Discussie over de plaats van 21ste eeuwse vaardigheden in het curriculum: én-én in plaats van óf-óf en daarmee uit ;-)

Home » Discussie over de plaats van 21ste eeuwse vaardigheden in het curriculum: én-én in plaats van óf-óf en daarmee uit ;-)
Discussie over de plaats van 21ste eeuwse vaardigheden in het curriculum: én-én in plaats van óf-óf en daarmee uit ;-)2017-02-18T15:48:51+02:00

Discussie over de plaats van 21ste eeuwse vaardigheden in het curriculum: én-én in plaats van óf-óf en daarmee uit 😉

Mediawijsheid in de klas

Patrick Koning, Koning Willem I College

Een veel gevoerde discussie over 21ste-eeuwse vaardigheden is of ze aparte aandacht of volledig geïntegreerde aandacht moeten krijgen in het curriculum. Deze discussie is van alle tijden in het onderwijs.

Zo vond een deel van het onderwijsveld dat bij de invoer van competentiegericht onderwijs Nederlands en rekenen volledig geïntegreerd moest worden binnen bijvoorbeeld projecten. Het gaat er immers om dat je Nederlands en rekenen kunt toepassen binnen een vak- of beroepscontext. Een ander deel van het onderwijsveld vond dat Nederlands en rekenen een apart vak moesten blijven. Op dit moment vindt deze laatste opvatting veel aanhang. Volgens mij is het én-én: én Nederlands als apart vak en Nederlands integreren binnen projecten.
Met het op de kaart zetten van 21ste-eeuwse vaardigheden in het curriculum vindt dezelfde discussie plaats: óf als vak(ken) aanbieden óf volledig geïntegreerd aanbieden. Ecbo onderkent vier 21ste-eeuwse vaardigheden: digitale vaardigheden met de deelvaardigheden: instrumentele vaardigheden, mediawijsheid, informatievaardigheden, intrapersoonlijke vaardigheden met de deelvaardigheden: metacognitie, zelfregulatie, ondernemendheid, interpersoonlijke vaardigheden met de deelvaardigheden: communiceren, samenwerken, sociale & culturele vaardigheden, denkvaardigheden met de deelvaardigheden: kritisch denken, creativiteit, probleemoplossend vermogen. De ene docent pleit voor een apart vakken digitale vaardigheden. De andere pleit voor het volledig integreren. Een oude discussie in nieuwe zakken?!
Aan de hand van de deelvaardigheid: mediawijsheid (mijn specialiteit ;-)) zal ik mijn visie hierop uitwerken. Moet mediawijsheid als apart vak of volledig geïntegreerd aangeboden worden? Er zijn in het huidige mediawijsheid-landschap voor- en tegenstanders van beide aanpakken, die stevig met elkaar discussiëren. Sommigen vinden een apart vak noodzakelijk, want dan kan het worden gegeven door een echte expert: de docent Mediawijsheid. Als mediawijsheid als apart vak op het rooster wordt geplaatst, zal het niet ondersneeuwen. Integreer je mediawijsheid daarentegen in andere vakken, dan is het gevaar levensgroot dat het ondergeschikt wordt aan het vak dat de betreffende docent geeft. Nee, zeggen anderen. Alleen bij volledige integratie wordt er geleerd. Want als context ontbreekt, heeft leren geen zin. Meestal worden de partijen het niet eens.
Dat is jammer, want volgens mij hebben beide partijen gelijk. Daarom vind ik, zoals ik eerder al heb toegelicht, dat mediawijsheid als doel én als middel aangeboden moet worden. Ik noem dit het én-én-model: én mediawijsheid als apart vak én geïntegreerd in (andere) vak- en beroepscontext.

Waarom het én-én-model effectief is, kan ik duidelijk maken aan de hand van mijn hobby: ijshockey. Ik speel al heel lang en ben daarnaast al een aantal jaren actief als trainer. Houd je niet van ijshockey, dan moet je toch verder lezen. Vervang in gedachten ijshockey steeds door jouw favoriete sport: voetbal, hockey, basketbal, honkbal of wat dan ook. Als trainer is me opgevallen dat je beginnende ijshockeyers tijdens de training niet meteen een partijtje moet laten spelen. Natuurlijk is het heel leuk om te doen, maar beginners worden er nauwelijks betere ijshockeyers van. De wedstrijdcontext is voor hen nog veel te complex. Het is belangrijk dat ze eerst losse onderdelen gaan beheersen, zoals schaatsen, stickhand¬ling, de spelregels, de posities op het ijs of de patronen bij een aanval of verdediging. In een goede training komen deze losse onderdelen aan bod. Je start met schaatsoefeningen. Daarna met oefeningen over stickhandling: de puck met de stick aannemen en passen. Vervolgens combineer je schaatsen en stickhandling in een simpele oefening. Daarna ga je kleine wedstrijdsituaties nabootsen. Eerst met twee spelers zonder tegenstander. Daarna twee tegen een, drie tegen twee en zo verder. Een goede trainer voert de complexiteit van de oefeningen stap voor stap op. En natuurlijk eindig je met een partijtje. Zo blijven de spelers gemotiveerd om de losse onderdelen te leren en kunnen ze het geleerde gaan toepassen in de wedstrijdcontext. Dat laatste lukt in het begin nog amper, maar zal na verloop van tijd steeds beter gaan.

De trainingsaanpak die ik hier schets, gaat uit van transfer: het geleerde (leren) toepassen in verschillende contexten en de zone van naaste ontwikkeling: het aanhaken bij hetgeen op dat moment ontwikkeld kan worden bij de jongere. Deze didactische uitgangspunten hebben hun waarde in de praktijk bewezen en ondersteunen de keuze voor de én-én-aanpak.

Moet mediawijsheid een apart vak zijn of niet?

Op bladzijde 10 van het onderzoek Toegerust voor de toekomst – aandacht voor kritische denkvaardigheden en sociaal-culturele vaardigheden in het mbo wordt voor de vaardigheid kritisch denken de vraag opgeworpen of lessen met betekenisvolle vakinhoud (context) effectiever zijn dan lessen zonder context. Er worden diverse onderzoeken aangehaald, waaruit geen eenduidige conclusie valt te trekken. Vooralsnog is geen wetenschappelijk bewijs voorhanden op grond waarvan een van de beide richtingen – met context (geïntegreerd) of zonder context (apart vak) – als superieur beschouwd zou moeten worden. Dat sterkt me in mijn visie van het én-én-model.

mediawijsheid competentiemodel

Mijn overtuiging is dat mediawijsheid zo’n belangrijke deelvaardigheid is dat je die in alle facetten moet trainen. Voor mediawijsheid als doel dient een apart vak Mediawijsheid op het rooster te komen. In dit vak, gegeven door een docent Mediawijsheid, wordt expliciet aandacht gegeven aan mediawijsheid. Ontwikkeling van mediawijsheid vindt hierbij plaats in de persoonlijke en maatschappelijke context. Daarnaast is het belangrijk om mediawijsheid als middel aan te bieden, wat inhoudt dat het door mediawijze docenten wordt geïntegreerd in de vak- of beroepscontext.

In mijn boek ‘Mediawijsheid in de klas’ heb ik 28 opdrachten (in hoofdstuk 3) en een eindopdracht (in hoofdstuk 4) voor mediawijsheid als vak ontwikkeld. Oftewel: als mediawijsheid als doel. Daarnaast licht ik (in hoofdstuk 5) toe aan de hand van een groot aantal voorbeelden toe hoe je mediawijsheid als middel in kunt zetten. Oftewel: geïntegreerd.

Ook Pedro de Bruckere betoogt op zijn edublog X,Y of Einstein in: ‘Focus, een beetje commentaar op #onderwijs2032‘ voor dezelfde én-én aanpak in een (deels) andere context: onderwijs2032. Ik gebruik bewust het woord: ‘deels’ omdat onderwijs2032 uiteraard ook pleit voor mediawijsheid, echter breder kijkt. Pedro citeert Anna Bosman, hoogleraar dynamiek van leren en ontwikkeling aan de Radboud universiteit:

Het wordt pas interessant om combinaties van vakken te maken als je voldoende kennis hebt van de deelgebieden.

Bovenstaande geldt voor mediawijsheid, Nederlands, Engels, Rekenen, Wiskunde, et cetera. en natuurlijk ook voor (alle andere) de 21ste eeuwse vaardigheden.

Oftewel: én-én in plaats van óf-óf en daarmee uit ;-))

Wil je meer informatie over mijn boek ‘Mediawijsheid in de klas’ surf dan naar Mediawijsheidindeklas.nl. Wil je het boek aanschaffen? Dan kan dat onder andere bij Onderwijsboek, Managementboek of Bol.com.

