Studiesucces in de G4 opnieuw beoordeeld

Home / Portfolio / Studiesucces in de G4 opnieuw beoordeeld

Project Description

Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Studiesucces in de G4 opnieuw beoordeeld

Replicatieonderzoek naar het effect van populatieverschillen op de studieresultaten in roc’s

Auteur(s): Rob Schipperheyn, Jan Neuvel, Joris Brekelmans en Anneke Westerhuis
Publicatiedatum: september 2015

De replicatie betreft de vergelijking van het studiesucces in de roc’s binnen de G4 met het succes in de roc’s buiten de G4 en het zoeken naar een verklaring voor de achterblijvende resultaten in de roc’s binnen de G4 in termen van populatieverschillen.

De in dit rapport gepubliceerde studie is deels een replicatie van het onderzoek naar het studiesucces in roc’s uit de G4 dat in 2014 is uitgevoerd (Neuvel & Van der Meer, 2014) en deels een uitbreiding van deze studie.

Replicatie van het onderzoek

Het replicatieonderzoek is uitgevoerd in de cohorten 2007-2009. Dat is, zoals in het vorige onderzoek (cohorten 2005-2007), apart gedaan voor de instroom in de bol en de instroom in de bbl. Voor beide leerwegen is steeds een onderscheid gemaakt tussen de vier instroomniveaus. In de analyses zijn dezelfde indicatoren gebruikt als in de analyses voor de cohorten 2005-2007. Dat zijn:
1. Cohortresultaat
2. Startkwalificatie
3. Diploma op instroomniveau
4. Diploma opstroomniveau

Robuustheid van de uitkomsten

Het doel van de replicatie is het nagaan van de robuustheid van de uitkomsten uit de eerdere studie, mede vanuit de veronderstelling dat invoering van competentiegericht onderwijs (cgo) ten tijde van de instroom tussen 2005 en 2007 van invloed kan zijn geweest op de verschillen tussen de studieresultaten van de roc’s binnen en buiten de G4.

Vergelijkbare resultaten

In het algemeen leveren de nieuwe analyses vergelijkbare resultaten op als in de eerste studie. Een eventueel effect van de invoering van cgo op de uitkomsten uit het eerdere onderzoek lijkt daarmee niet aannemelijk.

Uitbreiding van het onderzoek

De uitbreiding van het eerdere onderzoek betreft het gebruik van de sociaaleconomische status van wijken (wijk-SES) voor het verklaren van het verschil in studieresultaten tussen de roc’s uit de G4 en overige roc’s in ons land.

Die variabele is ontleend aan de waardering van wijken door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). In de vorige studie is voor het nagaan van populatieverschillen gebruik gemaakt van de indeling van armoeprobleemcumulatiegebieden (APC-gebieden). Daardoor kon niet worden gecorrigeerd voor studenten uit wijken met een lage SES buitend de APC-gebieden. De aanname was dat met de SES-variabele beter rekening gehouden kan worden met de specifieke sociaaleconomische problematiek in wijken in Rotterdam. De analyses met de wijk-SES leverden echter geen extra bijdrage aan het verklaren van het verschil in studieresultaten tussen de roc’s binnen en buiten de G4.

Studiesucces in de G4 opnieuw beoordeeld
Download publicatie
Aanvragen publicatie

Onderzoeker(s)

Rob Schipperheyn, MSc.
Rob Schipperheyn, MSc.Onderzoeker
06-10015879
Jan Neuvel
Jan NeuvelSenior onderzoeker
073 6872500
Drs. Joris Brekelmans
Drs. Joris BrekelmansOnderzoeker
06-23581017
Drs. Anneke Westerhuis
Drs. Anneke WesterhuisManaging onderzoeker
06-54647140

Gerelateerde publicaties

Maatwerk en doorstroom

Maatwerkdiploma’s in het voortgezet onderwijs en doorstroom naar vervolgonderwijs

De leerlingpopulatie in het voortgezet onderwijs wordt diverser. Het is aan het onderwijs om op diversiteit van leerlingen in te spelen, bijvoorbeeld door maatwerk in het diplomaniveau. De leerling kan dan bepaalde vakken op een hoger niveau afronden. Ecbo en DUO deden onderzoek naar de potentie van deze vorm van een maatwerkdiploma.

Havo: scharnier in het Nederlandse onderwijsstelsel?

Dit onderzoek geeft antwoord op de vraag of het havo zich als scharnier in het voortgezet onderwijs ontwikkelt. Daar is veel voor te zeggen. Zo heeft het havo in het aanbod van algemeen vormend voortgezet onderwijs in doorstroomtermen zowel een verbinding met de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo als met het vwo. Uit het vmbo mogen leerlingen uit de gemengde en theoretische leerweg opstromen naar het havo en leerlingen voor wie het vwo te zwaar blijkt kunnen terugvallen op het havo. Door dat grensverkeer tussen vmbo, havo en vwo doen betrekkelijk veel leerlingen voor kortere of langere tijd het havo aan.

Monitor Vakmanschap- en technologieroutes

,

Tweede meting

Dit rapport schetst een beeld van experimenten met doorlopende leerlijnen in het vmbo en mbo die sinds het schooljaar 2014-2015 zijn gestart. Het gaat om doorlopende leerlijnen vanaf leerjaar 3 van het vmbo op niveau 2 en 3 in alle sectoren (vakmanschaproutes), op niveau 4 in de technieksector (technologieroute) en op niveau 4 in de overige sectoren (beroepsroutes). Gedurende de periode 2014-2022 hebben samenwerkingsverbanden van vmbo- en mbo-scholen experimenteerruimte om deze geïntegreerde leerlijnen vorm te geven.

Gerelateerd nieuws

106, 2017

Conferentie aansluiting mbo-hbo

1 juni 2017|Categorieën: Instroom-doorstroom-uitstroom|Tags: , |Reacties uitgeschakeld voor Conferentie aansluiting mbo-hbo

Verbetering aansluiting mbo-hbo: wat werkt? Resultaten van lopend onderzoek

Doorstroom mbo-hbo staat breed is de belangstelling. Mbo’ers vallen steeds vaker uit op het hbo en switchen bovendien ook steeds meer. Onduidelijk is waarom dit gebeurt. Ook is onduidelijk wat het effect is van de uiteenlopende initiatieven die mbo- en hbo-instellingen ontplooien om voortijdige uitval tegen te gaan. Vandaar dat er een driejarig onderzoek is opgezet naar de vraag hoe de aansluiting mbo-hbo verbeterd kan worden. Het onderzoek loopt nu bijna 2 jaar en op 1 juni 2017 presenteerden de onderzoekers de resultaten tot dan toe.

2505, 2017

Ga zelf op onderzoek uit: hoe hogescholen de doorstroom kunnen verbeteren

25 mei 2017|Categorieën: Instroom-doorstroom-uitstroom|Tags: , , |Reacties uitgeschakeld voor Ga zelf op onderzoek uit: hoe hogescholen de doorstroom kunnen verbeteren

José Mulder en Joris Cuppen in TH&MA Hoger Onderwijs

De kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de docent. Een waarheid als een koe. Ook de Lerarenagenda 2013-2020 (ministerie OCW, 2013) benadrukt de centrale rol van de docent in de verbetering van het onderwijs. In het mbo ligt deze verantwoordelijkheid niet bij de individuele docent maar is de kwaliteit van het onderwijs bij uitstek een teamverantwoordelijkheid.

704, 2017

Monitor Vakmanschap- en technologieroutes

7 april 2017|Categorieën: Instroom-doorstroom-uitstroom, Mbo-organisatie|Tags: , , , |Reacties uitgeschakeld voor Monitor Vakmanschap- en technologieroutes

Tweede meting

Dit rapport schetst een beeld van experimenten met doorlopende leerlijnen in het vmbo en mbo die sinds het schooljaar 2014-2015 zijn gestart. Het gaat om doorlopende leerlijnen vanaf leerjaar 3 van het vmbo op niveau 2 en 3 in alle sectoren (vakmanschaproutes), op niveau 4 in de technieksector (technologieroute) en op niveau 4 in de overige sectoren (beroepsroutes). Gedurende de periode 2014-2022 hebben samenwerkingsverbanden van vmbo- en mbo-scholen experimenteerruimte om deze geïntegreerde leerlijnen vorm te geven.

Gerelateerd events

Heeft u een vraag aan ons?

 
 
Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone