Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone

Validering van informeel leren. Een olifant in de kamer?

De Onderwijsraad heeft op verzoek van de Tweede Kamer een advies uitgebracht over de vraag hoe de aansluiting van het middelbaar beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt beter kan. In dit interview reageert Karel Kans, onderzoeker bij Expertisecentrum Beroepsonderwijs, op het advies.

Onderzoek naar werkdruk in het mbo

De Onderwijsraad geeft advies over verbetering van de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, zowel voor het einde van initiële opleidingen als erna, via een leven lang leren. De raad adviseert regioregie meer te benutten en pleit daarnaast voor het hervormen van de Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen (O&O-fondsen) en het instellen van een persoonlijk postinitieel scholingsbudget. ‘Goed dat het advies aanbevelingen doet om scholingsgelden beter toegankelijk te maken. Ik vind het wel jammer dat niet wordt ingegaan op een heet hangijzer: de validering van informeel leren’, aldus Kans.

Focus op upskilling kan leiden tot een fuik

De raad stelt dat hoogwaardig vakmanschap voortdurend op peil gehouden moet worden. ‘Dat klopt’, zegt Kans. ‘Vaak wordt gesproken over het belang van upskilling van de beroepsbevolking, ten behoeve van de arbeidsmarktpositie van het individu, de concurrentiepositie van het bedrijf en de Nederlandse economie als geheel. Maar upskilling is niet voor iedereen haalbaar en tegelijkertijd verdwijnen er banen in specifieke sectoren of beroepen. Een focus op het onderhouden van vakmanschap op een specifiek terrein kan leiden tot een fuik wanneer de werkgelegenheid daar terugloopt. Er moet ook aandacht zijn voor ontwikkeling in de breedte.’

Intersectorale mobiliteit

‘Een persoonlijk postinitieel scholingsbudget kan helpen om intersectorale mobiliteit mogelijk te maken. Mobiliteit die nu soms wordt belemmerd door de grenzen van de cao. De raad pleit voor het hervormen van de O&O-fondsen. Uit ons onderzoek naar medewerkers uit de grafische industrie die zijn overgestapt naar de procesindustrie is gebleken dat het denken over de overstap pas is gestart tijdens de werkloosheid. De overstap had sneller en goedkoper gekund als deze mensen zich eerder op hun overstap hadden voorbereid. Niet-sectorgebonden scholingsgelden maken het wellicht makkelijker om te investeren in generieke competenties, of helpt mensen, die aanvoelen dat er weinig toekomst meer in hun beroep zit, zich te richten op een ander beroep terwijl ze nog aan het werk zijn. Een persoonlijk scholingsbudget kan daarbij helpen. Maar het is wel van belang om aandacht te hebben voor een mogelijk nadeel, namelijk dat door gelden los te koppelen van de sector, de sectorale infrastructuur, en daarmee de sectorale kennis en kunde, onder druk kan komen te staan. Kortgeleden zijn tenslotte ook de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven al verdwenen.’

Informeel leren

‘De Onderwijsraad merkt terecht op dat het grootste deel van het leren van volwassenen informeel plaatsvindt. De raad verwijst daarvoor onder meer naar onderzoek van ROA, waaruit ook blijkt dat het hebben van werk sowieso heel belangrijk is voor de mate waarin iemand leert. Ecbo heeft onderzocht dat niet alleen de mate van leren sterk kan verschillen tussen beroepen, maar dat ook het verschil tussen informeel en (non)formeel erg verschilt tussen beroepen. Binnen sommige beroepen lijkt een lage score op (non)formeel leren, zoals bij kapper of bouwvakkers, gecompenseerd te worden door hun deelname aan informeel leren: dit zou te maken kunnen hebben met de aard van het beroep, zoals het hebben van klantcontact of het werken op verschillende plaatsen. In beroepen waarin het informeel leren laag is, kan wellicht wat geleerd worden van de beroepen waarin het informeel leren hoog is. Werkgevers kunnen dat doen door creatiever om te gaan met de taken binnen een functie. Laat niet de werkende zich aanpassen aan de functie-eisen, maar pas de functie-eisen aan de mogelijkheden en ambities van de werkende aan.’

Olifant in de kamer

‘Een werkende zou hiermee competenties kunnen ontwikkelen die hem of haar in staat stellen een loopbaan te ontwikkelen. Het zou echter helpen als deze competenties ook erkend kunnen worden. Validering en erkenning van informeel leren werd tijdens het recent gehouden jaarlijkse ecvet forum nog beschouwd als de olifant in de kamer. De raad stelt terecht dat de erkenning van verworven competenties nu nog onvoldoende goed loopt, maar het is de vraag of de geboden oplossing, verscherpt toezicht, daarvoor een oplossing is die echt gaat werken. Voorlopig blijft die olifant dus nog staan.’

Contact over dit onderwerp

Drs. Karel Kans
Drs. Karel Kans Senior onderzoeker
06-12234777
Deel deze publicatie Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someone