De effecten van cgo: tussenmeting 2011

Home / Portfolio / De effecten van cgo: tussenmeting 2011

Project Description

Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

De effecten van cgo: tussenmeting 2011

Tussenmeting cgo 2011

Auteur(s): Arjan van der Meijden
Publicatiedatum: mei 2011

Wat zijn de effecten van de invoering van cgo op uitstroom, voortijdige uitval en doorstroom? Ecbo onderzocht de verschillen tussen opleidingen die wel en niet experimenteren met de nieuwe kwalificatiedossiers.

Het tussentijdse onderzoek laat zien dat er over het algemeen weinig verschillen zijn tussen experimentele en niet-experimentele opleidingen. Opleidingskenmerken (sector, niveau en leerweg) en populatiekenmerken (geslacht en afkomst) hebben meer invloed op uitval, doorstroom en het behalen van een diploma dan al of niet experimenteren met cgo.

Invloed cgo

De veronderstelling dat de invoering van cgo een positief effect heeft op de negen resultatengebieden van het mbo (waaronder uitval, uitstroom en doorstroom)  kan dus niet worden bevestigd. Van een negatief effect is echter ook geen sprake. In vervolgonderzoeken kunnen meer data en meer controlevariabelen de invloed cgo wellicht verduidelijken.

Voorgeschiedenis

Sinds 2004 experimenteert een steeds groter aantal mbo-opleidingen met de invoering van competentiegericht onderwijs en de bijbehorende kwalificatiedossiers. Iedere twee jaar monitort ecbo de ontwikkeling van deze zogeheten experimentele opleidingen. Sinds de vierde meting (2008/9) wordt daarbij gekeken naar de effecten van de invoering van cgo. Na de zomer van 2011 verschijnen de resultaten van de vijfde meting. In een jaarlijkse tussenmeting onderzoekt ecbo aan de hand van de inschrijvingsgegevens van leerlingen de invloed van cgo op drie resultaatgebieden: uitstroom, uitval en doorstroom.

Uitval, diplomering en opstroom binnen het mbo
Download publicatie

Gerelateerde publicaties

De achtergrond van verschillen tussen studenten op mbo-niveau 3 en 4

Vier casestudies in de opleiding Maatschappelijke Zorg

Het uitgangspunt van dit onderzoek was een vraag uit de praktijk. Wat zijn de specifieke kenmerken voor niveau 3 mbo-studenten met betrekking tot curriculum ontwerp? Kunnen we rekening houden met specifieke kenmerken die niveau 3 studenten hebben ten opzichte van de andere niveaus bij het ontwerpen, indelen en organiseren van het curriculum? Deze vraag is gesteld door een mbo-professional aan het online loket: de Kennisrotonde. Bestaande literatuur bleek ontoereikend. In dit onderzoek werden daarom casestudies uitgevoerd om achtergrondinformatie te verzamelen over de specifieke kenmerken van niveau 3 mbo-studenten.

Evaluatie pilots educatieve minor beroepsonderwijs

Stuurgroep-, ontwikkelaars- en deelnemersperspectief

Eind 2011 is er bij twee mbo-instellingen een start gemaakt met de projecten ‘Meesterschap in Techniek’ respectievelijk ‘Technische Teams van de Toekomst’, met subsidie vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). In beide projecten vindt, naast activiteiten gericht op het stimuleren van het technisch beroepsonderwijs, de ontwikkeling van een educatieve minor beroepsonderwijs plaats. De looptijd van beide projecten is van 2011-2014.

Monitor Vakmanschap- en technologieroutes

,

Tweede meting

Dit rapport schetst een beeld van experimenten met doorlopende leerlijnen in het vmbo en mbo die sinds het schooljaar 2014-2015 zijn gestart. Het gaat om doorlopende leerlijnen vanaf leerjaar 3 van het vmbo op niveau 2 en 3 in alle sectoren (vakmanschaproutes), op niveau 4 in de technieksector (technologieroute) en op niveau 4 in de overige sectoren (beroepsroutes). Gedurende de periode 2014-2022 hebben samenwerkingsverbanden van vmbo- en mbo-scholen experimenteerruimte om deze geïntegreerde leerlijnen vorm te geven.

Gerelateerd nieuws

106, 2017

Conferentie aansluiting mbo-hbo

1 juni 2017|Categorieën: Instroom-doorstroom-uitstroom|Tags: , |Reacties uitgeschakeld voor Conferentie aansluiting mbo-hbo

Verbetering aansluiting mbo-hbo: wat werkt? Resultaten van lopend onderzoek

Doorstroom mbo-hbo staat breed is de belangstelling. Mbo’ers vallen steeds vaker uit op het hbo en switchen bovendien ook steeds meer. Onduidelijk is waarom dit gebeurt. Ook is onduidelijk wat het effect is van de uiteenlopende initiatieven die mbo- en hbo-instellingen ontplooien om voortijdige uitval tegen te gaan. Vandaar dat er een driejarig onderzoek is opgezet naar de vraag hoe de aansluiting mbo-hbo verbeterd kan worden. Het onderzoek loopt nu bijna 2 jaar en op 1 juni 2017 presenteerden de onderzoekers de resultaten tot dan toe.

2505, 2017

Ga zelf op onderzoek uit: hoe hogescholen de doorstroom kunnen verbeteren

25 mei 2017|Categorieën: Instroom-doorstroom-uitstroom|Tags: , , |Reacties uitgeschakeld voor Ga zelf op onderzoek uit: hoe hogescholen de doorstroom kunnen verbeteren

José Mulder en Joris Cuppen in TH&MA Hoger Onderwijs

De kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de docent. Een waarheid als een koe. Ook de Lerarenagenda 2013-2020 (ministerie OCW, 2013) benadrukt de centrale rol van de docent in de verbetering van het onderwijs. In het mbo ligt deze verantwoordelijkheid niet bij de individuele docent maar is de kwaliteit van het onderwijs bij uitstek een teamverantwoordelijkheid.

Gerelateerde events

Heeft u een vraag aan ons?

 
 
Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone