat zijn dimensies van de drie centrale principes. Zo kan er bijvoorbeeld geschoven worden met de complexiteit van de taak van een simpele authentieke taak met meerdere oplossingsrichtingen naar een wicked problem met een hoog innovatiegehalte. Of er kan gevarieerd worden in de impact van het resultaat: van een resultaat of product voor de docent en/of je peers tot een resultaat dat telt voor een domein, sector of de maatschappij. De praatplaat kan vooraf gebruikt worden om een taak te ontwerpen, maar ook bij een bestaande opdracht, cursus of een leerlijn door die met gebruik van de plaatplaat te ‘mappen’ om beter na te denken waarmee je wilt variëren en wat je wilt opbouwen. De onderzoekers willen hiermee een taal ontwikkelen voor docenten, teams of curriculumontwikkelaars, die bezig zijn met ondernemerschapsonderwijs binnen en tussen sectoren, om bewuste keuzes te maken, om beter met elkaar uit te kunnen wisselen of in gesprek te gaan over wat er nog mist. Onderwijs dat op deze manier ontwikkeld wordt draait om veel meer dan het verkrijgen van kennis, namelijk ook om het prikkelen van nieuwsgierigheid, passie, identiteitsontwikkeling en een ondernemende mindset, met daarbij de docent in een coachende rol. En dat is precies het onderwijs dat leerlingen en studenten nodig hebben om in de toekomst bij te kunnen dragen aan het oplossen van complexe, interdisciplinaire en urgente kwesties.

KOMPAS21

Ondernemendheid en ondernemerschap liggen dicht bij elkaar. Om mbo-studenten inzichten te bieden in hun vaardigheden, hebben Pieter Baay en Alieke Hofland, onderzoekers bij ECBO, hebben in 2019 samen met 12 mbo-instellingen een reflectie-instrument voor 21ste-eeuwse vaardigheden voor het mbo ontwikkeld. KOMPAS21 kiest niet voor een gangbare benadering waarin de vaardigheden vooral een antwoord zijn om je aan te passen of mee te bewegen met de dynamiek van de arbeidsmarkt (‘aanpassingsvaardigheden’), maar legt de nadruk op persoonsvorming: hoe zet je je vaardigheden en capaciteiten in om op je eigen manier een goede invulling te geven aan je werk- en privéleven. Heen en weer pendelend tussen theorie en praktijk is samen met studenten, docenten en bedrijven een eerste versie van het instrument gemaakt voor de mbo-context. Een ICT-partner ondersteunde bij het ombouwen van casussen en rubrics tot werkmateriaal. Bestuurders leverden input hoe inhoudelijk en strategisch commitment elkaar kunnen versterken.KOMPAS21 richt zich op tien vaardigheden, te weten communiceren, samenwerken, sociale & culturele vaardigheden, kritisch denken, probleemoplossend vermogen, creativiteit, zelfregulatie, leren leren, ondernemendheid en mediawijsheid. Ondernemendheid wordt gezien als het zien en benutten van kansen. Als er waarde gecreëerd of aan toegevoegd wordt, spreekt men van ondernemerschap. Ondernemendheid laat zich vertalen in verschillende vaardigheden, gedragingen en houdingen. In een Group Design Room is de reeks teruggebracht tot vier: proactief handelen/initiatief nemen, kansen zien/kansen nemen, doorzetten/volhouden en verantwoordelijkheid nemen.KOMPAS21 laat zien waar je als student staat in je ontwikkeling, waar je naartoe kunt en hoe je daar zou kunnen komen. Een student kan het instrument zelf invullen, maar ook een docent, stagebegeleider, medestudent of vriend vragen het over hem in te vullen. In de tweede fase van het project verbinden scholen KOMPAS21 aan het onderwijsaanbod en de begeleidingsrol van docenten. Bekijk voor meer informatie de website van KOMPAS21.

Mbo-studenten vinden zichzelf redelijk ondernemend, zo blijkt uit onderzoek van Baay, Klaeijsen en Bijman (2018). Hoe ondernemender de studenten zichzelf vinden, des te positiever ze zijn over hun prestaties op school en in de stage. Ondernemende studenten krijgen ook meer verantwoordelijkheid op een stage en durven meer fouten te maken. Bovendien hebben ondernemende studenten meer vertrouwen in een succesvolle afronding van hun opleiding en het vinden van een baan. Een opvallende uitkomst is dat mbo-studenten minder positief zijn over hun vaardigheden op het gebied van het benutten van sociale netwerken. Terwijl die wel belangrijk zijn voor het vinden van een baan.

[1] Dit artikel is een bewerking van het webinar ‘Breed ondernemerschapsonderwijs’, verzorgd door Judith Gulikers en Thomas Lans, 10 december 2019.

[2] De overzichtsstudie is uitgevoerd voor NRO door Judith Gulikers van de Wageningen Universiteit, Yvette Baggen van de Universiteit Utrecht en Thomas Lans en Ingrid Christoffels van ECBO. Zie ook: https://www.nro.nl/hoe-ziet-effectief-onderwijs-voor-breed-ondernemerschap-eruit/[3] KOMPAS21 staat voor Kennis Over Mijn Persoonlijke Attitudes en Skills21. Zie ook het kader in dit artikel.

Bron: Baay, P., Klaeijsen, A. & Bijman, D. (2018). Over nut en niveau van ondernemendheidsvaardigheden in het mbo: verslag van een pilot-onderzoek. ’s-Hertogenbosch: ECBO.

Afsluitende column | Dimensies ondernemerschapsonderwijs

Eigen bazen met lef | Dimensies ondernemerschapsonderwijs

Gáán voor je doel | Dimensies ondernemerschapsonderwijs