Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Verslag ecbo-debat 7 december 2016

Verslaglegging: Pieter Baay (ecbo)

Op 6 december 2016 debatteerden bijna 50 onderwijsbetrokkenen over de keuzedelen in het mbo. Het debat werd georganiseerd door het Expertisecentrum Beroepsonderwijs (ecbo) en begeleid door het Nederlands Debat Instituut. Het eerste deel van de bijeenkomst ging over eerdere ervaringen; in het tweede deel werd gereflecteerd op oplossingsrichtingen rondom de implementatie van keuzedelen.

10 oplossingsrichtingen voor de keuzedelen

Wat waren de keuzedelen ook alweer?

Naast de kwalificatie volgt de student keuzedelen. Keuzedelen nemen 15% van de uren per beroepsopleiding in beslag. Hiermee kan een mbo-student zijn vakmanschap verbreden of verdiepen. Keuzedelen worden vermeld op het diploma en hebben daarmee een formele status. Elke school maakt eigen keuzes bij het aanbieden van keuzedelen en kan daarbij gebruikmaken van een databank van ruim 700 goedgekeurde keuzedelen.

Wat was ook alweer de aanleiding voor de keuzedelen?

Janneke Voltman, senior adviseur bij SBB, benoemde twee aanleidingen voor de invoering van de keuzedelen: doelmatigheid en flexibilisering.

Doelmatigheid omdat:

  • de hoeveelheid kwalificatiedossiers tot een versnippering van opleidingen leidde.
  • na een periode van competentiegericht onderwijs, waarin het leek alsof vakmanschap er niet toe deed, vakkennis en vakvaardigheden weer meer voorop moesten staan.
  • de vrije ruimte soms wél, maar soms nog niet goed werd gebruikt. Keuzedelen bieden ruimte om dat beter te benutten.
Flexibilisering was een aanleiding omdat gediplomeerden voorbereid moeten worden voor de arbeidsmarkt van (over)morgen. Ontwikkelingen op de (regionale) arbeidsmarkt moeten dan snel een plek kunnen krijgen. Soms in de kwalificatiedossiers, maar keuzedelen zijn een aanvullende manier.

Wat ervaart de regisseur van de herziening?

Eric Jongepier, regisseur van de Herziening kwalificatiestructuur MBO, is aangesteld om vanuit een onafhankelijk positie de herziening te realiseren. Per 1 augustus is de implementatie gestart. De monitor keuzedelen wordt ingezet om tweemaal per jaar bij instellingen op te halen hoe de inzet van keuzedelen verloopt. De nulmeting voor de zomer 2016 geeft een eerste beeld wat instellingen denken te gaan aanbieden.

De veronderstelling was dat alleen generieke keuzedelen zouden worden afgenomen, maar er lijkt een goede spreiding te zijn. Er zijn ook specifieke keuzedelen, die een student ruimte geven voor verbreding of verdieping. Hoewel keuzedelen in omvang kunnen variëren (tot wel 960 studiebelastingsuren) worden vooral keuzedelen van 240 uren ingezet.

Wat ervaart de docent?

Monique Bos is docent bij ROC de Leijgraaf en bestuurslid van de Beroepsvereniging opleiders MBO (BVMBO). Naar aanleiding van zorgen van docenten heeft de BVMBO een inventarisatie rondom keuzedelen gedaan. Uit reacties van docenten bleek dat er veel generieke keuzedelen worden aangeboden, met name kleine opleidingen hebben door macrodoelmatigheid weinig ruimte voor vernieuwende keuzedelen. Ook hebben docenten de expertise niet in huis om buiten hun vakgebied te doceren. Dit geldt ook voor examinering: geen tijd en expertise om dit goed te doen.

We zijn er nog niet

Alle drie de panelleden, van SBB, Herziening MBO en de BVMBO, geven aan dat de invoering van de keuzedelen nog niet is afgerond. Voor scholen is het best lastig om tegelijk met de start van nieuwe kwalificatiedossiers ook het totaal nieuwe concept van keuzedelen in te voeren. Het is dan niet gek dat men begint met generieke keuzedelen, omdat deze relatief makkelijk zijn te implementeren. Voltman (SBB) is vooral benieuwd of de keuzedelen zullen werken zoals bedoeld: als een plek voor innovatie en regionaal overleg tussen scholen en bedrijven. Jongepier (Herziening MBO) realiseert zich dat de implementatie nog in het begin is: de structuur is neergezet, maar docenten zullen ervaren dat het les- en examenmateriaal nog in ontwikkeling is. Bos (BVMBO) beaamt dat: de docent heeft het gevoel dat-ie het maar uit moet zoeken. Zij moeten wel lesgeven in zaken waar zij nog onvoldoende in thuis zijn en daarbij nieuwe examens ontwikkelen. Dit kan ten koste gaan van de huidige studenten. Jongepier hoopt dat de keuzedelen niet afgeschoten worden en men aandachtspunten wil verbeteren.

Vraag & antwoord met de zaal

Vanuit de zaal worden de eerste ervaringen met keuzedelen gedeeld en worden vragen ingebracht:

Hoe om te gaan met grote keuzedelen (720 of 960 studiebelastingsuren)?

Deze grote keuzedelen zijn ontwikkeld in een tijd dat de gevolgen nog moeilijk konden worden overzien. In de praktijk blijken grote keuzedelen echter moeilijk te organiseren. Het is daarom mogelijk om bestaande keuzedelen op te knippen in kleinere eenheden en nieuwe keuzedelen hebben vaak al een kleinere omvang. Meer dan 90% van de keuzedelen bedraagt 240 studiebelastingsuren en de verwachting is dat dit percentage verder groeit.
 
In hoeverre kan de student de keus voor keuzedelen uitstellen?

De ervaring is dat studenten in maart al moeten kiezen voor een keuzedeel: nog voor het stagelopen. Het is beter om dat later in de opleiding te doen (bijvoorbeeld jaar 3) maar de ervaring is dat dit niet altijd te organiseren is. De ‘configuratie met uitgestelde keuze’ kan daarbij helpen (zie ook oplossingsrichtingen).

Wat is de doorlooptijd om een keuzedeel aan te vragen?

SBB rondt 80% van de aanvragen voor keuzedelen binnen 3 maanden af. Flexibiliteit en snelheid worden beoogd met behoud van kwaliteit. Het moet immers van meerwaarde zijn voor de student en arbeidsmarkt / doorstroom en wordt daarom voorgelegd aan de sectorkamers en afgestemd met andere scholen.

Hoe wordt omgegaan met de toenemende examineringsdruk?

Examinering van keuzedelen is ontstaan om het civiel effect voor partners in het bedrijfsleven te tonen. Het is onderdeel van het nieuwe kader, waarvoor geen extra tijd vrijkomt.

De examens voor keuzedelen komen bovenop de bestaande examens. Een eerste rekensom leidt tot het beeld dat een opleiding wel 100 examens moet aanbieden voor het totaal aan vakken (50 in eerste aanbieding, 50 in tweede aanbieding).

Met 18.000 studenten met elk gemiddeld 2 keuzedelen, betekent dat 36.000 extra examens. Deze examens waren eerder niet gebruikelijk in de vrije ruimte. Met weinig gecertificeerde examineerders ligt hier een probleem.

Docenten zouden hier niet alleen voor moeten staan. Docenten hebben de drive en expertise om te werken aan het vertalen van leerdoelen naar curriculum, maar de vertaling naar het kwalificatiedossier en de benutting van keuzedelen met ongelijke kerntaken en werkprocessen, vormt hierin een uitdaging. Er zijn mooie voorbeelden hoe hierbij gebruikgemaakt wordt van onderwijskundigen én het bedrijfsleven.

De voorgenomen opname in de slaag-/zakregeling vanaf het schooljaar 2018-2019 is risicovol als dat niet op goede kwaliteit gebaseerd is. Het is daarom belangrijk dat de sector een geluid laat horen richting Den Haag.

Wat is de regeling voor een keuzedeel op een hoger niveau?

Wanneer studenten de vakken Nederlands, rekenen of Engels boven hun niveau willen volgen (bijvoorbeeld keuzedeel 3F), moet daar het centraal examen voor gebruikt worden. Hierna is het keuzedeel overdraagbaar naar vrijstelling op niveau 4.
 
Wat te doen met de entreeopleiding, waar direct gestart is met keuzedelen?
Toen de entreeopleiding moest starten, was de beschikbaarheid van lesmateriaal en examens beperkt. Het blijkt daar moeilijk om te starten. Flexibiliteit voor Entree zou mooi zijn, zeker met drempelloze instroom is verbreding en verdieping niet altijd realistisch. Deze versimpeling is er gedeeltelijk via remediërende keuzedelen, die ruimte bieden voor modulaire invulling.
 
Hoe om te gaan met de koppeling van keuzedelen?
De doelstelling van keuzedelen was onder andere flexibilisering. Met alle koppelingen van keuzedelen is flexibilisering helemaal niet gediend. Het kan voor scholen lastig zijn om een keuzedelenpakket te maken: in het aanbod moeten keuzedelen altijd gekoppeld zijn aan de kwalificatie, terwijl de student uit dat aanbod ook niet-gekoppelde keuzedelen mag kiezen (als dit organiseerbaar is en niet overlapt met de eigen kwalificatie). Flexibelere omgang met koppeling zou helpen.

Tien oplossingsrichtingen

Samen kwamen de drie panelleden en het publiek met tien oplossingsrichtingen om de volgende stap te zetten in de implementatie van keuzedelen. In volgorde van steun door het publiek:

  1. Zorg dat tijd wordt vrijgemaakt voor docenten om keuzedelen te vertalen naar goed onderwijs.
    Keuzedelen zijn vaak op de rand van de expertise van docenten, of daarbuiten. Hoewel docenten het leuk vinden om met keuzedelen aan de gang te gaan, vormen ze ook een uitdaging. In combinatie met de uitgebreide examineringstaken hebben docenten tijd nodig voor de invulling van de keuzedelen.

Er zijn mooie voorbeelden hoe onderwijskundigen(teams) hun know-how inzetten. Concept om onderwijsadviseurs bij te laten dragen in de teams, is nog geen standaard. Hierdoor krijgen docenten tijd om naar de inhoud te kijken, waarbij onderwijskundigen kijken naar het concept.

 

  • Flexibiliseer het proces van de totstandkoming van keuzedelen.
    SBB wil op tijd blijven nadenken of de keuzedelen uitgepakt zijn zoals bedoeld. Zowel wat betreft koppeling (bijvoorbeeld door alleen te kijken waar het uitgesloten is in plaats van waar wél te koppelen is), als wat betreft de vraag op welk moment innovatieve keuzedelen in het reguliere kwalificatiedossier opgenomen zouden moeten worden. Ook wordt opgemerkt dat SBB erg gedetailleerd meekijkt, soms tot de onderwijskundige puntjes op de i, om zo vroeg mogelijk in het traject te zorgen dat ontwikkeling slaagt.
  • Laat alle stakeholders huidige mogelijkheden inzien.
    Er blijkt meer mogelijk dan sommigen denken. Mensen denken bijvoorbeeld dat 240 studiebelastingsuren ingevuld moeten worden. Maar een onderwijsinstelling heeft ruimte om de doorvertaling te maken van een in het register staande richtlijn. Bijvoorbeeld: 30 uur begeleide onderwijstijd + 40 uur beroepspraktijkvorming + rest zelfstudie. Zo kan zelf invulling gegeven worden aan de onderwijsprogrammering.
  • Standaardiseren van keuzedelen.
    Leg bijvoorbeeld vast hoeveel kerntaken en werkprocessen per keuzedeel worden verwacht.
  • Draai het proces om: eerst cyclus proefdraaien.
    Andersom denken betekent niet beginnen met registreren. Leg het vertrouwen bij het docententeam door hen een cyclus te laten draaien en daarna verantwoording af te laten leggen aan SBB.
  • Maak het makkelijker om bestaand onderwijs als keuzedeel in te brengen.
    De vrije ruimte was (en voor eerdere cohorten: is) een plek waar mooie, innovatieve dingen gebeuren.
  • Laat besef ontstaan dat we aan het begin van veranderproces staan.
    In jaar 1 kan het niet perfect zijn. Zo vaak en zo veel mogelijk discussies hebben; goed luisteren hoe het beter kan, maar wel vanuit het potentieel die de keuzedelen hebben. Delen tussen roc’s is daarbij ook belangrijk.Drie ideeën blijken in de praktijk al te kunnen (zie ook punt 3: er is al veel mogelijk).
  • Laat studenten in een latere fase keuzedeel kiezen.
    De structuur maakt het mogelijk meerdere (en dus ook latere) keuzemomenten te voorzien. Zo is te denken aan een configuratie met uitgestelde keuze waarin het eerste keuzedeel voorgeprogrammeerd is voor het eerste jaar, waarna de overige keuzedelen laat in de opleiding zijn geprogrammeerd. Deze configuratie maakt het mogelijk om studenten later te laten beslissen over invulling van de keuzedelen. In de praktijk blijkt dit organisatorisch lastig en hierbij is door de regisseur wel gewaarschuwd voor oneigenlijk gebruik.
  • Gebruik andere examenvormen (bijvoorbeeld portfolio)
    Hierbij speelt wel het spanningsveld dat andere examenvormen heel veel tijd kosten, zoals het goed laten vullen en controleren van een portfolio. Er wordt juist vaak gekozen voor verslagvorming of presentaties omdat dit efficiënt is.
  • Regel voor de bbl (beroepsbegeleidende leerweg) een andere inrichting van de keuzedelen.

 

Tot slot

In het debat zijn veel punten aan de orde gekomen, die de verschillende partijen herkennen. Zo is het laatste woord nog niet gezegd over de koppeling van keuzedelen (hoewel het bedrijfsleven hier blij mee is, omdat ze hiermee een vinger in de pap hebben). Ook de rol van docenten zal aandacht blijven vragen. En ondanks dat er al ruim 700 keuzedelen zijn ingediend, zijn er ook nog hiaten (bijvoorbeeld rondom webshops, ict en online marketing).

Voldoende werk aan de winkel bij de volgende stap van de implementatie van keuzedelen!

U kunt hier bovenstaand verslag downloaden.

Contact over dit onderwerp

Dr. Pieter Baay
Dr. Pieter BaayOnderzoeker
06-54675627
Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone