Beroepenmobiliteit en leven lang leren

Home / Portfolio / Beroepenmobiliteit en leven lang leren

Project Description

Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Beroepenmobiliteit en leven lang leren

Hoe dynamisch is de beroepenmobiliteit in de loopbaan van de Nederlandse werknemer?

Auteur(s): Amelia Roman en Sandra van den Dungen
Publicatiedatum: oktober 2011

Merkwaardige paradoxen kenmerken de huidige Nederlandse arbeidsmarkt. Langetermijnontwikkelingen duiden op structurele krapte, terwijl ontwikkelingen op korte termijn nog volop in het teken staan van crisis en werkloosheid.

Langer doorwerken is de nieuwe trend. Niet alleen de structureel krimpende beroepsbevolking, maar ook de betaalbaarheid van collectieve voorzieningen maken verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd noodzakelijk. Langer doorwerken betekent echter ook dat werknemers langer scherp en fit moeten blijven. En dat ze bereid moeten zijn om gedurende hun loopbaan van beroep te veranderen, als de vraag naar arbeid structureel wijzigt.

Competenties up-to-date houden

Onderwijs, en in het bijzonder het volwassenenonderwijs, is daarbij onmisbaar. Het helpt mensen hun competenties up-to-date te houden en hun positie op de arbeidsmarkt veilig te stellen of te verbeteren. Maar dan moeten werkgevers wél willen investeren in trainingen en opleidingen, kortom: in beroepenmobilieit.

Beroepenmobiliteit en leven lang leren

En dat is nu net waar de schoen wringt, zo stelden ecbo-onderzoekers Amelia Román en Sandra van den Dungen vast in Beroepenmobiliteit en leven lang leren. Ze onderzoeken hierin hoe beroepsonderwijs en arbeidsmarktbeleid de paradoxen in de huidige arbeidsmarkt op de juiste wijze kunnen adresseren. Daarbij stonden twee vragen centraal: Hoe dynamisch is de beroepenmobiliteit in de loopbaan van de Nederlandse werknemer? En: Wat is de rol van leven lang leren bij het bevorderen van die beroepenmobiliteit?

Van postbode tot regisseur
Download publicatie

Gerelateerde publicaties

De achtergrond van verschillen tussen studenten op mbo-niveau 3 en 4

Vier casestudies in de opleiding Maatschappelijke Zorg

Het uitgangspunt van dit onderzoek was een vraag uit de praktijk. Wat zijn de specifieke kenmerken voor niveau 3 mbo-studenten met betrekking tot curriculum ontwerp? Kunnen we rekening houden met specifieke kenmerken die niveau 3 studenten hebben ten opzichte van de andere niveaus bij het ontwerpen, indelen en organiseren van het curriculum? Deze vraag is gesteld door een mbo-professional aan het online loket: de Kennisrotonde. Bestaande literatuur bleek ontoereikend. In dit onderzoek werden daarom casestudies uitgevoerd om achtergrondinformatie te verzamelen over de specifieke kenmerken van niveau 3 mbo-studenten.

Evaluatie pilots educatieve minor beroepsonderwijs

Stuurgroep-, ontwikkelaars- en deelnemersperspectief

Eind 2011 is er bij twee mbo-instellingen een start gemaakt met de projecten ‘Meesterschap in Techniek’ respectievelijk ‘Technische Teams van de Toekomst’, met subsidie vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). In beide projecten vindt, naast activiteiten gericht op het stimuleren van het technisch beroepsonderwijs, de ontwikkeling van een educatieve minor beroepsonderwijs plaats. De looptijd van beide projecten is van 2011-2014.

Monitor Vakmanschap- en technologieroutes

,

Tweede meting

Dit rapport schetst een beeld van experimenten met doorlopende leerlijnen in het vmbo en mbo die sinds het schooljaar 2014-2015 zijn gestart. Het gaat om doorlopende leerlijnen vanaf leerjaar 3 van het vmbo op niveau 2 en 3 in alle sectoren (vakmanschaproutes), op niveau 4 in de technieksector (technologieroute) en op niveau 4 in de overige sectoren (beroepsroutes). Gedurende de periode 2014-2022 hebben samenwerkingsverbanden van vmbo- en mbo-scholen experimenteerruimte om deze geïntegreerde leerlijnen vorm te geven.

Gerelateerd nieuws

1112, 2017

Veranderende rol Rob Martens binnen ecbo

11 december 2017|Categorieën: Instroom-doorstroom-uitstroom|Tags: |Reacties uitgeschakeld voor Veranderende rol Rob Martens binnen ecbo

Focus op verbinden van wetenschap aan ecbo/cinop

Per 1 januari zal Rob Martens, die momenteel wetenschappelijk directeur van ecbo is, een rol opnemen als wetenschappelijk directeur van het NIVOZ. Zijn rol bij ecbo zal zich hierdoor meer gaan richten op het verbinden van wetenschap aan ecbo/cinop.

106, 2017

Conferentie aansluiting mbo-hbo

1 juni 2017|Categorieën: Instroom-doorstroom-uitstroom|Tags: , |Reacties uitgeschakeld voor Conferentie aansluiting mbo-hbo

Verbetering aansluiting mbo-hbo: wat werkt? Resultaten van lopend onderzoek

Doorstroom mbo-hbo staat breed is de belangstelling. Mbo’ers vallen steeds vaker uit op het hbo en switchen bovendien ook steeds meer. Onduidelijk is waarom dit gebeurt. Ook is onduidelijk wat het effect is van de uiteenlopende initiatieven die mbo- en hbo-instellingen ontplooien om voortijdige uitval tegen te gaan. Vandaar dat er een driejarig onderzoek is opgezet naar de vraag hoe de aansluiting mbo-hbo verbeterd kan worden. Het onderzoek loopt nu bijna 2 jaar en op 1 juni 2017 presenteerden de onderzoekers de resultaten tot dan toe.

Gerelateerde events

Heeft u een vraag aan ons?

 
 
Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone