Studiesucces in de G4

Home / Portfolio / Studiesucces in de G4

Project Description

Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Studiesucces in de G4

Populatiekenmerken verklaren verschillen in studieresultaten

Auteur(s):
Jan Neuvel & Marc van der Meer
Publicatiedatum: juli 2014

Dat studieresultaten van roc’s in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht (de G4) achterblijven bij het landelijk gemiddelde was bekend. Maar welke factoren spelen daarbij nu eigenlijk een rol?

De samenstelling van de leerlingenpopulatie kan verantwoordelijk zijn voor de achterblijvende resultaten, maar mogelijk vormen ook de kwaliteit van het onderwijs en/of de loopbaanbegeleiding een verklaring. Op verzoek van de roc’s uit de G4 onderzocht ecbo de vraag naar de rol van deze twee factoren.

Populatiekenmerken

Met behulp van BRON-data met leerlinggegevens laten de onderzoekers op basis van vijf succes-indicatoren zien dat de verschillen in studiesucces in bijna alle gevallen (mbo-niveau 1, 2, 3 en 4, zowel bol als bbl) volledig te verklaren zijn door populatiekenmerken. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat de kwaliteit van het onderwijs in roc’s uit de G4 van gelijk niveau is als dat van de overige roc’s. Tegelijkertijd blijkt dat voor drie van de vier instroomniveaus procentueel meer bbl-studenten van roc’s uit de G4 een mbo-diploma behalen dan bbl-studenten van overige roc’s.

Waardering studieresultaten

De gevonden verklaringen voor de verschillen in studieresultaten roepen een aantal actuele vragen op: moeten we in de waardering van studieresultaten niet meer rekening houden met de achtergrondkenmerken van studenten? En waarom bereiken sommige instellingen betere resultaten op het terrein van de doorstroom van leerlingen dan andere scholen?
Studiesucces in de G4
Download publicatie
Aanvragen publicatie

Onderzoeker(s)

Jan Neuvel
Jan NeuvelSenior onderzoeker
073 6872500

Gerelateerde publicaties

Maatwerk en doorstroom

Maatwerkdiploma’s in het voortgezet onderwijs en doorstroom naar vervolgonderwijs

De leerlingpopulatie in het voortgezet onderwijs wordt diverser. Het is aan het onderwijs om op diversiteit van leerlingen in te spelen, bijvoorbeeld door maatwerk in het diplomaniveau. De leerling kan dan bepaalde vakken op een hoger niveau afronden. Ecbo en DUO deden onderzoek naar de potentie van deze vorm van een maatwerkdiploma.

Havo: scharnier in het Nederlandse onderwijsstelsel?

Dit onderzoek geeft antwoord op de vraag of het havo zich als scharnier in het voortgezet onderwijs ontwikkelt. Daar is veel voor te zeggen. Zo heeft het havo in het aanbod van algemeen vormend voortgezet onderwijs in doorstroomtermen zowel een verbinding met de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo als met het vwo. Uit het vmbo mogen leerlingen uit de gemengde en theoretische leerweg opstromen naar het havo en leerlingen voor wie het vwo te zwaar blijkt kunnen terugvallen op het havo. Door dat grensverkeer tussen vmbo, havo en vwo doen betrekkelijk veel leerlingen voor kortere of langere tijd het havo aan.

Monitor Vakmanschap- en technologieroutes

,

Tweede meting

Dit rapport schetst een beeld van experimenten met doorlopende leerlijnen in het vmbo en mbo die sinds het schooljaar 2014-2015 zijn gestart. Het gaat om doorlopende leerlijnen vanaf leerjaar 3 van het vmbo op niveau 2 en 3 in alle sectoren (vakmanschaproutes), op niveau 4 in de technieksector (technologieroute) en op niveau 4 in de overige sectoren (beroepsroutes). Gedurende de periode 2014-2022 hebben samenwerkingsverbanden van vmbo- en mbo-scholen experimenteerruimte om deze geïntegreerde leerlijnen vorm te geven.

Gerelateerd nieuws

106, 2017

Conferentie aansluiting mbo-hbo

1 juni 2017|Categorieën: Instroom-doorstroom-uitstroom|Tags: , |Reacties uitgeschakeld voor Conferentie aansluiting mbo-hbo

Verbetering aansluiting mbo-hbo: wat werkt? Resultaten van lopend onderzoek

Doorstroom mbo-hbo staat breed is de belangstelling. Mbo’ers vallen steeds vaker uit op het hbo en switchen bovendien ook steeds meer. Onduidelijk is waarom dit gebeurt. Ook is onduidelijk wat het effect is van de uiteenlopende initiatieven die mbo- en hbo-instellingen ontplooien om voortijdige uitval tegen te gaan. Vandaar dat er een driejarig onderzoek is opgezet naar de vraag hoe de aansluiting mbo-hbo verbeterd kan worden. Het onderzoek loopt nu bijna 2 jaar en op 1 juni 2017 presenteerden de onderzoekers de resultaten tot dan toe.

2505, 2017

Ga zelf op onderzoek uit: hoe hogescholen de doorstroom kunnen verbeteren

25 mei 2017|Categorieën: Instroom-doorstroom-uitstroom|Tags: , , |Reacties uitgeschakeld voor Ga zelf op onderzoek uit: hoe hogescholen de doorstroom kunnen verbeteren

José Mulder en Joris Cuppen in TH&MA Hoger Onderwijs

De kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de docent. Een waarheid als een koe. Ook de Lerarenagenda 2013-2020 (ministerie OCW, 2013) benadrukt de centrale rol van de docent in de verbetering van het onderwijs. In het mbo ligt deze verantwoordelijkheid niet bij de individuele docent maar is de kwaliteit van het onderwijs bij uitstek een teamverantwoordelijkheid.

704, 2017

Monitor Vakmanschap- en technologieroutes

7 april 2017|Categorieën: Instroom-doorstroom-uitstroom, Mbo-organisatie|Tags: , , , |Reacties uitgeschakeld voor Monitor Vakmanschap- en technologieroutes

Tweede meting

Dit rapport schetst een beeld van experimenten met doorlopende leerlijnen in het vmbo en mbo die sinds het schooljaar 2014-2015 zijn gestart. Het gaat om doorlopende leerlijnen vanaf leerjaar 3 van het vmbo op niveau 2 en 3 in alle sectoren (vakmanschaproutes), op niveau 4 in de technieksector (technologieroute) en op niveau 4 in de overige sectoren (beroepsroutes). Gedurende de periode 2014-2022 hebben samenwerkingsverbanden van vmbo- en mbo-scholen experimenteerruimte om deze geïntegreerde leerlijnen vorm te geven.

Gerelateerde events

Heeft u een vraag aan ons?

 
 
Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone