Bredere opleidingen voor een smallere doelgroep?

Home / Portfolio / Bredere opleidingen voor een smallere doelgroep?

Project Description

Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Bredere opleidingen voor een smallere doelgroep?

Ontwikkelingen in de samenstelling van instroom en breder opleiden op mbo niveau 2

Auteur(s): Karel Kans, Joris Cuppen, Metje Jantje Groeneveld, José Hermanussen
Publicatiedatum: oktober 2016

In dit onderzoek staan twee ontwikkelingen in opleidingen op niveau 2 centraal: veranderingen in de samenstelling van de instroom en verbreding van opleidingen. Binnen het mbo-veld zijn er geluiden dat de samenstelling van de groep instromers op niveau 2 verandert. In opleidingen op niveau 2 zouden zich de overwegend meer kansarme jongeren concentreren, kansrijkere jongeren zouden vaker voor opleidingen op een hoger niveau kiezen. Daarnaast zouden er relatief steeds meer studenten een zogenaamde brede opleiding doen.

Ecbo zocht uit of en hoe deze instroom is veranderd voor de periode 2006-2015. Daarnaast kijken we nader naar veranderingen over de tijd met betrekking tot de breedte van de opleiding. Is er op niveau 2 sprake van verbreding van de opleidingen, en hoe heeft die verbreding zich gemanifesteerd? Wat zijn de ervaringen van onderwijsinstellingen met het inrichten van brede opleidingen?

Veranderingen instroom niveau 2

Op basis van basisregistratie onderwijsnummer (BRON) zijn ontwikkelingen van de instroom tussen 2006 en 2015 in kaart gebracht. Er is gekeken naar de omvang van de instroom, veranderingen in de samenstelling wat betreft vooropleiding en andere persoonskenmerken. De belangrijkste bevindingen zijn:
  • De algehele instroom op niveau 2 is substantieel afgenomen gedurende deze periode. De afname op niveau 2 is veel groter dan op niveau 3 en 4, en vindt plaats in zowel de sector techniek als zorg & welzijn, als economie & handel. De afname in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) is groter dan in de beroepsopleidende leerweg (bol).
  • De instroom in het mbo is een duidelijke afspiegeling van de ontwikkelingen in het vmbo. In het vmbo daalt het aandeel van het laagste niveau, de beroepsgerichte leerweg, snel terwijl de hogere niveaus (gemengde en theoretische leerweg) stabiel zijn. Dit strookt met de ontwikkeling in de niveau 2 opleidingen in het mbo, afgezet tegen de ontwikkeling op niveau 3 en 4, waar de instroom stabiel is.
  • In de vooropleiding van de instromers op niveau 2 verandert weinig als het gaat om de instroom van gediplomeerde vmbo’ers: de verhouding tussen de leerwegen in het vmbo blijft ongeveer gelijk. Wel is er een toename van het aantal instromers vanuit vso en pro en een afname van het aandeel ongediplomeerde instromers.
  • Onder de gediplomeerde instromers is er een toename van het aandeel leerlingen dat lwoo heeft gehad en het aandeel dat een keer is blijven zitten.
  • Verder is het aandeel niveau 1 leerlingen dat doorstroomt naar niveau 2 afgenomen.
  • Op andere persoonskenmerken is de instroom in deze periode, zoals geslacht en het aandeel niet-westerse allochtone leerlingen, vrijwel gelijk gebleven

Ontwikkeling van brede kwalificaties en opleidingen

Op meerdere manieren is onderzocht of er sprake is van een verbreding van het opleiden op niveau 2. Er is gekeken naar het aantal verbrede kwalificaties en naar het aantal studenten in deze verbrede kwalificaties. Ook is het perspectief van de opleiders onderzocht: wat zien zij als verbreding en wat zijn redenen om in te zetten op verbreding op niveau 2?

Het aantal niveau 2-kwalificaties is gedaald wanneer de huidige herziene kwalificatiestructuur (HKS) wordt vergeleken met de kwalificatiestructuur gebaseerd op eindtermen en die daaropvolgende beroepsgerichte kwalificatiestructuur (BKS). Vooral tussen de BKS en de HKS is sprake van een indikking van het aantal kwalificaties. Nieuwe kwalificaties zijn veelal samengesteld uit meerdere oudere: ten opzichte van 2012 is in 2015 53% van de niveau 2-kwalificaties samengesteld uit meerdere kwalificaties. Deze daling heeft zich met name voorgedaan in Economie & Handel en Zorg & Welzijn. Deze ontwikkeling is echter niet uniek voor niveau 2, het gebeurt ook op niveau 3 (andere niveaus zijn in deze analyse niet meegenomen).

