Opwaartsedruk en onderwaardering

Home » Opwaartsedruk en onderwaardering

Opwaartsedruk en onderwaardering

Deel deze publicatie Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on Facebook
Facebook
Email this to someone
email

Column Rob Martens uit Dimensies 27 (december 2016)

Opwaartsedruk en onderwaardering

Binnen het mbo is de groep leerlingen met een beroepsgerichte leerweg in de afgelopen jaren afgenomen, niet zozeer door demografische ontwikkelingen als wel door ‘opwaartse druk’. Daarmee bedoelen Rob Schipperheyn, Jan Neuvel en Anneke Westerhuis leerlingen en ouders die een hoger niveau kiezen. Zie het interessante rapport De ontwikkeling van de instroom in de bbl. Op zoek naar verklaringen voor de terugloop. We weten dat tussen 2008 en 2014 de instroom in de bbl sterk is afgenomen, vooral op niveau 1 en 2.

Natuurlijk is de bbl sterk afhankelijk van ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Bedrijven leveren immers leerarbeidsplaatsen, en zijn daarmee dus afhankelijk van economische ontwikkelingen, zo lezen we in deze dimensies. Maar als je een beetje verder kijkt, zie je inderdaad die opwaartse druk waar Rob Schipperheyn en zijn collega’s op doelen. Mij bekruipt dan altijd het beeld van als we met z’n allen in de schouwburg op onze tenen gaan staan, niemand het toneelstuk beter ziet. De afgelopen dertig jaar is het percentage leerlingen dat naar het hoger onderwijs stroomt, enorm toegenomen. Sterker nog, wist u dat het gemiddelde IQ ook alsmaar stijgt? Dit is voor het eerst ontdekt door de Nieuw-Zeelander James Flynn. Het naar hem genoemde Flynn-effect is het verschijnsel dat de gemiddelde score op intelligentietesten van een gegeven populatie over de jaren heen stijgt.

Tegelijk zien we dat jongens en jongemannen het steeds slechter doen in het onderwijs. Met hele lange halen snel thuis, kun je zeggen: hoe meer praktisch en op iets maken (techniek, bouwen, enzovoorts) het onderwijs gericht is, des te lager we het waarderen en hoe meer jongens er zich toe aangetrokken voelen. Zelfs in de emancipatiebeweging zie je dat: men maakt zich druk over ondervertegenwoordiging van vrouwen als hoogleraar, bestuursvoorzitter of bij DWDD aan tafel, maar nooit over de ondervertegenwoordiging onder degenen (bijna altijd mannen) die ’s morgens het huisvuil ophalen of die ’s nachts de snelweg asfalteren terwijl de auto’s met die bestuursvoorzitters voorbijrazen.

Moeten we daar niet eens heel diep over gaan nadenken? Dat iets ‘maken’ dus echt niet ‘minder’ is? Dat groeiende opwaartse druk altijd betekent dat je je ergens op afzet, wat je daarmee steeds verder omlaag drukt? En dat de maatschappelijke kloof die die onderwaardering met zich meebrengt inmiddels verontrustend diep is geworden?

Contact over dit onderwerp

Drs. Elke van Doorn
Drs. Elke van DoornExpert kennisverspreiding
06-54675594
Deel deze publicatie Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on Facebook
Facebook
Email this to someone
email
2017-02-08T14:13:54+00:00 9 december 2016|Categorieën: Kennisverspreiding|Tags: , , , |