Contact

Dr. Pieter Baay
Dr. Pieter BaayOnderzoeker
06-54675627

Gerelateerd nieuws

410, 2018

Practoraat Brede Vorming gelanceerd in co-creatie met ecbo

Door |4 oktober 2018|Categorie(ën): Docent in het beroepsonderwijs, Kennisverspreiding, Kernvaardigheden|Tags: , |Reacties uitgeschakeld voor Practoraat Brede Vorming gelanceerd in co-creatie met ecbo

Practoraat Brede Vorming gelanceerd in co-creatie met ecbo

Op 3 oktober is het practoraat Brede Vorming gestart bij ROC Friese Poort. Koen Vos is als practor geïnstalleerd en gaat de komende vier jaar verder aan de slag met brede vorming in het mbo. Ter voorbereiding op het practoraat schreven ROC Friese Poort en ecbo de publicatie ‘brede vorming: waarom nu?’. In de komende vier jaar zal ecbo het practoraat ondersteunen op onderzoeksmatig vlak, waarbij onder andere gewerkt wordt aan een leergang voor onderwijsprofessionals en een keuzedeel rondom community service learning.

307, 2018

Nieuw! Klas21 – Doe mee!

Door |3 juli 2018|Categorie(ën): Kennisverspreiding, Kernvaardigheden|Tags: , , |Reacties uitgeschakeld voor Nieuw! Klas21 – Doe mee!

Samen met studenten kennis verspreiden

Op 4 oktober 2018 start ecbo met Klas21, een fictieve klas met 21 mbo-studenten. Met Klas21 willen we studenten nog meer betrekken bij (de ontwikkeling van het instrument van) KOMPAS21 en hen inzetten als kennisverspreiders.

2106, 2018

21ste-eeuwse vaardigheden in mbo en hbo

Door |21 juni 2018|Categorie(ën): Kernvaardigheden|Tags: |Reacties uitgeschakeld voor 21ste-eeuwse vaardigheden in mbo en hbo

Docentprofessionalisering centraal

Wat staat het mbo en hbo te doen rond 21ste-eeuwse vaardigheden? Op 5 juni kwamen professionals uit mbo en hbo bij elkaar om te spreken over een onderzoeksagenda voor het hbo en een professionaliseringsagenda voor het mbo. Ook de inrichting van de schoolcontext inclusief curriculumontwikkeling en gevolgen voor het management- en bestuursniveau kwamen uitgebreid aan bod.

Gerelateerde bijeenkomsten

Gerelateerde projecten en publicaties

2019-01-09T20:44:43+02:00

De rekentoetsen voor leerlingen met ernstige rekenproblemen (ER)

De rekentoetsen voor leerlingen met ernstige rekenproblemen (ER)

Het einddoel van het rekenonderwijs is om leerlingen op te leiden zodat ze adequaat kunnen omgaan met rekenkundige informatie in het (vervolg)onderwijs en in het dagelijks leven. Met de invoering van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen is in 2010 voor alle onderwijssectoren vastgelegd wat leerlingen minimaal moeten beheersen op het gebied van taal en rekenen.

2017-11-22T15:30:50+02:00

Slowscan ROC Friese Poort

21ste-eeuwse vaardigheden in het curriculum van ROC Friese Poort Zorg en Welzijn

De aandacht voor 21ste-eeuwse vaardigheden is de laatste jaren gegroeid. Vaardigheden als kritisch denken, samenwerken en ondernemendheid zijn helemaal niet nieuw, maar wel anders dan 50 jaar geleden. Deze vaardigheden worden belangrijker dankzij een veranderende arbeidsmarkt en samenleving.

2017-12-10T12:16:18+02:00

De waarde(n) van brede vorming

Het mbo introduceert op geheel eigen wijze de maatschappelijke dienstplicht uit het regeerakkoord. ROC Friese Poort experimenteert met Community Service Learning en onderzocht met expertisecentrum beroepsonderwijs (ecbo) de toepassing van brede vorming (Bildung) in het mbo. Hun onderwijs laat studenten een maatschappelijke dienst leveren en stimuleert zo de brede vorming van studenten. Daarbij reflecteren studenten vanuit een Bildungsdenken op wat ze doen, wie ze zijn en hoe ze in de wereld staan.

Stel uw vraag