We hebben een aantal kwalificaties als breed aangemerkt, zowel op niveau 2 als op niveau 3. Met name na 2012 lijkt het aandeel instromers op niveau 2 in brede kwalificaties toe te nemen, ten opzichte van alle andere kwalificaties. Op niveau 3 doet deze ontwikkeling zich niet of in mindere mate voor.

Brede niveau 2-opleidingen in de praktijk

Wat een brede opleiding is, hangt af van het doel. Er zijn drie hoofddoelen te onderscheiden: aansluiten bij de veranderingen in de kwalificatiestructuur, aansluiten bij de studenten of aansluiten bij de arbeidsmarkt. Dit leidt veranderingen in de opleiding die aan het begin van de opleiding kunnen zitten (breed beginnen), of juist aan de uitstroomkant door elementen van kwalificaties te combineren. Waar in het verleden veelal van de vrije ruimte gebruik werd gemaakt, gebeurt dat nu onder meer door middel van de keuzedelen. Verder vraagt een brede opleiding om andere competenties van het opleidingsteam.
Bredere opleidingen voor een smallere doelgroep?
Download publicatie
Aanvragen publicatie

Onderzoeker(s)

Drs. Karel Kans
Drs. Karel Kans Senior onderzoeker
06-12234777
Joris Cuppen Msc
Joris Cuppen MscOnderzoeker
06-13218997
Drs. José Hermanussen
Drs. José HermanussenSenior onderzoeker
06-10970839

Gerelateerde publicaties

Werk hebben en werk houden in het mbo

,

Employability van onderwijsgevend personeel

Employability is het vermogen om werk te verkrijgen en/of te behouden. De employability van onderwijsgevenden in het mbo is iets lager dan gemiddeld in Nederland. Een hogere employability heeft een positief effect op de loopbaan. En employability wordt vooral bepaald door persoonsgebonden en in tweede instantie organisatiegebonden factoren, en minder door functiegebonden factoren.

Neuromythen in het mbo

Een vragenlijstonderzoek naar acht veel voorkomende neuromythen

Professionals die werkzaam zijn in het onderwijs komen meer en meer in aanraking met informatie over het functioneren van de hersenen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat er vaak sprake is van zogenoemde ‘neuromythen’: uitspraken over gedrag of functioneren die gebaseerd zijn op onjuiste generalisaties uit wetenschappelijk onderzoek. Eerder onderzoek liet zien dat dergelijke neuromythen veel voorkomen bij leerkrachten in het basisonderwijs en bij docenten op havo en vwo. Zijn neuromythen ook binnen het mbo wijdverbreid?

Ervaren werkdruk in het mbo

Onderzoeksverslag
Er is recent veel aandacht voor werkdruk onder docenten; in onderzoek, beleid en in de media. Veelal gaat dit echter over het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs en blijft het mbo onderbelicht. Dit terwijl docenten in het mbo een hoge werkdruk ervaren, zoals blijkt uit het onderzoek naar medewerkerstevredenheid van de sector.

Gerelateerd nieuws

1506, 2017

Laaggeletterden centraal

15 juni 2017|Categorieën: Kernvaardigheden|Tags: , , , , |Reacties uitgeschakeld voor Laaggeletterden centraal

Tweejarig onderzoek van Welten-instituut en ecbo

In Nederland hebben ruim 2,5 miljoen volwassenen moeite met taal en rekenen. Vanuit het actieprogramma Tel mee met Taal is een 2-jarig onderzoek gestart dat een bijdrage moet leveren aan het terugdringen van het aantal mensen met taal- en rekenvaardigheden onder basisniveau.

1506, 2017

Opleiden voor een dynamisch beroep: organiseren en professionaliseren voor responsiviteit

15 juni 2017|Categorieën: Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt|Tags: , , |Reacties uitgeschakeld voor Opleiden voor een dynamisch beroep: organiseren en professionaliseren voor responsiviteit

Onderzoeksvoorstel binnen thema dynamische arbeidsmarkt is gehonoreerd

In dit onderzoek wordt de ontwikkeling van een responsief protocol opgepakt door een consortium van Gelderse mbo-instellingen. De aansluiting tussen mbo-opleidingen en werkveld staat onder druk door snelle maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Docenten(-teams) moeten responsief zijn ten opzichte van die ontwikkelingen: actueel beroepsonderwijs vraagt samenwerking met het werkveld om de opleidingen adaptief in te richten.

Gerelateerde bijeenkomsten

Heeft u een vraag aan ons?

 
 
Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone