Onderzoek naar de betekenis van onderwijsonderzoek door docenten.

Auteurs: Patricia Brouwer (Expertisecentrum beroepsonderwijs Den Bosch), Carlos van Kan (Hogeschool Arnhem Nijmegen), Ben Smit & Wilfried Admiraal (ICLON Universiteit Leiden), Jacqueline van Swet

(Fontys Hogeschool Tilburg), Lia Spreeuwenberg & Frank de Jong (AERES Hogeschool Wageningen), Hans Asbreuk (Stichting Signum Rosmalen), Truda Kruijer (AERES MBO Ede), Leontien van den Berg (Rijnlands Lyceum Sassenheim)

Publicatiedatum: November 2018

Dit project is gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) en werd uitgevoerd in kader van de Lerarenagenda 2013-2020.

Er zijn aanwijzingen voor een positieve relatie tussen docentonderzoek en de onderwijskwaliteit, maar het beschikbare onderzoek is summier en fragmentarisch. Onduidelijk is nog wat de precieze betekenis is van een masteropleiding, en meer in het bijzonder van docentonderzoek, voor de kennisontwikkeling van docenten en de benutting hiervan voor school. Deze probleemstelling leidde tot de volgende onderzoeksvragen:

  1. Hoe wordt in scholen de betekenis van onderzoek in de masteropleiding voor het professioneel handelen van docenten in de onderwijspraktijk geduid?
  1. Hoe wordt in scholen de betekenis van docentonderzoek voor het professioneel handelen van docenten in de onderwijspraktijk geduid?

De onderzoekers volgden docenten in hun transitie van de laatste fase van hun masteropleiding (‘masterstudent’) tot de eerste fase van hun beroepsuitoefening na afronding van deze masteropleiding (‘masterdocent’). Het onderzoek vond plaats bij drie type masters: Master Leren en Innoveren, de Universitaire Lerarenopleiding en de Master Educational Needs.

De term “docentonderzoek” werd in deze studie breder opgevat dan alleen het door docenten zelf uitvoeren van een praktijkonderzoek of wetenschappelijk onderzoek. Docentonderzoek omvat drie aspecten van onderzoek (vgl. ook Andriessen, 2014; Onderwijsraad, 2014; Zwart, Smit, & Admiraal, 2015):

  • Kritisch beschouwen van de onderwijspraktijk. Het gaat hier zowel om een onderzoeksmatige houding als onderzoeksmatig gedrag van docenten.
  • Toepassen van kennis uit onderzoek. Het gaat hier om gedrag dat kenmerkend is voor kennisbenutting door docenten.
  • Onderzoek door docenten. Dit betreft een gerichte dataverzameling door docenten over school en/of onderwijspraktijk waarbij een bepaalde navolgbare systematiek wordt gehanteerd.

Er zijn drie deelstudies uitgevoerd. De eerste deelstudie betreft de ontwikkeling van de storyline methode, een biografische interviewmethode om docenten op een open en navolgbare manier te laten terugkijken op hun leer- en onderzoeksproces (zie figuur). De tweede deelstudie betreft de ontwikkeling van een Q-sort-methode om opvattingen over onderzoek in kaart te brengen, zowel ten opzichte van ander professioneel handelen door docenten als ten opzichte van verschillende soorten onderzoeksmatig handelen van docenten. Ter validatie van de methode zijn er tevens gegevens verzameld bij docenten uit de sectoren basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. De derde deelstudie betreft een biografisch onderzoek bij 42 studenten tijdens hun masterfase en de eerste periode van hun daaropvolgende beroepscarrière.

Op basis van het onderzoek zijn implicaties voor de onderwijspraktijk, beleid en onderzoek geformuleerd. Implicaties voor de onderwijspraktijk:

  • Leg de nadruk bij docentonderzoek op actie-onderzoek of ander veranderingsgericht onderwijsonderzoek. Onderwijsverbetering door je eigen onderwijs te ontwerpen, uit te voeren en te evalueren;
  • Laat toepassen van onderzoekskennis en (actie-)onderzoek eerder in de masteropleiding aan de orde komen;
  • Gebruik een narratieve methode zoals de Story-line-methode voor reflectie van docenten op hun ontwikkeling;

Beleidsimplicaties in het kader van de Lerarenagenda:

  • Besteed aandacht in initiële scholing tot docent aan kritisch beschouwen, toepassen van onderzoek en vormen van actie-onderzoek, en in verdere professionalisering van docenten aan vormen van het doen van onderzoek waarbij ook de onderwijspraktijk van collega’s en wellicht andere scholen wordt betrokken, bijvoorbeeld in het kader van een schoolbreed onderzoek- en innovatieprogramma;
  • Neem maatregelen om onderzoek van docenten verder de school in te krijgen dan eigen sectie of team;
  • Definieer de bekwame docent als een die met behulp van onderzoeksmatig handelen complexe, situatiegebonden beslissingen kan nemen en expliciteer dat het docentschap is gebaseerd op onderzoek;

Implicaties voor onderzoek:

  • Longitudinaal onderzoek of cross-sectioneel onderzoek naar docenten in verschillende fasen van hun opleiding- en beroepsloopbaan is nodig voor een valide beeld van de betekenis van onderzoek voor docentschap;
  • Doe vervolgonderzoek dat zich richt op de vraag hoe de school als professionele organisatie optimaal kan bijdragen aan de impact van master docenten.

Contact over dit onderwerp

Dr. Patricia Brouwer
Dr. Patricia BrouwerSenior onderzoeker
06-12235587